2500 Palindromen in Symmys; De s-pit-truc en de z-fabriek

Battus: Symmys. Uitg. Querido, 100 blz. Prijs ƒ 29,90.

Battus' Opperlandse taal- en letterkunde uit 1981 bevatte uiteraard een paragraaf over palindromen, met op de tegenoverliggende bladzijden talloze voorbeelden. Alle liefhebbers konden aan de slag: het stond iedereen vrij het Opperlands te verrijken, Battus nam vooral de rol van bijbelboekhouder op zich. Een jaar na verschijning verscheen in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant het artikel "Opperland revisited' met aanvullingen op paragrafen en nieuwe voorbeelden. Onder "paragraaf 25' schrijft Battus op die pagina: “Hierbij een staaltje uit het Internationale palindroomboek.” Het nu verschenen symmys moet de realisering van dat droomboek zijn.

Woorden als "pop', "lepel' en "parterretrap' heten in het boek keerwoorden en zinnen die we achterstevoren kunnen lezen ("Mooie zeden in Ede, zei oom') noemt Battus symmys (enkelvoud: symmy). Dit om duidelijk te maken dat het om één nauw omschreven groep zinnen gaat. Het woord symmys is nieuw. Battus wilde natuurlijk een Nederlandse tegenhanger van Retroworter (Duits voor "palindromen'). We moeten afwachten of het woord de woordenboeken zal halen.

Het boek met de titel symmys (de tweede "s' moet gespiegeld worden) is het produkt van eeuwen wereldomvattende arbeid, met een rijkdom en een vernuft waar men alleen maar ademloos naar kan kijken. Battus verzamelde 2500 voorbeelden van symmys uit veel talen, en geeft in de voetnoten nog varianten, vindplaatsen van collecties en gedichten en verhaaltjes die omkeerbaar te lezen zijn. Naar aanleiding van een van de 25 afgedrukte symmys geeft de auteur op elke bladzijde ook een korte toelichting. Dat levert 100 voetnoten op.

Het vervelende van palindromen is dat we te vaak met weinig genoegen moeten nemen. De regels van de taal leggen beperkingen op zodat er uitingen ontstaan waarvoor nauwelijks meer een context denkbaar is. ("Laat af, Sire; drop, ook 'n kooporder, is fataal'). Beter zijn de zinnen, die er zo gewoon uitzien dat je je zelfs kunt verbeelden ze wel eens te hebben gehoord ("Steeds in ere heren, is de ets'). De laatste is van Piet Burger, Nederlands kampioen symmysmaker met een score van 400. Battus: “Waarom krijgt Piet geen eredoctoraat?”

Geduld

Er schijnen mensen te zijn die de lol van symmys niet inzien. Na lang nadenken heb ik besloten dat ik me dat kan voorstellen maar dan blijft nog de vraag waarom. Ik heb het boek symmys niet kunnen lezen zonder er voortdurend aan te denken dat ik ook zulke zinnen moet proberen te maken. Heeft niet iedereen dat? Of hebben anderen minder geduld en hebben ze daarom geen zin? Natuurlijk is er veel dor hout onder symmys maar men moet het genre beoordelen op zijn hoogtepunten.

Ik loop over straat en lees een woord op een bus of op een reclamebord: is het omkeerbaar? Is "omkeerbaar' te gebruiken? Ik zit te schrijven en kijk even op. Ik zie de samenstelling "in elkaar' op een krant staan. "Raak Leni, in elkaar', dat past. Het is niet de allervernuftigste constructie maar het is ook geen onzin. Natuurlijk ben ik niet de eerste die iets maakt met "in elkaar' en ook met "Leni' is iemand me al voor geweest: “Raak! Leni: "Raaivak stort trots kaviaar in elkaar' ” is symmy 1804 bij Battus. Raaivak? Het is een mooie omkering maar wel erg gezocht. Misschien moeten het in deze zin, heel laf, respectievelijk "bal' en "lab' worden.

In de noot op p. 49 vertelt Battus iets over de techniek van het symmy-maken. Hij legt uit dat met een "pit' als smoorde vol love droom woordenparen moeten worden gevonden waarvan het tweede woord een "s' te veel heeft: paal-slaap, klap-spalk, enzovoorts. Dus: "Paal smoorde vol love droomslaap'. Dit noemt hij de s-pit-truc. Er is ook een s-schil-truc, dit is als de eerste en laatste woorden al gevonden zijn en er nog omkeerbare woorden minus begin- of eind-s in het midden moeten worden toegevoegd. Als we dit, aldus Battus, de s-fabriek noemen, dan zijn er duizend verschillende symmys te bedenken. Daarnaast heb je ook nog de z- en de t-fabriek, aldus Battus. Tja, natuurlijk, er zullen bij voorbeeld ook p- en k-fabrieken zijn.

Een bekend voorbeeld uit de z-fabriek is "Mooie z .... zei oom'. Volgens Battus heeft symmys-kampioen Piet Burger hier al meer dan vijftig varianten op gemaakt. Op 47 bladzijden in het boek is er een voorbeeld van opgenomen en daarnaast is er nog een aantal voorbeelden met alleen "Mooi .... ioom'.

Natuurlijk zijn er, zoals gezegd, symmys waar met de beste wil van de wereld geen geloofwaardige context bij te bedenken is. Battus zal dat niet ontkennen. Aan het gebruik van eigennamen stelt Battus paal en perk. Zo blijkt hij een hekel te hebben aan de zin "Nelli plaatst op 'n parter...' etc., wat voor zeer veel Nederlanders de eerste symmy is geweest die ze hoorden. Het gaat geloof ik vooral om de naam Nelli, zonder "e'. Streng is Battus ook waar het het gebruik van plaatsnamen geldt: Etten ligt volgens hem "erg ver weg'. Waarom eigenlijk? Omdat de plaats in Brabant nu Etten-Leur heet?

n letters

Hedendaagse symmologen worstelen met een aantal problemen. Zoals: Wat maakt een taal meer of minder geschikt voor symmys? Hoe groot is de kans dat iemand zonder opzet een symmy van n letters neerschrijft? Hoe komt het dat we tot 1600 de symmys in losse exemplaren vinden, in de zeventiende eeuw bij tientallen, in de negentiende eeuw bij honderdtallen, en in de twintigste eeuw bij duizenden? Wat maakt een symmy zo vreemd en wat maakt hem zo aantrekkelijk? Het zijn interessante vragen waarvan je tevoren al weet dat ze niet te beantwoorden zijn.

Volgens Battus, die zelf een produktie heeft van tussen de tien en honderd symmys, bestaan er wereldwijd wel tienduizend. Alleen het interessantste kwart is in het boek opgenomen. Symmys bevat zeshonderd Nederlandse en evenzovele Engelse symmys. Verder zijn Grieks, Latijn, Duits, Spaans, Italiaans, Frans, Russisch maar ook Zweeds, Japans, Chinees, Hittitisch, Sanskriet en nog enkele andere talen vertegenwoordigd. Uit geen enkele kunsttaal zijn voorbeelden van symmys opgenomen. Logisch, want niemand spreekt een dergelijke taal vanaf zijn geboorte, dus dan is het direct al een stuk moeilijker.

Helaas is het mij niet gelukt een mooie, goedlopende symmy te maken - ik bleef steken bij de schillen en pitten. Welke Sire, Ina of Dré ik ook te hulp riep: Neenee, geen symmys, nee, geeneen.