Documentaire-film verdient enige scepsis

AMSTERDAM, 6 DEC. Een documentaire is geen krantebericht. Wanneer de auteur suggereert dat hij een objectief beeld van de werkelijkheid geeft, is het verstandig bij voorbaat enige scepsis in stelling te brengen.

De onvermijdelijke subjectiviteit kan verschillende vormen aannemen: camera en montage oefenen altijd hun ordenende en schiftende invloed uit en werden in respectievelijk de "cinéma vérité' en de klassieke Sovjetfilm het belangrijkste instrument van de verteller. Tegenwoordig wordt er steeds vaker een ik-figuur geïntroduceerd, in beeld of op de geluidsband, vanuit wiens standpunt naar de waarheid gezocht wordt.

Die ik-figuur hoeft niet identiek te zijn aan de filmmaker. In de Nederlandse documentaire In de greep van de tango, die tijdens het vierde International Documentary Filmfestival Amsterdam (nog tot en met 11 dec. in bioscoop Alfa) zijn wereldpremière beleeft, voert regisseur Leendert Pot de Amsterdamse bandeonspeler Carel Kraayenhof op als gids. Kraayenhofs goed geïnformeerde passie voor de tangomuziek werkt aanstekelijk, vooral wanneer hij zelf speelt. Zijn ontmoetingen in Buenos Aires met een kenner, die gedurende een verblijf van dertien jaar in de gevangenis schriften vol informatie over de geschiedenis van de tango aanlegde, of met de oude grootmeester Osvaldo Pugliese overtuigen minder en voegen weinig wezenlijks toe aan de mooi gefilmde muzikale scènes. Pot zelf blijft bescheiden op de achtergrond en maakt de spanning tussen de Hollandse en de Argentijnse cultuur goed voelbaar door identificatie met de hoofdpersoon.

Andere, meer politiek geladen onderwerpen dwingen een documentarist tot grotere persoonlijke betrokkenheid. In de zeer autobiografische film Verriegelte Zeit gaat de tot voor kort Oostduitse regisseuse Sybille Schönemann vlak na de Wende op zoek naar de mensen die er voor zorgden dat ze een jaar in de gevangenis moest doorbrengen en haar jonge kinderen niet kon zien. Niemand wil die verantwoordelijkheid toegeven: de gevangenisdirectrice deed slechts haar plicht, de cheffin bij de DEFA-studio was nog maar net in functie, toen ze een door anderen opgestelde beschuldigende verklaring ondertekende, de auteur daarvan wil wel praten, maar volgende week, de rechter had geen keuze en de betrokken Stasi-functionaris volgde een bij zijn werk passende standaardprodecure. Schönemann neemt zelf alle interviews af en blijft verbazend kalm dóórvragen, zo uiterst effectief het mechanisme van een politiestaat blootleggend. Het feit dat de anonieme radertjes tijdens de interviews geconfronteerd worden met een van hun slachtoffers, vergroot hun schuldgevoel en behoeft nauwelijks commentaar.

De Engelse cineast Nick Broomfield speelt een andere rol, wanneer hij maandenlang de leider van de extreem-rechtse Afrikaner Weerstands Beweging, Eugene Terre Blanche volgt. We zien hem steeds in beeld verschijnen als geluidsman en regisseur van The Leader, His Driver and The Driver's Wife, de vermoorde onschuld die op quasi-stuntelige wijze tracht een interview te regelen met Terre Blanche. Hij krijgt slechts voet aan wal bij diens chauffeur, een goedmoedige Boer met terroristische connecties, die mede onder invloed van de filmopnamen (en de stem van het geweten van zijn vrouw) in toenemende mate twijfelt aan de juistheid van zijn positie. De ik-figuur van Broomfield is zo een dramatisch instrument geworden. De vorm dwingt de kijker tot stellingname, en daarom is de film spannender en eerlijker, ook al doet Broomfield zichzelf te onnozel voor, dan de even informatieve, "objectieve' film over hetzelfde onderwerp Hartseer Land van Saskia Vredeveld. Tot wat voor misverstanden veronderstelde objectiviteit kan leiden, toont Blood in the Face aan, waarin Anne Bohlen, Kevin Rafferty en James Ridgeway Amerikaanse racisten, neo-nazi's en Klansmen zonder commentaar aan het woord laten. Aan het slot van de film is een van de zegslieden ervan overtuigd dat de film een bijdrage zal leveren aan beter begrip voor zijn standpunt. Het is niet uitgesloten dat hij gelijk heeft, zeker wanneer de film, bij voorbeeld op televisie, aan een breed publiek zou worden vertoond.