"Het is knoeiwerk in het kwadraat'

Op dezelfde leeftijd (22 jaar) waarop Lord Byron de Hellespont overzwom, E.T.A. Hoffmann gediplomeerd referendaris werd, Adolf Hitler met zijn aquarellen ventte, Jean-Paul Sartre vriendschap sloot met Simone de Beauvoir, Josef Stalin uit de sociaal-democratische partij, onderafdeling Tiflis, werd gegooid, Dmitri Sjostakovitsj de opera De Neus componeerde, Alban Berg zijn Fuga voor Strijkkwintet en Piano publiceerde, Voltaire naar slot Sulle-sur-Loire werd verbannen, Kurt Tucholsky zijn Rheinsberg liet verschijnen, Mark Twain een raderboot over de Mississippi loodste, Wilhelm Reich zijn eerste patiënten behandelde, Maarten Luther tot het Zwarte Klooster te Erfurt toetrad, Georg Büchner zijn Dantons Dood, Marcel Proust zijn Violante ou la Mondanité, Alexander Poesjkin zijn De Gevangene in de Kaukasus en Immanuel Kant zijn Gedanken von der wahren Schätzung der lebendigen Kräfte schreef, schreef Ira Levin, op zijn jongenskamertje bij mum en dad, de roman A kiss before dying.

“Het is een in alle opzichten klassiek boek, fantastisch van plot, hoogwaardig van literaire kwaliteit, architectonisch van structuur” (VN's Detective- en Thrillergids).

En bovendien bloedstollend van inhoud. Ambitieuze jongen wenst zich in te likken bij staalmagnaat. Legt het aan met dochter A. Zij wordt zwanger, weet dat zij daardoor bij haar preutse vader in ongenade zal vallen, maar weigert zich te laten aborteren. Jongen gooit haar daarom in een luchtkoker. Legt het aan met dochter B. Die ontdekt dat zij met de moordenaar van zuster A scharrelt. Wordt eveneens om het leven gebracht. Jongen legt het tenslotte aan met dochter C, de intellectueelste van de drie zusters.

“Weet je waar ik van houd?”, vraagt de jongen.

“Wat dan?”, vraagt dochter C.

“Ik weet niet of je zijn werk goed kent. Charles Demuth”, zegt de jongen.

Na afloop van het verjaarsdiner gaan zij naar een voorstelling van Shaws Saint Joan.

Frappant hoe die twee precies dezelfde kunstzinnige smaak hebben!

Helaas, de jongen maakt de fout een notitie zijnerzijds te laten slingeren: “Schilderkunst (grotendeels modern: Hopley of Hopper, de Meuth (hoe gespeld?). Lezen: boeken over moderne kunst. Middelbare-schoolromantiek, Italiaans en Armeens eten: opzoeken restaurants in New York, Toneel: Shaw, T. Williams, serieus gedoe...”

Er valt een laatste dode: hijzelf, door, na zijn ontmaskering, in een ketel kokend staal te tuimelen. Ten huize van de staalmagnaat wacht de moeder van de moordenaar, overgekomen ter gelegenheid van de aanstaande bruiloft.

“Waar is Bud?”, vraagt zij.

Levins A kiss before dying is tweemaal verfilmd, in 1956 door Gerd Oswald en - recentelijk - door James Dearden. De Volkskrant interviewde de schrijver enige uren voor de première. “A kiss before dying is natuurlijk in zoverre verouderd dat een mogelijke abortus er een belangrijke rol in speelt”, zei Levin. “In de jaren vijftig was dat nu eenmaal een omstreden kwestie, Ik ben wel benieuwd hoe ze dat hebben weten op te lossen.”

Het zal hem niet zijn meegevallen.

Na de primière werd op zijn beurt regisseur Dearden vermoord: door de verzamelde filmkritiek. “Het is knoeiwerk in het kwadraat”, schreef de Los Angeles Times. “Er zijn ogenblikken dat je nauwelijks kunt geloven dat de film op een roman van Ira Levin is gebaseerd”, schreef de Christian Science Monitor.

Want het camerawerk is stroef, de acteerprestaties zijn gebrekkig, er vloeit onnodig veel bloed en van Levins oorspronkelijke plot zijn in feite slechts twee scènes in ere gehouden: de val in de luchtkoker en de val in de ketel kokend staal.

Het voornaamste bezwaar laten de recencenten onbesproken. Dat was het feit dat de regisseur die abortuskwestie gemakshalve heeft genegeerd. Ja, Levin heeft gelijk: zijn boek is in zekere zin verouderd. De requisieten dateren onmiskenbaar uit de vroege jaren vijftig. De jukebox wordt door een dubbeltje aangedreven. Het half dozijn marihuanasigaretten, op de campus ontdekt, veroorzaakt een publiek schandaal. Het verjaardagsdiner, omvattende uiensoep en biefstuk-van-de-haas kost, inclusief de inleidende champagnecocktails, achttien dollar. De eerstejaars blozen verlegen als iemand het Gebouw der Schone Kunsten "een architectonische abortus' noemt. Dat zijn vertederende ouderwetsigheden, die in een verfilming van het boek best kunnen worden gemist. In tegenstelling tot de enige relevante ouderwetsigheid: het feit dat dochter A wordt vermoord om "het dreigend probleem van haar zwangerschap'. Dat raakt het motief van de dader en met dit motief staat of valt de verfilming.

Dus hij valt.

Het is een gemakzuchtig in het heden gesitueerde vergroving, spelend in de wereld der automatische telefoonbeantwoorders en elektrische tandenborstels. Rose, de hoer van het streetcornerwerk is aan de crack. De moordenaar is aan de Drum, een shagmerk dat straks, als de socialisten hun zin krijgen, anderhalve gulden per pakje duurder wordt, opdat ik, trampassagier uit principe, van het openbaar vervoer gebruik kan blijven maken zonder te worden vermoord en verkracht.

Vermoord en verkracht, zoals Levins meesterwerk. Wat vond Ira Levin eigenlijk zelf van de nieuwste cinematografische versie van zijn boek? Nooit zullen wij het weten. De schrijver krijgt ongetwijfeld een aandeel in de winst en heeft er dus belang bij niet al te hard tegen de film tekeer te gaan.

Dus zei hij tegen zijn interviewers: “Ik roep altijd fantastisch, prachtig, heel mooi. Ach, wat moet je anders zeggen?”