Ernstig verwijt

In 1983 was het een vrouwelijke werkneemster op Aruba, belast met de financiële administratie, die in de loop van een paar maanden 40.000 Antilliaanse guldens kwijtraakte.

De dagelijkse ontvangsten deed zij altijd keurig in een geldkistje en het kistje ging 's avonds in de safe. Ze had wel gemerkt dat er af en toe wat bankbiljetten uit het geldkistje verdwenen maar wie daarvoor verantwoordelijk was, wist ze niet. Een onverlaat misschien, die de combinatie van de safe kende en over reservesleutels beschikte.

Het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen vond de verklaring van de werkneemster te mager. Kon ze niks beters verzinnen dan moest ze de geleden schade vergoeden. Maar zaken die op de Nederlandse Antillen in hoogste feitelijke instantie beslist zijn, kunnen nog voor de Nederlandse Hoge Raad komen. Dat gebeurde en de Hoge Raad vernietigde het vonnis. Een werknemer, zo oordeelde de Hoge Raad, kan voor aan de werkgever toegebrachte schade eerst aansprakelijk zijn indien hem ter zake, alle omstandigheden in aanmerking genomen, een ernstig verwijt valt te maken. En uit het feit dat een werknemer, die met de financiële administratie is belast, geen verklaring kan geven voor ontstane tekorten, kan niet worden afgeleid dat hem een ernstig verwijt treft. De zaak werd terugverwezen voor nader onderzoek.

Zes weken geleden, 1 november 1991 om precies te zijn, was het weer zover. Ditmaal was het een verkoper van diepvriesprodukten, die een tekort van 7.000 gulden over een periode van zes maanden niet kon verantwoorden. Zijn werkgever - met de welluidende naam Den Brab - eiste schadevergoeding. De kantonrechter en de rechtbank vonden dat hij gelijk had. Maar opnieuw stak de Hoge Raad een spaak in het wiel. Uit het enkele feit dat de verkoper geen verklaring kon geven voor de tekorten kan niet worden afgeleid, zo overwoog de Hoge Raad, dat hij zo ernstig in zijn verplichtingen is tekort geschoten dat hij voor de geleden schade aansprakelijk is. En opnieuw werd de zaak terugverwezen naar de feitelijke rechter voor nader onderzoek.

”Ernstig verwijt' dus. Is dat een algemene regel? Geldt algemeen dat een contractant die tekort schiet pas aansprakelijk is wanneer hem een ernstig verwijt treft?

Nee, dat is niet zo. De hoofdregel is dat iedere tekortkoming tot schadevergoeding verplicht, tenzij de schuldenaar aantoont dat de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend. Maar in het arbeidsrecht ligt dat anders. Werknemers genieten in onze maatschappij - ook in die van de Nederlandse Antillen - extra bescherming. De Hoge Raad vindt dat er sprake moet zijn van een ”ernstig verwijt'. In het nieuwe vermogensrecht, dat per 1 januari 1992 van kracht wordt, staat geschreven dat de werknemer niet aansprakelijk is, tenzij de schade een gevolg van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Dat lijkt nog een graadje erger maar volgens de minister, die de nieuwe regeling in het parlement verdedigde, bestaat er tussen de twee formuleringen in wezen geen verschil. Deze opmerking hebben de Tweede en de Eerste Kamer zonder commentaar over zich heen laten gaan, dus dat is voortaan zo. ”Ernstig verwijt' is een uitdrukking die wij mogen gebruiken bij kastekorten e.d., in andere gevallen is het (blijkbaar) passend om te spreken over ”opzet of bewuste roekeloosheid'.

Vanwaar deze clemente behandeling van de werknemer? De gedachte is dat er op het werk zo veel mis kan gaan dat het niet aangaat de werknemer aan de strikte toets van ”iedere tekortkoming' te houden. Waar gewerkt wordt worden fouten gemaakt en we willen nu eenmaal dat werknemers werken. Of niet soms?

Werknemers kunnen tijdens hun werk ook schade toebrengen aan derden. Denk maar aan de schildersknecht die bij het afbranden van de verf het huis van zijns bazen opdrachtgever in brand steekt. Of aan de dragline machinist die de electriciteitskabels van de gemeente een voor een doorprikt. De eigenaar van het huis en de gemeente zouden de werknemer persoonlijk kunnen aanspreken. Maar ook in deze situatie is de werknemer niet aansprakelijk, tenzij er opzet in het spel is of bewuste roekeloosheid of - in de woorden van de Hoge Raad - hem een ernstig verwijt is te maken.

Wil de derde geld zien dan moet hij de werkgever aanspreken. Fouten van de werknemer zijn in beginsel voor risico van de werkgever.

Gelden dezelfde regels voor bestuurders van bv's? Een interessante vraag want een bestuurder is ook maar een werknemer, zij het dat hij tegelijk als bovenbaas moet fungeren.

Persoonlijk zie ik geen reden om enig onderscheid te maken. Ook voor de bestuurder geldt dat hij - af en toe - moet werken. Maar het recht is op dit punt onzeker. Men wijst erop dat een bestuurder een eigen verantwoordelijkheid heeft en dat speciaal voor de bestuurder de wettelijke bepaling geldt dat hij zijn taak ”behoorlijk' moet vervullen. Maar wat mij betreft maakt dat niets uit. Wie doet wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden, vervult zijn taak behoorlijk.