Europees Parlement blijft een zijtoneel

BRUSSEL, 6 DEC. Het Europese parlement in Straatsburg krijgt na "Maastricht' meer macht. Maar zijn de parlementariërs dat ook waard? En zal het iets uitmaken? Twee dagen voor de top is het democratische gehalte van het nieuwe Europa een nader onderzoek waard.

De voorzitter van het parlement, Enrique Baron Crespo, vertelt bij iedere ministeriële onderhandelingsronde over het unieverdrag dat er een wangedrocht in de maak is. Zijn toespraken worden scherper naarmate Maastricht dichterbij komt - het nieuwe parlementaire wapen, dat afwisselend co-decisie, vetorecht of "negatieve instemmingsprocedure' wordt genoemd, vervult hem met weerzin. Nutteloos, ondoelmatig en verwarrend. “Waarom biedt u ons een vetorecht, politieke zelfmoord dus, in plaats van een eerlijke samenwerking”, zo sprak hij maandag de EG-ministers van buitenlandse zaken toe. “Wij weigeren categorisch dit te aanvaarden.”

Het dreigement maakte weinig indruk. Het manco van het parlement is immers dat het de Raad van ministers, het werkelijke centrum van de macht in de EG, nooit op de knieën kan dwingen. Dit college, nu eens verkleed als Landbouwraad met ministers van landbouw, dan weer als Energieraad met ministers van energie, is politiek vrijwel onkwetsbaar. Iedere minister is alleen jegens het nationale parlement verantwoording verschuldigd en verschijnt slechts in Straatsburg om er vrijblijvend wat vragen te beantwoorden. Eenmaal thuis dient de collegiale besluitvorming in "Brussel' als alibi, indien het nationale parlement aanmerkingen maakt. Als dat al gebeurt.

Toch heeft het Europese parlement sinds 1987 aan invloed als medewetgever gewonnen. Sinds de Europese Akte zijn de Raad en de Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, op een aantal terreinen in een samenwerkingsprocedure met het parlement gedwongen. Het parlement mag sindsdien amendementen indienen waar de Raad in een zogenoemde "tweede lezing' alleen met eenstemmigheid omheen kan. Van de 1.346 amendementen die zijn ingediend sinds 1987 zijn er 719 overgenomen, zo is door het parlement uitgerekend. Dat is 55 procent. Er zijn maar weinig parlementen die zo'n invloed op nationale wetgeving weten uit te oefenen, zo zegt de woordvoerder van het parlement. Maar over het gemiddelde politieke gewicht van de overgenomen amendementen, die vaak door lobbyorganisaties worden ingefluisterd, is dan nog niets gezegd.

Ook de discipline van de gemiddelde parlementariër stemt niet hoopvol. Van de 518 leden nemen er aan de stemmingen tijdens de maandelijkse plenaire vergaderingen in Straatsburg gemiddeld zo'n 300 deel. De rest is niet op komen dagen, door bezigheden elders in het gebouw verhinderd, of heeft na aankomst getekend voor de dagvergoeding en is meteen weer vertrokken. Het blad Europa van Morgen hield het absenteïsme gedurende oktober, december en januari bij en wees de zwakste landen aan. Van de Italianen vervulde 26,9 procent de stemplicht. De Fransen: 33,8. De Luxemburgers: 36,7. De Denen 41,3. De meest geïnteresseerden waren de Nederlanders (74,4), de Ieren (70,7) en de Britten (68,4). Het absenteïsme heeft absurde gevolgen als er een meerderheid van de leden nodig is (260), in plaats van een meerderheid van de aanwezige leden. Het komt dan ook voor dat het Europese parlement voorstellen niet kan aannemen, hoewel er tweehonderdvijftig leden voor zijn en bijvoorbeeld maar twintig tegen.

Nu krijgt het parlement dan "co-decisie'. Voorzitter Crespo had het betreffende artikel 189 B herhaaldelijk “rustig en kalm” gelezen, maar helder was het hem niet geworden. Commissievoorzitter Delors had het hele EG-verdrag nog eens doorgenomen en turfde nu vijf verschillende soorten bevoegdheden voor het parlement. Zou dat nog uit te leggen zijn aan de burger?

