De dichters zijn ziek van de wereld; Gesprek met Mario Luzi

Als ik de Italiaanse dichter Mario Luzi voor de eerste keer in levenden lijve zie, schrik ik een beetje.

Wat een kwetsbare man! Niet alleen is hij al vrij oud - met zijn 77 jaar moet hij de oudste zijn van ons gezelschap dat in Dublin bijeen is voor de uitreiking van de Europese Literatuurprijzen - hij wekt ook de indruk uitgeput te zijn. De afgelopen dagen heb ik op mijn hotelkamer in zijn bundel De onmetelijkheid van het ogenblik zitten lezen, een oude vertaling van de hand van Frans van Dooren (uitg. Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie, Kessel-Lo België), en ik ben verrast door de zuiverheid van zijn werk, maar is dat niet eerder een reden te meer om hem nu maar met rust te laten?

De volgende morgen, als eenmaal bekend is dat Luzi de literatuurprijs heeft gekregen, is hij er gelukkig beter aan toe. We zitten op zijn kamer in het Shelbourne-hotel en als hij de overgordijnen heeft opengedaan, valt het zonlicht plotseling rijkelijk naar binnen. Hij vertelt dat hij de dag tevoren tien uur onderweg is geweest. Om zes uur had hij zijn huis in Florence verlaten om op tijd op het vliegveld te zijn, maar pech had hem achtervolgd. Door de dichte mist was er aanvankelijk geen luchtverkeer mogelijk, en toen hij eindelijk weg kon, werd hij met propellor-vliegtuigen eerst naar Brussel en Bristol gevlogen.

Maar nu is Luzi blij dat hij gekomen is. Hij voelt zich ten zeerste vereerd met zijn Europese prijs. “Ik was al vereerd dat ik op de shortlist terecht was gekomen.” Ik begrijp waarom Mario Luzi in Italië de naam heeft bescheiden te zijn. De vertaler Frans van Dooren heeft me voor ik wegging verteld dat Luzi sinds de dood van Montale algemeen als de grootste levende Italiaanse dichter wordt beschouwd en waarom zou zo iemand niet voor een Europese prijs worden genomineerd? Kenners, zo zegt Van Dooren, noemen hem in één adem met mensen als Quasimodo en Ungaretti.

Afzijdig

Kenmerkend voor Luzi is dat hij zich, anders dan de meeste andere schrijvers, nooit aan een stroming of groepering heeft willen binden. Dat heeft hem moeilijk plaatsbaar gemaakt. In het hierboven genoemde bundeltje staat een gedicht, "Bij de Bisenzio', dat een discussie weergeeft tussen de dichter en vier gestalten. Ze verwijten hem afzijdigheid. De wereld is er zo verschrikkelijk aan toe en hij doet niets. Mijn weg, antwoordt Luzi dan, was langer dan die van jullie en liep door een ander gebied. “Ik werk ook voor jullie.”

Problemen

Luzi vertelt dat het gedicht ontstond in de tijd van de koude oorlog, eind jaren vijftig. “Alle intellectuelen waren in die jaren bij de communistische partij of ze steunden de katholieke regering. Ik had echter vrienden aan beide kanten en dat gaf vaak problemen.

“Ik heb een ander uitgangspunt. Ik ga uit van een mens die op zoek is, met zijn eigen middelen, zijn geweten, zijn intelligentie, om vooruit te komen in waardigheid. Voor mij is het belangrijk om vrij te blijven. Ik wil niet bij een ideologie behoren. Ik ben ook geëngagaeerd, maar dan met mijn geweten en mijn intelligentie.”

Zijn laatste boek Frasi e incisi di un canto salutare (Zinnen en tussenzinnen van een heilzaam lied) dat nu in Dublin is bekroond, noemt Luzi een poging om te komen tot een verzoening van de tegenstellingen in ons leven. We hebben, zegt hij, veel ervaringen die niet goed met elkaar in overeenstemming te brengen zijn. We worden geconfronteerd met ons geweten, met onze intelligentie en ons geduld en die vragen verschillende reacties. We streven echter naar een toestand waarin tegenstellingen ontbreken, waar een hogere harmonie is.

De bundel verschilt daarin van Luzi's vorige, Per il battesimo dei nostri frammenti (Voor het doopsel van onze fragmenten) uit 1985. “In dat boek was ik bezig met het geweld dat ik overal zag. Geweld in verschillende betekenissen: het terrorisme, de mafia, maar ook het geweld van de staat dat immers veel spontane beweging onderdrukt.

“U weet dat het geweld in de jaren zeventig in Italië een hoogtepunt bereikte. Er was geen mondelinge communicatie meer mogelijk. Ik wilde in mijn bundel proberen die traumatiserende gebeurtenissen te begrijpen. Ik ging in op de contradicties die er aan ten grondslag lagen. Hoe was de verhouding tussen Italië, Europa en de wereld? ”

In zijn laatste boek probeert Luzi de mens in harmonie te brengen met de wetten van de natuur. “Ik heb gedichten gewijd aan bepaalde dieren, die leven volgens universele wetten.” Luzi heeft de overtuiging dat de dieren, veel meer dan de mensen, in harmonie met hun omgeving leven. “Dieren kennen geen contradicties. Geluk is een menselijk idee. Het leven in de natuur kan ons een idee geven van een rijp, elementair en simpel bewustzijn.”

Christen

Met zijn gedichten over morele vraagstukken grijpt Mario Luzi terug op de christelijke klassieken. “Ik weet niet of ik christen ben. Dat is een zware verantwoordelijkheid. Maar ik weet wel dat ik werk in een christelijke cultuur. Ik hecht veel waarde aan wat Paulus en Augustinus hebben geschreven. Onze geschiedenis is de geschiedenis van de christelijke mens. Voor mij is het erg belangrijk om te leven met de religieuze en literaire personen uit de tijd dat het heidendom overging in het christendom.”

Mario Luzi vermoedt dat hij in dit opzicht nogal verschilt van de meeste van zijn tijdgenoten. “Ik zie weinig vergelijkbaars. Het gewetensonderzoek, de introspectie, dat doet verder bijna niemand. De poëzie uit de tweede helft van de twintigste eeuw is een poëzie die niet meer over of tegen de wereld praat. Dichters staan niet langer tegenover de wereld maar ze maken er deel van uit en ze lijden aan de wereld. De dichter is zelf ziek.”

Volgens Luzi verschilt deze tijd in dit opzicht sterk van de voorafgaande romantische en idealistische perioden uit de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. “Er heeft zich een epistemologische verandering voorgedaan in de poëzie. Mijn boeken komen nog uit deze cultuur voort.”

Vanaf mijn bundel Nel magma (1963), een titel die verwijst naar de vulkanische materie, "dat wat nog niet vast zit', begreep ik dat in een tijd als de onze een dichter geen macht heeft om wetgeving, de principes te geven. Hij onderzoekt slechts, tussen de andere mensen.''

Dat nu ook andere Europese landen hun waardering voor Luzi hebben getoond, hoeft volgens de dichter niemand te verbazen. Zo bescheiden is hij nu ook weer niet. Hij vertelt dat er de laatste jaren vertalingen van zijn werk zijn verschenen in Duitsland, Zweden en Amerika. “Ik verwerk weliswaar veel landschappen uit mijn omgeving in mijn poëzie, maar de uitbeelding ervan is universeel. Zelfs in Finland zijn er nu pogingen gedaan mijn werk te vertalen, met een verrassend muzikaal en harmonisch resultaat.”