Conflicten beheersten commissie van PvdA

DEN HAAG, 6 DEC. Het rapport van de commissie Van Kemenade over het intern functioneren van de PvdA is met grote conflicten tot stand gekomen. Een van de commissieleden, B. Tromp, heeft in een evaluatierapport felle kritiek geuit op de werkwijze van voorzitter Van Kemenade.

“Het werk in de commissie Van Kemenade werd voor iedereen een bezoeking. De commissie begon met grote geestdrift, maar zij werd geleid door een voorzitter die de PvdA niet kent”, zei Tromp vanochtend. “Ik heb van veel PvdA-commissies deel uitgemaakt, maar zo erg is het nooit geweest.”

De commissie Van Kemenade werd vorig jaar ingesteld om voorstellen te doen voor vernieuwing van de PvdA. Deze zomer presenteerde Van Kemenade, burgemeester van Eindhoven, het eindrapport "Een partij om te kiezen'.

Achter de schermen woedde inmiddels een heftig conflict tussen de commissieleden en Van Kemenade. Uit de evaluatie van Tromp van het werk in de commissie blijkt dat de voorzitter in feite al was afgezet toen hij het rapport presenteerde.

“Het probleem was dat Van Kemenade de conclusies al klaar had liggen, toen de discussie nog moest beginnen. Alles was omgekeerd: besluitvorming vooraf en meningsvorming achteraf”, zegt Tromp.

Van Kemenade vindt het onverstandig van Tromp om zo'n evaluatie te schrijven. Volgens hem levert het werk in dergelijke commissies altijd spanningen op en is het belangrijkste dat de commissieleden het rapport hebben ondertekend.

Ook commissielid P. Kalma, directeur van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, betreurt Tromps schrijven. “Er waren veel spanningen in de commissie, maar we zijn er uitgekomen. Het is toch vreemd om zes maanden na dato met zo'n evaluatie te komen. Dat heeft veel weg van een persoonlijke wraakneming.”

Pag 3:

"Van Kemenade niet open voor kritiek'

Tromp vindt dat Van Kemenade verkeerd te werk ging. “Hij had de aanbevelingen klaar terwijl de basisteksten nog in de maak waren.” Van Kemenade kwam met tachtig aanbevelingen die volgens Tromp geen samenhang vertoonden, of al in de partijstatuten geregeld waren. “Het was duidelijk: Van Kemenade kende de partij niet. Zijn voorstellen vormden een grauwsluier van onnozelheden en domheden.”

In juni ontstond er een conflict tussen Van Kemenade en de overige leden van zijn commissie, onder wie F. Rottenberg (kandidaat voor het voorzitterschap van de PvdA), K. Schuijt (hoogleraar sociologie) en S. Stuiveling (lid van de Rekenkamer). Van Kemenade verliet de bijeenkomst, Tromp en P. Kalma deden een poging om alsnog een “coherent rapport” te schrijven. “We kwamen onder grote druk te staan om het rapport af te maken”, aldus Tromp. “We hebben een concept met aanbevelingen gemaakt en dat aan Van Kemenade voorgelegd.” Maar Van Kemenade heeft daarop geschrapte aanbevelingen weer in de tekst gevoegd en de nieuwe aanbevelingen van Tromp en Kalma verwijderd.

“Dat vond ik echt naargeestig”, aldus Tromp. “Dat optreden was van een grofheid die zelfs in de PvdA ongebruikelijk is. Veel van zijn aanbevelingen was gewoon onzin.” Tromp en Kalma hebben opnieuw de tekst bewerkt en weer veel van de toevoegingen van Van Kemenade geschrapt. Op 4 juli presenteerde Van Kemenade een eindrapport waarvan hij zelf niet meer de eindauteur was. Naar buiten wilde de commissie echter de schijn van eenheid bewaren. Het rapport moest door de voorzitter van de commissie worden gepresenteerd.

“Het rapport was uiteindelijk een compromis en ik vind dat de hoofdzaak te verdedigen is”, aldus Tromp. De commissie-Van Kemenade pleit voor een vrij debat in de PvdA en openheid voor kritiek. Maar volgens Tromp is daarvan in de commissie weinig terechtgekomen. “Aan kritiek bleek de voorzitter een broertje dood te hebben zodra die zijn voorstellen betrof. Dan was er van inhoudelijke tegenwerpingen of argumenten geen sprake, alleen van negeren of van procedurele smoesjes.”