Geen sake maar whiskey; Haruki Marukami, Japans schrijver in Amerika

De Japanse schrijver Haruki Murakami ontvluchtte zijn geboorteland omdat zijn populariteit hem benauwde. De schrijver woont nu in de buurt van New York. Zijn absurde romans, sterk beïnvloed door het werk van Vonnegut, Fitzgerald, Chandler, bereiken miljoenen Japanse lezers, die net als hij opgegroeid zijn in een door Amerika beïnvloede cultuur. Natuurlijk mist hij zijn vrienden, het Japanse landschap èn sushi. “Maar ik heb zo'n sterke verbeelding, ik heb het gevoel dat ik er van buitenaf beter over kan schrijven.”

Haruki Murakami: The Hard-Boiled Wonderland and the End of the World. Uitg. Hamish Hamilton. Prijs ƒ 62,65

In Nederlandse vertaling verscheen van Murakami: De jacht op het verloren schaap. Vert. door Jacques Westerhoven. Uitg. Bert Bakker, 299 blz. Prijs ƒ 45,-

Het huis is roze als een verlichte suikerspin. Eenzaam staat het pension tussen de bomen in East Hampton, op Long Island. Het schiereiland voor de kust van New York is het buitenverblijf van Amerika's oude en nieuwe rijken. De Guggenheims, de Pulitzers en Steven Spielberg, de cineast. De lanen ruiken naar pas geknipt gras. Witte huizen op eindeloze gazons. Bladeren dwarrelen op het ritme van de wind.

In de zomer is Long Island één groot tuinfeest, er wordt gelachen en er is muziek. Hier joeg de grote Gatsby van F. Scott Fitzgerald zijn tragische dromen na tussen de naoorlogse upstarts die blind waren van status en rijkdom. In de herfst is het uitgestorven op de smalle landstrook, die ooit in het bezit was van de Nederlanders.

Als de Hampton Jitney piepend stopt is het donker in het dorp. Volle tassen worstelen om naar buiten te komen. De stilte valt als een zwarte doek over een vogelkooi. The Pink House staat op een bord in de tuin. De klopper valt dof op de deur. In het pension heeft de Japanse schrijver Haruki Murakami een kamer gehuurd. Ver van zijn fans, zijn critici en van Tokio. Een Japanse cult-held in het oosten van Amerika.

Langzaam gaat de deur open. Een verlegen hoofd kijkt naar buiten.

“Ik droom altijd van de perfecte afzondering”, zegt Murakami binnen aan de keukentafel. Een schuilplaats waar de lucht open is en schoon en hij zich nergens zorgen om hoeft te maken. Zijn eenvoud is ontwapenend. Een blauw geruite blouse, een dunne wollen trui, een beige katoenen broek, en suède sluipers. De nieuwe, zwarte Volkswagen is het enige zichtbare teken van zijn pas verworven welvaart. Zijn vorige auto heeft hij ingeruild. Een Japanner met een Honda in Amerika, het leek hem geen goed idee.

Haruki Murakami is een van de populairste schrijvers in Japan. Ruim zes miljoen mensen kochten zijn boeken. Nu zijn werk langzaamaan wordt vertaald, vindt zijn werk ook in het Westen aftrek. Murakami schrijft geen traditionele romans; het zijn postmoderne, absurdistische verhalen vol spanning, humor en fantasie. Veel fantasie.

Neem zijn laatste roman die net in het Amerikaans is verschenen: The Hard-Boiled Wonderland and the End of the World, twee verhalen die door elkaar heen lopen, over een Bewaker van geheime gegevens in een futuristische wereld en een Droomlezer. Het boek sloeg in Japan zo aan dat Murakami er de prestigieuze Tanizaki-prijs mee won, die zijn reputatie als internationaal schrijver nog eens onderstreept. Of neem A Wild Sheep Chase - zijn enige boek dat in het Nederlands is vertaald - over de jacht op een vreemd schaap dat zich ontpopt als een kwade geest die voortdurend verlangt naar een ander lichaam.

Maar hoewel Murakami in Japan is uitgegroeid tot een culturele ikoon, is hij het drukbevolkte eiland ontvlucht. Eerst naar Griekenland en Italië, (“daar was iedereen zo gesloten”) en sinds een jaar woont hij in Princeton, New Jersey, ten zuiden van New York. Op de universiteit geeft hij gastcolleges Schrijven en op de campus deelt hij met Yoko, zijn vrouw, een kleine studentenflat.

