Heeft Elly de Waard in 1986 de kont uitgevonden?; Woordenboek van het Lesbiaans

Hanneke Kunst en Xandra Schutte: Lesbiaans, Lexicon van de Lesbotaal. Uitg. Prometheus. Prijs ƒ 19,90

Mensen die elkaar vaak tegenkomen, gemeenschappelijke interesses hebben, zich afzetten tegen de rest van de mensheid, die gaan met elkaar een eigen taal praten. Je ziet het aan de bewoners van Malta, van Australië, van Schiermonnikoog en van Nederland. Soms neemt een beroepsgroep een bepaalde taal en maakt daar een eigen dialect in: het piloten-Engels, het diplomaten-Frans, het juristen-Latijn.

Altijd zijn taalkundigen bezig geweest met het beschrijven van zulke talen. Van Dale deed het voor het Nederlands. Anderen deden het voor de klompenmakerstaal, de molenaarstaal, het Kerkraads of de taal op de V.O.C.-schepen. Die beschrijvingen waren niet bedoeld voor klompenmakers, molenaars, Kerkraders of matrozen, maar voor andere taalkundigen.

De laatste jaren is er onder niet-taalkundigen een onbegrijpelijke en onstuitbare belangstelling voor de lexicons van: de adel, de liefde, de jacht, de bijbel, de onderwereld, de jeugd, de golfoorlog, het welzijn, het voetbal, het onderwijs, het schelden, de studenten, de soldaten in Indië, de soldaten in het algemeen, de Utrechtenaren, de Hagenaren, de homoseksuelen.

In zulke lexicons daalt het taalkundig nivo maar stijgt de actualiteit. Een subcultuur mag zich pas echt een subcultuur noemen als het zo'n gespecialiseerd woordenboek bezit. En dan geldt de merkwaardige opvatting, waar ook de makers van woordenboeken als Van Dale aan lijden: hoe dikker hoe beter.

Arendo Joustra publiceerde drie jaar geleden het Homo-erotisch Woordenboek, met 800 woorden, waarvan er veertig lesbisch waren. Vorig jaar verdedigde Joustra dat geringe aantal in het blad Homologie met: “Als iets niet bestaat, kan ik het moeilijk verzamelen. Het aantal woorden dat op lesbiennes betrekking heeft, is nu eenmaal zeer beperkt.” Dat lieten Hanneke Kunst en Xandra Schutte zich niet zeggen. Zij vervaardigden het Lexicon van de Lesbotaal Lesbiaans met niet minder dan 1200 woorden.

Bizar

Het is een bizar woordenboek geworden. Niet vanwege de verklaringen bij de "lesbische' woorden. Maar wel door het opnemen van honderden woorden die je met de beste wil van de wereld niet in een Lesbiaans lexicon zou verwachten. Er zijn woorden bij uit het Papiamento, het Surinaams en het Engels, waarbij niet wordt beweerd dat Nederlandse lesbiennes ze bezigen. Er zijn tientallen woorden die slechts éénmaal in de wereldgeschiedenis geklonken hebben of geschreven werden. Als Willem Kloos het over een kwasi-man heeft, dan heeft dat woord een eeuw geen tweede gebruiker gevonden. Als Paarse September in 1973 het woord femannisme vragenderwijs opwerpt, dan is dat door niemand opgepakt.

Even eenmalig zijn woorden als poezensyndroom en boekenkastensyndroom. De samenstelsters zeggen in hun voorwoord: “Is een citaat ergens gehoord, dan is de lokatie vermeld.” Citaat? Lokatie? Ze bedoelen dat ze noteerden waar ze een bepaald woord gehoord hebben, maar wie naar die lokatie teruggaat hoort dat woord natuurlijk niet meer! Terwijl andere woordenboekmakers het als een plicht zien een woord pas op te nemen als het een zekere verspreiding heeft bereikt, willen Kunst en Schutte elk woord, ooit in een lesbische context gebruikt, verzamelen. Dan kunnen ze gemakkelijk de honderdduizend woorden halen.

Het bizarst is het opnemen van doodgewone Nederlandse woorden als aanleg, inborst, inslag, abnormaal, actief, attribuut, bekennen, blik, ding, echt, eigenaardig, geheim, het, eentje, ingewijde, mannenhater, masker, minnares, patriarchaat, probleem, subcultuur, uit en vele andere. U weet wat geheim en probleem betekenen. Natuurlijk zijn die woorden wel eens gebruikt om op een lesbisch geheim en lesbisch probleem te wijzen. Maar daarmee zijn geheim en probleem nog geen lesbiaanse woorden.

Lesbische kring

Onder ons vinden we: ons soort mensen. Dat kan slaan op koningen, op gegoede burgers, op boeren, op travestieten, op elke groep Nederlands-sprekenden die zich wil onderscheiden. Geen enkele reden om "ons' tot het Lesbiaans te rekenen.

U weet wat een kont is. Zou dat woord in lesbische kring een heel eigen betekenis bezitten? We zoeken het op. Ik citeer het volledige lemma:

Kont, achterste. Je kont is groter dan je hart, maar even rond. (Elly de Waard, 1986).

Door zulke hilarische lemma's is het moeilijk het werk serieus te beoordelen. Het lijkt mij het nuttigst als een concordantie op het werk van Andreas Burnier, waarvan de boeken nauwkeurig zijn geëxcerpeerd. Veel van de door haar opgeschreven woorden hebben inderdaad hun weg gevonden in de lesbische subcultuur. Of zij was de eerste die zulke woorden in de literatuur introduceerde - het verschil tussen die twee tegengestelde richtingen wordt nergens opgehelderd. Er blijkt zelfs een woord burniertje te bestaan met de betekenis: "jongensachtige lesbienne'. Het zou hoffelijk zijn om dat woord ook de betekenis: "heertjesachtige lesbienne' te verlenen.

Behalve een zelfbevestigend woordenboek voor Lesbisch Nederland, is dit boek toch vooral een waardevolle parodie geworden op de subcultuurlexicons waar we mee overstelpt worden. Elke volgende ondergroep die zijn eigen taal wil beschrijven kan zo honderd woorden, als geheim en probleem, uit Lesbiaans overnemen, met vervanging van lesbisch door filatelistisch, nudistisch, lilliputtisch of welke andere subcultuuraanduiding ook.

En dan te bedenken dat de taal der homoseksuelen zich inderdaad vaak scherp onderscheidt van de "normale' Nederlandse taal. Niet in die tien of honderd speciale woorden, maar in de intonatie, de uitspraak, de melodie. Ik wou dat iemand dat eens ging beschrijven.