De Britse Europarlementariër Derek Prag heeft ervaring. Hij moet Europa regelmatig uitleggen op de wine and cheese-party's in zijn kiesdistrict Hertfordshire. Soms niet alleen aan zijn kiezers, maar ook aan zijn partij, de Conservatieven. Prag: “Ik geloof dat wij binnen de partij zo langzamerhand wel geaccepteerd zijn als een soort voorhoede. De kiezer realiseert zich ook wel dat het geen macht aan het parlement heeft verloren maar aan de Raad”.

Co-decisie proberen uit te leggen met een blokje kaas in de hand heeft voor hem geen hoge prioriteit. “Voor iedere toespraak geldt: probeer nooit meer dan drie dingen te zeggen. En: vermoei de mensen niet met details.”

Zijn bezwaar tegen co-decisie is niet dat het een ingewikkeld balspel is tussen Parlement en Raad, omzwachteld met fatale termijnen, stemprocedures van verschillend gewicht, revisies en "verzoeningscomités' dat in een parlementair veto kan uitmonden. Hij stoort zich aan het effect dat een veto zal hebben: het parlement mag alleen iets kapot maken. De Raad van ministers levert constructief werk: het stelt uiteindelijk de regel vast en blijft zo het centrum van de macht.

“Geen verslaggever zal ooit in de krant zetten dat het parlement géén veto heeft uitgesproken”, zo voorspelt Prag, zelf oud-journalist. Het parlement krijgt met co-decisie een eeuwig abonnement op de zwarte piet in de politiek. En dat “terwijl ieder fatsoenlijk parlement in de wereld zelf de wetten vaststelt”, aldus Prag. Het parlement blijft zo een zijtoneel, “ook als we dat niet zijn”.

Toch noemt hij de mogelijkheid voor het parlement om uiteindelijk over richtlijnen en verordeningen een veto uit te kunnen spreken een belangrijke verbetering. Het concept-verdrag voorziet in deze mogelijkheid bij regelgeving op het terrein van het vrije verkeer van werknemers, het recht van vestiging, interne markt-wetgeving, onderzoek en ontwikkelingsprogramma's, milieu, transeuropese infrastructuur, consumentenbescherming, volksgezondheid en cultuur.

Het is een zeer voorlopig lijstje - de Britten zullen volgende week hun uiterste best doen om het aantal nieuwe terreinen zoveel mogelijk te beperken. Dat zit niet zozeer in het veto-recht voor het parlement, dat de Britten morrend accepteren. De oorzaak is vooral dat aan het begin van de co-decisieprocedure de concept-richtlijn door de Raad van ministers bij gekwalificeerde meerderheid wordt vastgesteld en niet bij unanimiteit. Dat betekent dus veel minder macht voor afzonderlijke lidstaten om ongewenste regels al bij de geboorte dood te drukken.

Voor de meeste Europarlementariërs is het lijstje onderwerpen nog te beperkt. Prag vraagt zich af waarom de belangrijkste EG-onderwerpen er niet op staan: landbouw en handelspolitiek. Maar bovenal vindt hij het onbegrijpelijk dat de twaalf lidstaten straks hun justitie-samenwerking onderling willen regelen. Niet alleen het Europese parlement wordt dan gepasseerd, maar ook de Commissie, de Raad en het Hof in zaken als visa, asielzoekers, europol, terrorisme en drugs. “Daar is straks geen enkele juridische of democratische controle”, zegt Prag. Dat is niet aanvaardbaar voor een onderwerp dat zo nauw samenhangt met de vrijheid van het individu, meent hij. Maar is zo'n onderwerp wel toe te vertrouwen aan een parlement van 516 leden, waarvan er maar 300 echt meedoen? Prag: “Hoe meer verantwoordelijkheid het Europese parlement wordt geweigerd, des te minder valt er verantwoordelijk gedrag van te verwachten”.