Hij is tijdelijk op Long Island om te kunnen werken aan een kort verhaal voor een Amerikaans tijdschrift. Èn om zich voor te bereiden op de marathon die begin november in New York werd gehouden. Want lopen is voor hem, net als zwemmen en schrijven, een vorm van therapie. Zodat hij alleen kan zijn.

Bedwelmend

“Ik voel me in Amerika zo prettig, zo vrij”, zegt de 42-jarige Haruki opgelucht. Zijn ingetogen leven aan de oostkust staat in schril contrast met wat hij de "bedwelmende' jaren zeventig noemt toen hij met Yoko in het hart van Tokio een jazz-club had. Hij had een hekel aan de Japanse muziek, de cultuur.

“Misschien wel omdat mijn vader een Boeddhistische priester was en les gaf in Japanse literatuur. En mijn opa had een tempel zodat de religieuze Japanse riten me ook al achtervolgden. Ik was een rebel, ik wilde me tegen hen afzetten. Toen ik twaalf was besloot ik helemaal geen Japanse romans meer te lezen. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat luisterde ik naar jazz-muziek.”

In zijn club ontmoette Haruki de karakters die hij later zou omvormen tot hoofdpersonen van Japans meest fantasierijke romans. Toen hij op een avond een aantal zwarte soldaten aan de bar zag huilen omdat ze Amerika misten, brak er iets in hem. Hij realiseerde zich dat de eigen cultuur voor deze Amerikanen oneindig veel meer betekende dan de Japanse cultuur voor hem. Het was een keerpunt in zijn leven. Haruki besloot een eigen bijdrage te leveren aan de Japanse cultuur. En hij begon te schrijven.

Zijn eerste boek Hear the Wind Sing - een kort verhaal over nihilistische jongeren - was een schot in de roos. Hij won er zijn eerste prijs mee, de Gunzo-prijs voor literatuur. “Ik was zo blij. Het was de gelukkigste tijd van mijn leven.”

Haruki schreef en schreef en maakte tussendoor cocktails, want van zijn boek alleen kon hij niet rondkomen. De daaropvolgende jaren zagen nog zes romans het licht. Murakami is sterk geïnspireerd door de Amerikaanse literatuur: Kurt Vonnegut, Richard Brautigan, F. Scott Fitzgerald, Raymond Chandler. De boeken van deze auteurs verslond hij als puber in Kobe, de havenstad waar hij geboren is. Later vertaalde hij deze boeken in het Japans.

“Ik groeide op als enig kind, in de jaren zestig. Door het lezen van Amerikaanse romans was ik verlost van de eenzaamheid en kon ik ontsnappen naar een andere wereld. Ik heb groot respect voor de vitaliteit van de Amerikaanse cultuur.”

Zijn stijl is er sterk door beïnvloed. Hij heeft de openingspagina van The Great Gatsby wel honderd keer gelezen, vertrouwde hij een Japanse journalist toe. Ook Murakami's vertellers gaan gebukt onder eenzelfde dualiteit als Fitzgeralds Nick Carraway. Het zijn mensen die verscheurd lijken tussen een minderwaardigheidscomplex en een sterk gevoel van superioriteit.

De personages in Haruki's romans brengen hun tijd ook vaak door op een typisch Amerikaanse manier. Liedjes van Paul McCartney, doelloos rondhangen in een fast-food-restaurant. En Murakami introduceerde de moderne, Amerikaanse seks in de Japanse fictie. Studenten gaan - doorgaans dronken - met elkaar naar bed.

“De spoel van de cassette-recorder draaide langzaam rond. Ze haalde een halve sigaret uit haar tas en klemde deze tussen haar lippen: Ik wil met je naar bed, zei ze.”

Dan volgt steeds weer het semi-anonieme afscheid. Zou hij haar ooit nog terugzien? Soms is er wroeging of zelfanalyse. De eenzaamheid leidt bij Murakami vaker dan in Amerikaanse romans tot zelfmoord; de Amerikaanse vrijblijvendheid moet het afleggen tegenover de rudimentaire Japanse obsessie met gruwel.

Nieuwe mensen

Juist omdat Haruki's boeken zo atypisch zijn voor Japan, is hij de held van Japanse jongeren, vooral van de shinjinrui. De "nieuwe mensen' die zich afzetten tegen het starre Japanse systeem met zijn verstikkende conventies. Zij drinken geen sake meer - de warme rijstwijn - maar whiskey. Zij gaan volgens de laatste mode gekleed en niet in de eentonige uniformen. En ze zijn niet van plan hun hele leven bij één baas te werken.

