De archieven van het Communisme dreigen te verdwijnen; We willen gevallen helden redden

Met het einde van het Communisme gingen in Moskou en elders in Oost-Europa de hermetisch gesloten archieven stukje bij beetje open. Maar nu dreigt een nieuw gevaar. De toenemende chaos en armoede maken onderhoud en ontsluiting bijna onmogelijk. Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam bindt de strijd aan tegen schimmels, ongedierte en onverschilligheid

Eind jaren dertig reisde Annie Adama van Scheltema, de weduwe van de dichter, Midden- en Oost-Europa af om archieven en bibliotheken van de socialistische beweging uit handen van de nazi's te redden. In Wenen wist ze in 1938 de manuscripten van de Russische anarchist Michail Bakoenin voor de neus van de binnengemarcheerde Duitse troepen weg te kapen. Ze stalde de pakken zolang bij de plaatselijke correspondent van het Algemeen Handelsblad, die op dat moment net niet thuis was. De man kreeg de schrik van zijn leven en toen ze ze later kwam ophalen was hij woedend. Maar de Nederlandse gezant bood hulp en ze kon haar bagage met een diplomatiek paspoort in een slaapwagen van de Oriënt-Expres in veiligheid brengen. Adama van Scheltema was bibliothecaresse van het speciaal voor dit doel in Amsterdam geopende Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG).

Amsterdam bleek uiteindelijk ook geen veilige plek. Een deel van de collectie kon tijdens de bezetting naar Engeland worden overgebracht, maar de Duitsers hebben veel weggehaald. Het meeste is na de bevrijding teruggehaald.

Opnieuw is de politieke situatie in Europa onzeker, nu niet door de dreigende komst van een totalitaire overheerser uit Duitsland, maar juist door het verdwijnen van de communistische dictatuur in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. Wat was het mooi toen door de val van het communisme archieven open gingen die tientallen jaren gesloten waren geweest, van de Communistische Partij tot aan de KGB! Er duiken lang verloren gewaande collecties op. Het door de Duitse bezetters gestolen archief van de Amsterdamse uitgever Allert de Lange kwam in Oost-Duitsland boven water, evenals een deel van het archief van de Socialistische Internationale dat afkomstig is van het IISG.

In Moskou kwam een gigantisch "Speciaal Archief' te voorschijn met in de oorlog op de Duitsers buitgemaakt materiaal. Dat bevatte onder meer het archief van de Sûreté Générale, de Franse geheime dienst, van het begin van de negentiende eeuw tot 1940, met driehonderdduizend dossiers plus een miljoen kaartjes met gegevens over geheime agenten en verdachte personen. Er is ook een enorme door de nazi's uit alle hoeken van Europa bijeengeroofde collectie over de vrijmetselaarsloges tussen de zeventiende en de negentiende eeuw. De twee verzamelingen waren na de oorlog in 43 treinwagons naar Moskou vervoerd en in het Speciaal Archief verstopt.

Ook voor Amsterdam is het opletten. "In het Amsterdamse Instituut voor Sociale Geschiedenis heeft men waarschijnlijk geen voorstelling van wat voor waardevol materiaal van hen in Moskou ligt', zei de voormalige directeur van het Speciaal Archief Anatoli Prokopenko, inmiddels ondervoorzitter van het nieuwe Russische archiefcomité, onlangs in een interview. Veel van het Amsterdamse materiaal werd in verband met de bombardementen op Berlijn in 1943 door de Duitsers naar het Silezische Ratibor (nu Polen) geëvacueerd en er kan daarvandaan later heel goed het nodige door het Sovjet-leger zijn meegenomen.

Het probleem is dat het Speciaal Archief nog steeds praktisch ontoegankelijk is. Jaap Kloosterman, de onderdirecteur van het IISG die over de verzamelingen gaat: "Ik heb het stuk van Prokopenko gezien en een Russische collega gevraagd de zaak uit te zoeken. En dit is nog niet alles. Er zijn ook boeken teruggekeerd van het voormalige Instituut voor Marxisme-Leninisme in Moskou en er schijnt nog een en ander uit het IISG in Minsk te zijn. Maar het is voor de Russen zelf ook vaak moeilijk om vast te stellen waar het materiaal vandaan komt.'

Gekonkel

De communisten hadden er een handje van de archieven dicht te houden, maar ze bewaarden ze wel. Hun eigen geschiedenis en die van de "arbeidersbeweging' in het algemeen had daarbij hun bijzondere zorg.

De nieuwe heersers hebben grote belangstelling voor de "witte plekken' van de sovjet-geschiedenis. Ze zien vooral graag dat het gekonkel van de vroegere bonzen aan de kaak wordt gesteld. Maar om de geschiedenis van de socialistische, laat staan de communistische beweging geven ze weinig. Archieven en bibliotheken op dit gebied, die vroeger scheutig door de partij werden gefinancierd, hoeven in de huidige beroerde economische situatie niet op bijzondere geldelijke steun van de overheid te rekenen.

