Franse toenadering

FRANKIJK NEEMT niet deel aan de geïntegreerde militaire samenwerking binnen de NAVO. De Franse minister van defensie neemt dan ook niet deel aan de vergaderingen van de defensieministers van de NAVO-landen die regelmatig plaatshebben voor overleg over de militaire samenwerking in de alliantie.

Deze situatie is het gevolg van het besluit van generaal De Gaulle die in 1966 zijn land terugtrok uit de militaire structuur van de NAVO. De Gaulle had een politieke reden: hij wenste zich niet te onderwerpen aan de dominantie van de Verenigde Staten in de alliantie. Maar het Franse besluit was ook logisch in die zin dat het Franse onafhankelijke kernwapen niet in de NAVO-strategie van afschrikking kon worden ingepast zonder deze autonomie grotendeels op te geven.

Inmiddels is Europa veranderd. Het communisme is failliet, het Warschaupact is in rook opgegaan, de Oosteuropese landen hervonden hun vrijheid en de Sovjet-Unie, alsmede haar nucleaire strijdmacht, is uiteengevallen. De Oekraïne telt nu de kernwapens op zijn grondgebied. De "oude demonen van nationalisme en racisme' - de term is van de Franse president François Mitterrand - dreigen te herleven en hebben in Joegoslavië al tot een tragedie geleid waarbij Europa machteloos toeziet.

VOOR DE LANDEN van Centraal- en Oost-Europa, in het bijzonder Polen, Tsjechoslowakije en Hongarije, is de NAVO de enige reëel bestaande veiligheidsgarantie. De regeringen in Warschau, Praag en Boedapest zouden liever nog vandaag dan morgen toetreden tot de alliantie. Het westelijke Europa van de Twaalf zal zich waarschijnlijk in Maastricht volgende week voorzien van een begin van een eigen gemeenschappelijk veiligheidsbeleid met - zoals de formule luidt - op termijn een gemeenschappelijk defensiebeleid. Het duurt dus nog even voordat het verenigde West-Europa, militair en anderszins, een vuist kan maken die elders - bijvoorbeeld bij "het door Servië gedomineerde Joegoslavische leger' (weer zo'n formule) - als effectief zal worden ervaren.

De Atlantische alliantie werkt intussen voort aan een "politiek' veiligheidsbeleid dat tegemoet kan komen aan de zorgen van Warschau, Praag, Boedapest en andere hoofdsteden in Oost-Europa. Blijkens een recente rede van de Franse minister van defensie, Pierre Joxe, erkent ook Frankrijk dat de NAVO een eigen rol heeft die vooralsnog niet door een Europese Politieke Unie kan worden vervuld. Joxe kondigde nauwere militaire samenwerking met de NAVO aan. De (militaire) akkoorden tussen Frankrijk en de NAVO moeten worden herzien, rekening houdend met de diepgaande geo-strategische veranderingen die in Europa zijn opgetreden en met de bevestiging (door de NAVO) van een Europese defensie-identiteit, zo zei minister Joxe.

ER ZIJN OBJECTIEVE redenen voor een bijstelling van het Franse beleid. De Franse militaire betekenis in de NAVO neemt relatief toe naarmate de Verenigde Staten, zoals Parijs gelooft, hun militaire presentie in Europa verminderen. Maar ook de Europese NAVO-landen inclusief Frankrijk schroeven hun defensie-inspanning terug, wat nauwe coördinatie bij de plannenmakerij gewenst maakt. Samenwerking is ook gewenst bij de uitbouw van een "Europese interventie-strijdmacht' die mogelijk te zijner tijd onder de aegis van de West-Europese Unie (WEU) van negen lidstaten zal optreden, maar grotendeels zal bestaan uit troepen die aan de NAVO zijn toebedeeld.

De NAVO en de Politieke Unie van de Twaalf zullen politiek en militair als communicerende vaten met elkaar verbonden moeten zijn om elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid hun aandeel te leveren aan het behoud van vrede en veiligheid op het Europese continent. Het is verheugend als Frankrijk praktische militaire consequenties verbindt aan dit inzicht, zoals minister Joxe die in het vooruitzicht heeft gesteld. Dat daarbij een zeker opportunisme een rol speelt, behoeft geen bezwaar te zijn.