Misschien dat Hard-Boiled Wonderland daarom in Japan zo aanslaat. Omdat het een allegorie is over het welvarende Japan dat zijn verleden wil vergeten. Met de desoriëntatie van de hoofdrolspeler in een lift waarmee het verhaal begint, trekt Haruki zijn lezers meteen naar die andere wereld.

Murakami voelde zich altijd "anders' in zijn land. “Ik studeerde eind jaren zestig Grieks drama aan de Waseda-universiteit. Het was het hoogtepunt van de studentenoproer en ik deed volop mee aan bezettingen van de campus. Het waren de jaren van vernietiging, het oude systeem moest verdwijnen. Wij waren bezig met een tegencultuur, we zochten naar nieuwe normen, nieuwe waarden. Daar is nu niets meer van over.”

Belangrijke thema's uit die roerige jaren zijn terug te vinden in Haruki's boeken waar ontwortelde, vervreemde individuen zich proberen te handhaven in een omgeving die vijandig staat tegenover vrijheid en zelfontplooiing. Veel figuren zijn buitenstaanders, horen niet tot een bepaalde groep. Ze kunnen moeilijk communiceren. Het zijn personages waarmee Haruki zich makkelijk kan identificeren.

Na de publikatie van Norwegian Wood werd de grond in Japan hem te heet onder de voeten. De roman was zijn grote doorbraak. Misschien was dat het wel. Het verhaal speelt zich eind jaren zestig af op de campus van een universiteit in Tokio. De vriendin van de hoofdrolspeler is zo geschrokken van de zelfmoord van een dierbare vriend dat ze niet meer in staat is van hem te houden. Na een inzinking belandt ze in een sanatorium waar ook zij uiteindelijk zelfmoord pleegt. Een leesbaar, verdrietig, maar ook amusant boek.

“Elk verhaal dat ik schrijf wordt altijd deprimerend of somber, hoewel ik probeer geestig te zijn. Eigenlijk is Norwegian Wood de grote uitzondering in mijn werk. Het is een liefdesverhaal, een realistische roman. Ik ben meer een experimenteel schrijver. Het experiment, dat fascineert me.”

Nerveus

Bij zijn fans in Japan sloeg Norwegian Wood reuze aan. Er werden twee miljoen exemplaren verkocht. Aanvankelijk was Haruki blij. Veel mensen lazen zijn boek, wat wilde hij nog meer. Alleen, na enkele maanden werd hij nerveus en voelde zich ongelukkig. Van zijn vorige boeken werden hooguit honderdduizend exemplaren verkocht. Bij zijn lezers kon hij zich iets voorstellen. Maar twee miljoen? Dat was niet te bevatten. Niemand zou meer echt van hem houden, dacht hij.

“Nu ben je rijk en beroemd, zei iedereen. Hoe ga je je geld besteden? Ga je een Mercedes kopen? Wat moest ik daarmee. Ik wilde alleen maar schrijven. Maar de literaire gemeenschap verwachtte van me dat ik andere dingen deed. Dat ik debatten zou aangaan met andere schrijvers, lezingen zou geven, in jury's zou gaan zitten. Toen ik dat niet deed, vonden ze me arrogant.

“Het echte establishment in de literaire wereld was al boos op me omdat ik hun heilige huisjes omver had geduwd, terwijl zij hun carrière juist te danken hadden aan de "pure literatuur' en de "Japanse ziel'. Maar ik wilde iets nieuws doen. Ik wilde de traditionele stijl van de Japanse literatuur vernietigen. Daar ben ik in geslaagd en daarom kreeg ik problemen.”

Op zijn kamer in Tokio dacht Haruki met weemoed aan de tijd dat hij nog werkte in de jazz-club, onbekend was en schrijven kon wanneer hij wilde. Opnieuw voelde hij zich ten prooi vallen aan de wurgende tradities van het Japanse systeem.

“Ik kon niet meer leven in Japan. Ik wilde op mezelf zijn. Schrijven kan ik overal. Toen ik wegging dacht ik: ik bèn een Japanse schrijver en ik zàl buiten Japan leven als een Japanse schrijver. Al mijn boeken gaan over Japanners, ook al zijn ze in Europa of Amerika geschreven. Dat is mijn stelregel.”

