Glühwein noch walmend banket verhult de vieze zwavellucht; In Bitterfeld, onder de rook van Chemie AG, floreert alleen het begrafeniswezen

BITTERFELD, 6 DEC. De gemoedstoestand van Rolf Weiher, 59 jaar, uit Bitterfeld beweegt zich tussen gramschap en berusting. We staan op een steenworp van de naargeestige, sterk verouderde complexen van Chemie AG, voorheen Chemie-Kombinat, in het naburige Wolfen en hij wijst naar een schoorsteen die gele wolken uitspuwt: “Daar, in de zwavelzuurfabriek, heb ik veertig jaar gewerkt, als chemicus, de laatste tijd als bedrijfsleider, en ik heb er een chronische bronchitis aan overgehouden. Zo lopen hier honderden mensen rond, allemaal ex-werknemers met een beroepsziekte. Astma, huidaandoeningen, kanker ook. Vorige week was ik nog in het ziekenhuis, maar de artsen hadden me niets te bieden.”

Bitterfeld (28.000 zielen) en Wolfen (40.000) liggen in Oost-Duitsland, een kilometer of dertig boven Leipzig, en vormen met naburige dorpen een chemisch-industrieel conglomeraat, dat vóór de omwenteling als "Apotheek van de DDR' werd aangeduid. Maar inmiddels is wel duidelijk dat de alchemistische bedrijvigheid ten koste ging van personeel en vele omwonenden, die hun gezondheid van lieverlee achteruit zagen gaan. Ten koste ook van het milieu. Toen in de voormalige socialistische staat de treurig stemmende balans werd opgemaakt, kreeg juist Bitterfeld een heel wat kwalijker etiket opgeplakt: dat van de vuilste stad ter wereld, waar de grond verzadigd is van chemicaliën en zware metalen en de lucht bezwangerd met zwaveldioxyde door massale bruinkoolverbranding.

Rolf Weiher, om zijn ziekte afgedankt bij Chemie-Kombinat, is tegenwoordig voorzitter van de nog kleine milieuvereniging in Bitterfeld, zetelend in een centraal gelegen pand, waar hij verontruste burgers te woord staat. Hij heeft zijn twijfels over het nieuwe predikaat voor zijn gemeente: “Vuilste stad? Ja, wellicht van de ehemalige DDR, maar of Bitterfeld in dat opzicht wereldwijd de kroon spant, valt moeilijk te zeggen. Ik meen dat Der Spiegel als eerste met die bewering kwam en dan gaat zo'n gezegde een eigen leven leiden, maar ik vermoed dat er in Roemenië, Polen en Tsjechoslowakije net zulke zware gevallen, zo niet zwaardere voorkomen.”

Dat neemt ook voor hem niet weg dat Bitterfeld en omstreken de titel "ecologisch rampgebied' verdienen en ter verduidelijking voert hij ons naar het Zilvermeer, een langgerekte plas die decennia lang als afvalreservoir voor een film- annex cellulosefabriek diende. Er staat nu een hek omheen en bordjes waarschuwen de bezoeker niet over de versperring heen te klimmen: “Betreten verboten. Lebensgefahr”. Grauw schuim stuwt op in een hoek en ook de rest van het meer toont zich verre van zilverachtig. Onder het smoezelig oppervlak rusten duizenden tonnen zink en lood, vermengd met fenolen en chloorkoolwaterstoffen; een giftige cocktail, die de omringende bomen tot in het merg heeft aangetast.

Terug in het centrum wordt men links en rechts gewaar dat er zoiets als kerstmis nadert, maar Glühwein noch walmend banket kan de zware zwavellucht verhullen. De Bitterfelder Anzeiger meldt dat Yehudi Mehunin op 22 december in het plaatselijk Kulturpalast de Philharmonica Hungarica dirigeert en dat heeft de geplaagde bevolking wel verdiend. Er gaan verhalen dat de mannen hier gemiddeld vijf en de vrouwen zelfs zeven jaar eerder stierven dan in de rest van Oost-Duitsland. Rolf Weiher: “Dat is nog niet bewezen, maar vast staat wel dat hier aanzienlijk meer miskramen voorkomen en dat veel kinderen geremd zijn in hun groei.”

Alsof dat alles niet genoeg is, ondervindt men in Bitterfeld, deelstaat Saksen-Anhalt, ook de gevolgen van een industrieel bankroet, waaraan steeds meer werkgelegenheid ten offer valt. Hoofdwerkgever Chemie AG, producent van zwavelzuur, verf, chloor en bestrijdingsmiddelen, zag zich genoodzaakt een reeks verouderde, onrendabele en het milieu belastende afdelingen te sluiten, waardoor het aantal arbeidsplaatsen alleen al bij dit bedrijf in korte tijd van 18.000 terugviel naar 11.000, terwijl het er 8.000 moeten worden. Sanering is de boodschap, er moeten miljarden D-Mark beschikbaar komen en daarvoor wordt de hulp van verwante Westduitse concerns ingeroepen. Maar bijster veel animo toont men men niet van die kant, hoezeer Chemie AG zich ook aanprijst als “betrouwbare partner” en investeringen aanmoedigt onder verwijzing naar Bitterfelds gunstige ligging. En hoeveel geld de centrale regering in Bonn ook wil toeleggen op nieuwe vestigingen in de afgetakelde regio.

