Verzoenend gebaar Michels neemt boosheid Gullit weg

THESSALONIKI, 5 DEC. Terwijl zijn ploeggenoten tegen de Grieken de kwalificatie voor het Europees kampioenschap veiligstelden zat Ruud Gullit, de aanvoerder van het Nederlandse elftal, in de kleedkamer. Bedroefd keek hij negentig minuten lang naar de lege banken, de kale muren, de kleding die aan de haken hing. Langer dan ooit inhaleerde hij de penetrante lucht van de massageolie. Kort voor de wedstrijd was Rinus Michels woedend tegen hem uitgevallen. Gullit weigerde, nadat tijdens de warming up een blessure in zijn zij was gaan opspelen, met een verdovende injectie het veld in te gaan. Als een geslagen hond in de kleedkamer achtergebleven.

Teleurstellender dan het niet meespelen vond Gullit de boze reactie van de bondscoach. “Ik kan me voorstellen dat hij op dat moment vindt dat ik aan het team moet denken. Maar het doet wel pijn. Michels zelf weet ook dat ik altijd speel, dat ik altijd beschikbaar ben. Ik heb vaak gespeeld met blessures. Het trieste voorbeeld is geweest in Finland”. Voor de beslissende WK-kwalificatiewedstrijd in Helsinki kwam Gullit ondanks een knieblessure toch in actie. “Dat heeft me een jaar van mijn carrière gekost. Als ik nu weer twee à drie weken zou stilstaan, kost het me weer een maand om terug te komen.”

Die gedachten spookten door zijn hoofd in de kleedkamer. Slechts wanneer materiaalman Gerrit Steenhuizen binnenstormde veerde hij even op. De boodschapper van het goede nieuws meldde dan van het front dat Nederland weer had gescoord.

In de rust vluchtte Gullit onder de douche. Hij wilde het elftal niet vermoeien met zijn problemen. Dat zou immers ten koste kunnen gaan van de concentratie. En toen de rust in de sombere ruimte was weergekeerd hees hij zich stilletjes in het pak. Om de tijd te doden droogde hij extra lang zijn rastakapsel. En even later zocht hij een hoekje uit om zich in te kunnen verschuilen. Hij zeeg neer op de harde geribbelde bank en dacht opnieuw na over het gebeurde. Weinigen hadden zijn botsing met Michels gemerkt. De trainer had alleen tegen de groep gezegd: “Kieft speelt met het nummer van Gullit.”

Het bevrijdende echoënde geklak van kicksen op de betonnen vloer van de catacomben verloste Gullit uit zijn eenzaamheid. De spelers stroomden binnen. Uitgelaten natuurlijk. Al was er in geen velden of wegen champagne te bekennen. Dat had de KNVB weer goed geregeld. Michels, gehuld in de bekende generaalsjas, keek met een verborgen blijheid streng voor zich uit. En niet één keer in zijn richting. Pas na een kwartier wilde de bondscoach het uitpraten. Zei Michels, de man die door Gullit zo werd geadoreerd op het EK van '88, dat het door de spanning van de wedstrijd voor hem voor de wedstrijd moeilijk te accepteren was geweest. Het had er immers drie dagen naar uit gezien dat hij wél kon spelen met die blessure. En nu kwam hij op het laatste moment nog even paniek zaaien. Gullit verweerde zich door te stellen dat hij toch duidelijk was geweest tijdens de warming-up. Uiteindelijk gaven ze elkaar de hand. Daarna kwam Gullit opgelucht naar de journalisten om tekst en uitleg te geven.

“Michels heeft een goed gebaar gemaakt door naar me toe te stappen”, verkondigde hij tegen de verzamelde pers. “Hij ging voor de wedstrijd nogal tegen mij tekeer. Dat kwam bij mij hard aan. Ik had dan ook geen behoefte meer de kleedkamer uit te komen.”

Volgens bondsarts Frits Kessel heeft Gullit in de wedstrijd van afgelopen zondag tussen Inter Milaan en zijn club AC Milan een blessure opgelopen aan de spieraanhechting in zijn linkerzij, bij z'n achtste of negende rib. Gullit: “Hij wilde het wel verdoven, maar dan had ik het misschien geforceerd. Dit is dit wel een andere blessure dan destijds in Finland, maar ik heb het toch niet aangedurfd. Er was nog een mogelijkheid zonder verdoving te spelen. Tijdens de warming-up voelde ik echter weer die scherpe pijn, of ik door messteken was getroffen. Daar viel niet mee te voetballen. Clubpresident Berlusconi zal het toch al niet leuk vinden dat hij drie geblesseerde spelers terugkrijgt. Van Basten (enkel, red.) ik en Rijkaard (bovenbeen), we hebben allemaal wat.”