Delors: Britten zijn niet de enige dwarsliggers

BRUSSEL, 6 DEC. Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie, gelooft dat de problemen die worden verwacht op de Europese top van Maastricht niet uitsluitend te wijten zijn aan de houding van de Britten.

Denemarken, Portugal en Ierland zijn “weigerachtig” over de voorstellen die zijn gedaan voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, zo zei Delors, de Spanjaarden hebben er weer moeite mee als de cohesiepolitiek niet in de verdragstekst wordt ingeschreven, omdat zij die politiek beschouwen als “hoeksteen van het huwelijkscontract”.

Op zijn - met veel hilarische opmerkingen gekruide - persconferentie aan de vooravond van de top gaf Delors met dit soort voorbeelden aan hoe moeilijk het volgende week zal worden. Het ontwerp-verdrag over de Economische en Monetaire Unie was volgens Delors “goed”, maar de passages in het verdrag over de politieke unie die betrekking hebben op het gemeenschappelijke buitenlandse beleid karakteriseerde hij als “onwerkbaar”.

Delors ridiculiseerde de procedures die daarbij zullen gelden - stemmingen met gekwalificeerde meerderheid of unanimiteit - als er bijvoorbeeld een bezoek gebracht zou moeten worden aan een Oosteuropees land. Warschau, Praag of Boedapest? Per vliegtuig? Een lunch aan boord? Maar dan zal er ook een opting out-clausule moeten zijn voor de vegetariërs! Delors voorspelde dat een dergelijk systeem het geen twee jaar zou uithouden.

Als de top zou mislukken, zo liet Delors doorschemeren, dan zou hij zich, samen met zijn collega's in de Europese Commissie, beraden op de toekomst. Moet er dan misschien een Maastricht-2 komen? Of een Lissabon-1 of een Londen-1, repliceerde de Commissievoorzitter, doelend op de landen die na Nederland het voorzitterschap zullen bekleden.

Delors waarschuwde dat de geschiedenis heeft bewezen dat een slecht verdrag dezelfde gevolgen heeft als een mislukking. Van het opnemen van de clausule over herziening in 1996 verwachtte hij niet al te veel goeds: daardoor wordt de verleiding alleen maar groter om zaken naar die datum te verschuiven.

Wat betreft het Britse verzet tegen het opnemen van een sociale dimensie in het verdrag waarschuwde hij dat, hoezeer hij ook begrip had voor de Britten, het onverenigbaar zou zijn met de concurrentieregels van de Gemeenschap: als de Britten zich niet aan dezelfde sociale verplichtingen zouden hoeven te houden als de andere lidstaten, dan zou het land een paradijs worden voor investeerders uit Japan. En waarom zou Spanje dan geen "opting out' eisen voor milieuregels?