Sommige collecties waren onder het communisme gehuisvest in kerken en kloosters die nu hun oorspronkelijke bestemming terugkrijgen. "In Tsjechoslowakije worden ze daarom overgebracht naar vochtige kazernes een eind buiten Praag die inderhaast door Sovjet-troepen zijn achtergelaten', zegt Kloosterman. "Het materiaal van het opgeheven Praagse Instituut voor Marxisme-Leninisme dreigt helemaal te verdwijnen. Het twee jaar geleden gesloten zusterinstituut in Oost-Berlijn zag geen andere oplossing dan een deel van de collectie bij de vuilnisbak te zetten.'

Ook in de Russische archieven en bibliotheken heersen schrikbarende toestanden. De Petersburgse cultuurpaus Dmitri Lichatsjov roept al jaren om hulp. De instellingen zijn veel te klein behuisd, de gebouwen zijn slecht onderhouden en niet beveiligd tegen brand- en waterschade, de temperatuur en de vochtigheid van de lucht zijn niet aangepast, daken lekken, er staat schimmel op de muren en het krioelt er van het ongedierte. De documenten vergaan tot stof. Aan alles is gebrek, aan kopieermachines, microfilmapparaten, restauratiemateriaal, om van computers nog maar te zwijgen. De archivarissen worden zo slecht betaald dat ze vorig jaar in staking zijn gegaan. Tot voor kort waren elite-archieven als die van de Partij veel beter af, maar ze dreigen nu naar hetzelfde peil af te zakken.

Oost-Europa heeft hulp nodig. Archieven zijn dan misschien geen eerste levensbehoefte maar ze zijn wel absoluut noodzakelijk om het verzwegen verleden te achterhalen. Het IISG wil zijn doelstelling getrouw de sociaal-historische collecties redden. Samen met enkele verwante Westerse instellingen heeft het een "consortium' in het leven geroepen om praktische hulp te bieden aan bedreigde archieven en bibliotheken. Maar de methoden van Annie Adama van Scheltema horen definitief tot het verleden. "We zijn absoluut tegen overname of plundering van de collecties', zegt Kloosterman. "Ze horen daar thuis en moeten daar blijven, mits ze maar toegankelijk zijn. Voorkomen moet worden dat bibliothecarissen of archivarissen de verzamelingen clandestien van de hand doen. Dat risico is niet denkbeeldig, want nu al duiken er stukken uit bibliotheken en archieven op, in Italië bijvoorbeeld een dagboek van de secretaris van Togliatti.'

Het Amsterdamse instituut wil zijn aandacht nu concentreren op Tsjechoslowakije en Moskou. "Nog dit jaar wordt een bureau geopend in Praag, waar twee medewerkers de noden en wensen van de betrokkenen gaan inventariseren', aldus Kloosterman. "Een van de twee is de historicus Pavel Seifter, die model heeft gestaan voor de glazenwasser uit De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Milan Kundera. Dan pas kunnen we bepalen welke concrete technische hulp we kunnen bieden. Maar dat kost geld, en dat hopen we hier bijeen te brengen.'

Actieblaadjes

Na Praag volgt Moskou, waar de grote collecties van het voormalige Instituut voor Marxisme-Leninisme gevaar lopen nu ze door de Russische regering van Boris Jeltsin zijn genaast. Archief en bibliotheek zijn uit elkaar gerukt en de bibliotheek is zelfs verzegeld door de gemeente Moskou; veel medewerkers worden ontslagen. Wat rest van het instituut wil doorgaan onder de naam "Onafhankelijk Instituut voor de Bestudering van Nationale en Sociale Vraagstukken'. Voor geld hebben de "wetenschappelijke atheïsten' van voorheen zelfs een beroep gedaan op de Russisch-Orthodoxe Kerk.

Het IISG, dat zeventig procent van de manuscripten van Marx en Engels in huis heeft, is ook betrokken bij de voortzetting van de Gesamtausgabe van het werk van Marx en Engels. Vroeger werd die door Oost-Berlijn en Moskou verzorgd, maar de oorspronkelijke uitgevers zitten aan de grond. Van de geplande 180 delen zijn er 40 verschenen. Het eenenveertigste deel verschijnt nu binnenkort mede onder verantwoordelijkheid van het IISG.

Het instituut heeft er inmiddels een nieuwe taak bij: het documenteren van de recente anticommunistische revoluties in Oost-Europa. Er wordt een collectie aangelegd van de ontelbare pamfletten en actieblaadjes die de laatste jaren zijn verschenen. Verder zijn er afspraken gemaakt om de tienduizenden getuigenissen van slachtoffers van de terreur die door de Russische antistalinistische vereniging Memorial zijn verzameld op microfilm te zetten en in Amsterdam toegankelijk te maken.

"We verzamelen ook aanplakbiljetten en schilderijen en we spelen zelfs met de gedachte enkele van hun sokkel gehaalde communistische helden naar Amsterdam te halen', zegt Kloosterman. Het Lenin-mausoleum met inhoud zal wel te duur in het onderhoud zijn.