Nu hij in Amerika woont speelt het leven in Japan als een film in zijn hoofd. Natuurlijk, hij mist zijn vrienden, het Japanse landschap èn sushi. “Maar ik heb zo'n sterke verbeelding, ik heb het gevoel dat ik er van buitenaf beter over kan schrijven. Neem de jongere generatie in Japan. Ze zoeken naar hun identiteit als Japanners. Ze leven in een westerse wereld met Prince, jeans en hamburgers. Maar ergens missen ze hun Japanse identiteit. Ik weet hoe ze zich voelen.

“Waar moeten ze zich in Japan ook mee vereenzelvigen? Met het politieke systeem? Dat haten veel Japanners. Politici stellen niets voor. Ze deugen niet. Voor geld zijn ze te koop. In Amerika heb je de vlag nog. Maar in Japan voelt bijna niemand iets bij de vlag. Die wordt geassocieerd met het leger, met oorlog. Daar wil niemand iets van weten. En de natie? De nationale politiek is een grap. Wat is een natie tegenwoordig nog?”

Honda

“We hebben in Japan geen aristocratie, maar bedrijven. Toyota, Mitsubishi, Honda. Daar identificeren mensen zich mee. Dat is hun status, hun trots. Dan hoor je ergens bij. Ik kon niet eens een appartement krijgen omdat ik geen business card had”, zegt Haruki laconiek.

“Toen ik studeerde was er nog ruimte om te experimenteren. Zo ben ik de jazz-club begonnen. Maar de grondprijzen zijn nu zó hoog dat zoiets onbetaalbaar is. Mensen kunnen niet meer ontsnappen. De carrièreladder is heel voorspelbaar: een goede crèche, een goede lagere school, een goede middelbare school, een goede universiteit en dan een goede baan. Mis je één schakel, dan lig je eruit. Veel jongeren zijn rijk. Ze hebben geld, maar ze zijn niet gelukkig. Als ze eenmaal bij een bedrijf werken, zijn het economische slaven geworden.”

Er is weinig ruimte voor verandering. Haruki hoopt dat Japan onder druk zal worden gezet door het Westen om te veranderen. Dan wordt het gedwongen om andere culturen op te nemen, om opener te worden, vrijer. Dan zou ook de grondwet kunnen veranderen. De huidige hypocrisie vindt hij gevaarlijk.“De grondwet verbiedt een leger, maar we hebben een leger. En legers hebben de neiging om te groeien. Heeft Japan zo'n groot leger eigenlijk wel nodig?”

Veel jonge Japanners weten niet wat ze aanmoeten met de militairen, de democratie, de politiek. “Ze zitten in een vacuüm. Zij zien niets in de socialistische en communistische partij want dat zijn old-timers. En de regerende LDP wil niets veranderen. Wat gebeurt er als er een nieuwe leider opstaat?” Haruki is er niet gerust op.

De kritiek van Amerika op Japan kan volgens hem vreemde reacties oproepen. Hij wijst op een boek dat in Amerika net is verschenen, The Coming War with Japan. “Ik begrijp wel waar zoiets uit voortkomt. In Amerika kampen veel mensen met de recessie. Wij kennen dat niet in Japan. Voor Amerikanen is het heel makkelijk om de verantwoordelijkheid af te schuiven naar Japan. Alleen, wat voor reacties zal dat oproepen?

Daarover is Haruki bezorgd. In zijn kleine micro-cosmos doet hij wat hij kan. “Ik wil Japanse cultuur exporteren. Wij voeren alleen maar auto's en video's uit. Maar Japan zou films, muziek en romans moeten exporteren zodat we elkaar beter begrijpen. Iedereen kent kabuki, maar bijna niemand kent de moderne cultuur van Japan. Daarom ben ik in Amerika.”

Murakami heeft de Japanse roman niet alleen geëxporteerd. Hij heeft haar ook opnieuw ontworpen, een moderne stem gegeven die een leemte vult tussen de traditionele Japanse literatuur en de sensationele strip-romans die de Japanners consumeren alsof het rijst is. Zijn vertaler Alfred Birnbaum noemt Haruki “een John Irving in een literatuur die er nooit een gehad heeft”.

Bang dat hij een Amerikaan zal worden is Haruki niet. In Japan was hij daar eerder bevreesd voor. Hij was een teenager, zonder wil. Hij verzette zich tegen de Amerikaanse interventie in Vietnam, maar tegelijkertijd was hij dol op de Amerikaanse cultuur die na de Tweede Wereldoorlog Japan overspoelde.

“Amerika heeft ons opgevoed. In Japan ben ik opgegroeid met rock-en-roll en coke-en-hamburgers. Ik voelde me een Amerikaan worden. Wie weet word ik in Amerika wel Japanner.”