Op het ogenblik is alleen het farmaceutisch concern Bayer uit Leverkusen in de markt voor een bouwplan; het onderhandelt daarover met de Treuhand, de trustmaatschappij die de privatisering en sanering van de Oostduitse industrie behartigt, maar of het tot verwezenlijking komt, wordt betwijfeld. Een complicatie is dat Bayer een nog open veld veld wil bebouwen, één van deschaarse "groene weiden' in het verder praktisch verwoeste gebied, en dat heeft weer protesten van de bevolking uitgelokt. Intussen leidt ook de filmfabriek als tweede werkgever van Bitterfeld een nooddruftig bestaan. De cellulose-afdeling werd af gesloten, terwijl het hoofdprodukt, de filmrol, niet opgewassen is tegen de concurrentie van Agfa, Kodak en Fuji. Ten minste één gegadigde voor overname van de vrijwel failliete boedel is na een kortstondig bezoek aan Bitterfeld nooit meer komen opdagen.

“Eerst krepeerde de natuur, nu sterven de arbeidsplaatsen”, aldus een Westduits magazine over het stadje, maar aan de officiële cijfers laat zich dat proces nog moeilijk aflezen. Rolf Weiher schrijft dit toe aan versluierende factoren als arbeidstijdverkorting - tot ruim vijftig procent - en de zogeheten Arbeitsbeschaffungsmassnahmen of kortweg ABM, een vorm van werkverschaffing die veel personeelsleden uit de chemie in een voor hen vreemde sector dwingt. Hierdoor moet het aantal van 6.000 officieel geregistreerde werklozen volgens Weiher met een factor van minstens drie worden vermenigvuldigd. En voorlopig dreigt de massa die niets of te weinig omhanden heeft, nog te groeien, zolang de investeerders van buiten wegblijven of afhaken.

Floreert er dan niets in Bitterfeld? “Ja, het begrafeniswezen”, antwoordt de cynicus, maar er worden, met minder gevoel voor zwarte humor, ook andere voorbeelden gegeven. De Imbiss, het Duitse equivalent van de snackbar, bloeit in Bitterfeld als nooit tevoren; het moderne winkelcentrum deed zijn intrede en de rammelende Trabantjes kregen een gloednieuw parkeerterrein tot hun beschikking. Opmerkelijk is ook dat vele burgers hun huis met de hoge-drukspuit bewerkten, waardoor een niet vermoede heldere gevel onder de roetlaag vandaan kwam.

Het kunnen tekenen van nieuw leven zijn, zoals de sneeuw van vorige winter, die volgens de berichten voor het eerst sinds mensenheugenis wit bleef, maar Heidi Mühlenberg geeft een andere verklaring. Panikblüte heet het boek dat ze recentelijk over Bitterfeld schreef: Paniekbloei, een titel ontleend aan de biologie, waar de term word toegepast op zieke bomen, die zich bij het naderen van de dood nog haastig willen voortplanten door fris-groene scheuten voort te brengen. Alsof er instinct in het spel is.

Mühlenberg vertrouwt de symptomen dus niet en vraagt zich in gemoede af: “Waar zullen de 28.000 Bitterfelders en de 40.000 Wolfenaren in de toekomst hun geld mee verdienen? Hoe moeten ze de auto's betalen waarvoor de nieuwe parkeerplaatsen bestemd zijn?”

Ook milieuman en gewezen chemicus Weiher is van zorgen vervuld. Hij bespeurt wel iets van vooruitgang, er liggen nu eindelijk plannen om het industriële afvalwater ten koste van 325 miljoen mark te zuiveren en er komt, als Bonn tenminste meehelpt, een verbrandingsoven voor het gevaarlijkste materiaal. “Maar het gaat ons veel te langzaam, spoed is geboden om deze streek van de totale ondergang te redden.”

Na het reeds verloren Zilvermeer en de zieltogende fabrieken van Chemie AG in Wolfen toont hij ons nog een derde locatie: de voormalige bruinkoolgroeve Goitsche, ooit een met spar en den bedekte vlakte, die later veranderde in een kraterlandschap. Nu zijn er, in het kader van de werkverschaffing, wéér mensen bezig, ditmaal in een poging de oude toestand met verse aanplant te herstellen. “Zo kan het dus ook”, zegt Weiher en hij kijkt opeens wat milder. “Hier probeert men de wonden die de mens geslagen heeft te helen als Wiedergutmachung an die Natur. Nee, ik laat de moed nog niet volledig zinken.”