Een poes? Een draak? Een draad?; Mimegesprek met Rob van Reijn

In de tweede klas van de lagere school kreeg hij op zijn rapport “een nul voor rekenen en een tien voor pias”. Dat was goed gezien van de juf: de nu 62-jarige (panto-)mimer Rob van Reijn maakte van het gebarenspel zijn beroep.

Op de vraag waarom hij ging mimen, wijst hij naar zijn hazelip. Hij moest en zou aan het toneel, deze "Jan Ongeluk', zoals ze hem thuis noemden omdat hij het altijd klaarspeelde van een trap of in het water te vallen of met zijn nieuwe schoenen in een pot rode menie te stappen. Zijn spraakgebrek was voor het toneel een beletsel. Daarom schreef hij zich in aan de Rietveld Academie, afdeling Beeldhouwen, maar vergaapte zich aan studenten van de Toneelschool als Sieto Hoving, Kitty Jansen, Henk van Ulsen. Zij konden wat hij niet kon. Een jaargenote op de Rietveld attendeerde hem op de mime. Dat was eind jaren veertig. Van Reijn nam balletles bij Nel Roos en bij de Javaanse prins Jodyana. En hij spiegelde zich aan zijn grote voorbeeld Buziau, de legendarische Nederlandse clown die in 1958 overleed. In de jaren zestig kreeg Van Reijn zelf bekendheid met zijn schepping van het komische mannetje Maccus dat nu eens als babysitter dan weer als toeschouwer van een tafeltenniswedstrijd allerlei capriolen uithaalde. De geblankette kop van Maccus was afgekeken van de grote Franse mimekunstenaar Marcel Marceau.

De mime heeft zich sinds de jaren zeventig vermengd met alle andere theatergenres en de meeste beoefenaars schromen allang niet meer ook hun stem te gebruiken. Van Reijn is een van de weinigen die nog ouderwetse mime tonen. Hij is het stille spel trouw gebleven. Toneelredacteur Pieter Kottman zocht hem op in zijn theater en legde hem een aantal vragen voor, waarop Van Reijn niet in woorden maar in gebaren, al mimend, antwoord gaf. Op deze pagina het vraaggesprek, zoals dit werd vastgelegd door fotograaf Maurice Boyer.

Op de vraag of hij een staaltje van moderne Nederlandse mime kan laten zien, hangt Van Reijn het masker van Marcel Marceau naast een vuilnishoop en kijkt daar zelf ontgoocheld bovenuit. Maar als hem gevraagd wordt of hij dan de laatste der Mohikanen is, wiegt Van Reijn een denkbeeldige baby in zijn armen: er is dus nog hoop.

Sinds 1978 heeft Van Reijn een eigen theatertje in Amsterdam, aanvankelijk aan de Vinkenstraat, nu aan de Haarlemmerdijk. Twee jaar geleden vierde hij zijn veertigjarig jubileum met de voorstelling Het Reijngoud Mysterie. Voor zijn bijdrage aan de pantomime ontving Van Reijn onlangs in Frankrijk De Gouden Kastanje. De komende twee jaar zal hij met zijn nieuwe voorstelling Lof der Zotheid in binnen- en buitenland optreden.

Waarom werd u mimespeler?

Heeft u last van plankenkoorts?

Buziau was uw grote voorbeeld.

Hoe kwam dat?

Kunt u de Franse en

de Nederlandse mime uitbeelden?

Wat vindt u van de Nederlandse mime?

Wilt u een voorbeeld geven

van moderne Nederlandse mime

U bent altijd zo mild,

houdt u niet van satire?

Welke bloem wilt u uitbeelden?

Een varken, hoe doet u dat?

Een poes? RESERVE

Assepoester?

Een draak?

Een draad?

Oorlog en vrede?

Lubbers?

Marilyn Monroe?

Een bokser?

Een schilderij van Rembrandt,

Picasso,

Mondriaan?

Bent u de laatste der Mohikanen?