Europa voor beginners

Hoeveel uur per week we mogen werken, welke asielzoekers we toelaten en wanneer we een nieuw land erkennen - het wordt allemaal geregeld in de Europese Polieke Unie. De leiders van de EG-landen willen er dinsdag in Maastricht een verdrag voor tekenen. Alleen zijn ze het nog niet eens wat er precies in moet staan.

Nu de vergaderhamer wordt geheven voor die ene grote klap, wil minister d'Ancona plotseling ook cultuur opnemen en probeert minister De Vries op de valreep er nog even een nieuwe pensioenregeling voor vrouwen in te krijgen. Zo vaak gebeurt het immers niet dat de EG-verdragen worden aangevuld.

De drang om steeds meer dingen samen te doen, bestaat al sinds de zes oprichters van de EG in 1951 het beheer over hun kolen- en staalindustriën samenvoegden. Vooral een gemeenschappelijke buitenlandse politiek spreekt tot de verbeelding - hoe machtig zullen we dan wel niet zijn? Maar het kwam er nog niet van. Nu ze een economisch blok vormen, waarvan in een Golf-oorlog of in Oost-Europa wat wordt verwacht, proberen de EG-landen het opnieuw.

Maar hoever moeten ze gaan? Federalisten - voor de één een scheldwoord, voor de andere een geuzennaam - zeggen dat de verschillende landen alles samen moeten doen wat ze niet op een betere manier alleen kunnen. Zij willen een soort Verenigde Staten van Europa, zeg maar met de huidige regeringen in de rol van Senaat, het Europese parlement als Huis van Afgevaardigden, en de Commissie (de ambtenaren die de EG draaiende houden) als regering. Ze zeggen dat dit het meest efficiënt en eerlijk is.

Ze worden wel bespot door anderen die vinden dat economische samenwerking genoeg is. Dat klinkt "realistisch', maar de vervlechting gaat gewoon door. Twaalf landen vormen straks één markt en daar worden we allemaal rijker van, hoera. Maar als ze het daarbij laten, verdwijnen de fabrieken die de hoogste lonen betalen en de meeste vrije dagen geven, want hun produkten worden te duur. Om te voorkomen dat "sociaal beleid' wordt weggeconcurreerd, zijn dus toch extra afspraken nodig. Of: de grenzen vedwijnen en dat is makkelijk voor het zakendoen en vakantie, hoera. Maar als het daarbij blijft, komen straks duizenden Marokkanen via Spanje hier naartoe. Dus maken regeringen toch afspraken over immigratie.

Zo komen er steeds meer Europese regels, de meeste zonder dat je het merkt. De vraag rijst of dat niet efficiënter en democratischer kan. Efficiënter omdat het soms tot diep in de nacht duurt tot twaalf ministers het eens worden, democratischer omdat geen parlement zijn minister daarbij nog goed kan controleren. Dit is de kern van al die onderwerpen die samen de politieke unie worden genoemd. En de reden waarom de onderhandelingen daarover zo moeizaam gaan.

Er zijn maar weinig ministers die makkelijk aanvaarden dat elf gelijkgestemde collega's - heel efficiënt - een Europese regel verzinnen waarmee zij het zelf niet eens zijn. En ministers die opkomen voor de macht van een parlement zijn er ook niet veel, zeker niet als dat helemaal in Straatsburg zit.

In de EG-verdragen staan al regels over meerderheidsbesluiten met enige parlementaire controle. Het eenvoudigst is het dus om de nieuwe onderwerpen waarover je Europees wilt beslissen daarin op te nemen, en het "democratisch gehalte' te verhogen. Maar dat betekent dat een regering over zo'n onderwerp voortaan niet meer alleen kan beslissen.

Verscheidene regeringen, vooral de grote, willen hun Europese afspraken, bijvoorbeeld die over buitenlands beleid, liever onderling regelen, buiten die bestaande EG-verdragen om. Kleine landen en de Europese Commissie vinden dit een beklemmend vooruitzicht. Maar ja, dat zijn kleine landen en ambtenaren. En regeren is compromissen sluiten, voor Europa is geen alternatief, zo hoor je vaak.

Waar het in Maastricht op uit kan draaien is: de regeringen beslissen over steeds meer zaken samen, op enkele terreinen bij meerderheid en de parlementaire controle hierop wordt iets minder slecht. Na “lange moeizame onderhandelingen waarin alle landen al het mogelijke hebben gedaan” enz. wordt dit in een verdrag vastgelegd en de twaalf nationale parlementen mogen alleen nog ja zeggen.