Toekomst stadion verdeelt stadspolitiek

AMSTERDAM, 5 DEC. De Amsterdamse deelraad Zuid verwierp gisteren het advies van het centrale stadsbestuur om de sloop van het oude Olympisch Stadion met enkele maanden uit te stellen. Nu de zaken er zo voorliggen zal er vrijwel zeker een ingreep van de gemeente volgen, zo heeft wethouder Genet (volkshuisvesting en sport) bij de laatste raadsvergadering al aangekondigd.

Ook het recente advies van de Amsterdamse Raad voor de Monumentenzorg legde de deelraad gisteravond naast zich neer. Vond dit adviesorgaan vier jaar geleden nog dat het Olympisch Stadion best gesloopt kon worden, omdat de in 1937 toegevoegde "tweede ring' van beton weinig heel had gelaten van het concept van architect Jan Wils, nu adviseert dezelfde raad het gebouw op de rijksmonumentenlijst te plaatsen: “Het stadion wordt beschouwd als een bouwwerk waar verschillende visies van dezelfde architect als het ware over elkaar heen zijn gelegd.”

De kwestie rond het Olympisch Stadion is met name zo gecompliceerd omdat daarin vier partijen een rol spelen met verschillende belangen. Het stadsdeel Zuid wil het Olympisch Stadion volgens plan zo spoedig mogelijk slopen om 1.250 woningen te kunnen bouwen. Voetbalclub Ajax wil het stadion nog vier jaar openhouden om daar voor een groot publiek haar topwedstrijden te spelen. NV het Olympisch Stadion wil het bouwvallige stadion voor 65 miljoen renoveren zodat het aan alle moderne eisen voldoet. En de gemeente Amsterdam wil er nog eens vier maanden over nadenken. De Amsterdamse wethouder Genet blijft namelijk zijn uiterste best doen om het onverenigbare te verenigen.

Vorige week stemde de Amsterdamse gemeenteraad er schoorvoetend mee in om de sloop uit te stellen. Wethouder Genet verdedigde het uitstel onder andere met het spreekwoord “dat het onverstandig is oude schoenen weg te gooien voordat je nieuwe hebt”. De wethouder bedoelde hiermee dat een definitief besluit over de sloop van het Olympisch Stadion samenhangt met de realisering van het nieuwe, multifunctionele stadion Strandvliet in Amsterdam Zuidoost, dat 202 miljoen gulden moet kosten. Maar tegelijk verzekerde hij nog steeds achter de sloop van het Olympisch Stadion te staan.

Op het stadsdeelkantoor heerst sindsdien een opstandige stemming. Wethouder D. Tiemersma (wonen en werken), beschuldigde Genet er vorige week van het stadsdeel te misleiden en er een "dubbele agenda' op na te houden. Hoewel hij die woorden nu “liever weer inslikt”, meent Tiemersma nog steeds dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Het stadsdeel is trots op de slagvaardige wijze waarop de procedure rondom de verwezelijking van nieuwbouw op het stadionsterrein is doorlopen, maar kan zich nu niet aan de indruk onttrekken weer helemaal opnieuw te moeten beginnen. Maar vooral de suggestie dat de sloop van het Olympisch Stadion samenhangt met de realisering van het nieuwe stadion Strandvliet heeft tot verontwaardiging geleid. Die twee zaken waren volgens een gemeenteraadsbesluit van 1987 immers nadrukkelijk losgekoppeld.

Veel van de huidige onzekerheid is toe te schrijven aan voetbalclub Ajax. Terwijl het bestuur van Ajax niets van zich liet horen tijdens de jarenlange procedures rond de sloop van het Olympisch Stadion, kwam de club pas in juni met het verzoek de sloop vier jaar uit te stellen. Ajax is desnoods bereid vanaf volgend seizoen naar het Olympisch Stadion te verhuizen. Het terrein van het oude Ajax-stadion in de Watergraafsmeer zou dan vrijkomen voor woningbouw.

Ajax vreest zonder het Olympisch Stadion zodanig in de problemen te komen dat de club haar bijdrage aan het nieuwe stadion Strandvliet niet kan voldoen. “Of we moeten ieder jaar onze topspelers verkopen. Dan hebben we een topstadion zonder topclub”, waarschuwde penningmeester Coronel. Maar van een permanente renovatie van het stadion wil ook Ajax niets weten.

Wethouder Genet heeft wel oor voor de problemen van Ajax. Maar zijn belangrijkste doelen zijn niet veranderd: woningbouw op het terrein van het Olympisch Stadion en in de Watergraafsmeer, een nieuw stadion voor Ajax in Strandvliet. De zig-zag koers waarmee hij die denkt te verwezenlijken, wordt in de Amsterdamse gemeentepolitiek op twee manieren geïnterpreteerd: als onbehoorlijk bestuur, of als bestuurlijke souplesse.