Taiwan is geen vakantieland

TAIPEI, 5 DEC. Taiwan is geen vakantieland. Het mooiste strand van het eiland, in het zuiden, wordt ontsierd door een kerncentrale. De zuidelijke havenstad Kaohsiung, de tweede stad van het land, is in het kader van de industriële ontwikkeling begin jaren zeventig begiftigd met energiecentrales, petrochemische en andere zware industrie, die vooral goedkoop moesten produceren en dus geen strenge milieunormen hanteerden.

Het oosten is bergachtig en moeilijk begaanbaar. De bevolking woont vooral in het westen van het eiland, waar de gemiddelde bevolkingsdichtheid al gauw 2.000 mensen per vierkante kilometer bedraagt (Nederland in 1990: 439 per vierkante kilometer). Het aantal varkens dat er wordt gehouden, behoort tot het relatief grootste ter wereld en zorgt voor een milieuprobleem waar de boeren in Brabant in hun ergste nachten niet van dromen.

Wie in het noorden de hoofdstad Taipei bezoekt, gelegen tussen vergiftigde rivieren en omgeven door een bergketen waarbinnen de ernstig vervuilde lucht als een grauwe mist blijft hangen, begrijpt waarom veel berijders van de honderdduizenden stinkende scooters monddoekjes dragen.

Het Kamerlid Van Rooij kent ze ook, van haar bezoek in 1989. Staatssecretaris van economische zaken Van Rooij gaat volgend jaar weer naar Taiwan. Ze gaat niet op vakantie, maar dat haar bezoek toch als een particuliere vakantiereis wordt gepresenteerd, heeft alles te maken met de ongemakkelijke positie van Taiwan tegenover de Voksrepubliek China, en met de ongemakkelijke positie waarin iedereen verkeert die op goede voet wil blijven met beide landen.

Toen de nationalistische Guomindang-partij en aan haar getrouwe legerscharen onder leiding van generaal Chiang Kai-shek zich eind jaren veertig op het Zuidchinese eiland terugtrokken, na de verloren burgeroorlog met de communisten onder leiding van Mao Zedong, vestigde ze er de regering van de "Republiek China op Taiwan'. Tijdens de "Staat van mobilisatie tegen de onderdrukking van de communistische rebellie' die tot vorig jaar duurde, maar ook daarna, heeft de Guomindang nimmer haar aanspraken op regeringsmacht over heel China opgegeven. Nog steeds is een hereniging met het "vasteland' de belangrijkste politieke doelstelling. Omgekeerd claimt ook de communistische regering in Peking de heerschappij over het gehele Chinese grondgebied, waaronder ze naast Taiwan ook de "provincies' als Hongkong, Macau, Mongolië en Tibet rekent.

Pag.20:

Lonkend perspectief van 600 miljard

De twee regeringen die beide aanspraak maken op de heerschappij over China hebben het buitenland voor een ingewikkelde situatie geplaatst. Dat heeft de voorbije decennia menigmaal geleid tot potsierlijk diplomatiek vertoon, bedoeld om de kool en de geit te sparen. De Volksrepubliek heeft internationaal-politiek het pleit in zijn voordeel beslecht. De meeste landen erkennen de regering in Beijing als baas van China, waarbij men zich wijselijk onthoudt van geprononceerde uitspraken over de status van Taiwan.

Het eiland moet het vooralsnog doen met de erkenning van een zeer beperkt aantal staten, waaronder Guam, het Vaticaan en Zuid-Afrika, dat tot voor kort als internationale paria ook blij was met alle steun die het kon krijgen.

De indrukwekkende ontwikkeling van Taiwan, momenteel de dertiende handelsnatie ter wereld en in het bezit van een deviezenreserve ter grootte van 78 miljard dollar, maakt goede economische contacten voor veel meer landen echter bijzonder aantrekkelijk. Temeer daar het land momenteel een ontwikkelingsprogramma uitvoert, waarvoor het tot 1997 een bedrag van ongeveer 600 miljard gulden wil uitgeven. Loopt het internationale bedrijfsleven al te hoop voor de 100 miljard die Koeweit denkt te besteden aan zijn wederopbouw, het water loopt helemaal uit de mond bij beschouwing van de Taiwanese plannen die voor een deel alleen met hulp van buitenlandse ondernemingen kunnen worden uitgevoerd.

Het ministerie van economische zaken in Den Haag heeft ontdekt dat dit ontwikkelingsprogramma ook goede kansen biedt voor Nederlandse bedrijven, met name op het gebied van waterbouwkundige werken en milieutechnologie. Tot nog toe opereerde de overheid echter uiterst omzichtig in zijn contacten met het niet-erkende Taiwan. De traumatische politieke rel die volgde op de levering van twee onderzeeboten door Wilton-Fijenoord in de jaren tachtig - China trok zijn ambassadeur enkele jaren uit Nederland terug omdat het levering van oorlogsmaterieel aan Taiwan als vijandige daad zag - was daar voor een groot deel debet aan.

Nu echter ook grote Europese landen als Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië op ministersniveau te gast waren in Taipei, ter ondersteuning van hun nationale bedrijfsleven, wil Nederland niet achterblijven. Dat het voorgenomen bezoek van de staatssecretaris voor buitenlands handel, buiten Nederland als minister opererend, een vakantiereis wordt genoemd, is een staaltje van pragmatisme dat zowel door Taiwan als betrokken Nederlandse bedrijven - in Taiwan, Nederland én China - wordt toegejuicht.

De Republiek China op Taiwan kan het bezoek formeel niet interpreteren als diplomatieke erkenning, de Volksrepubliek China hoeft niet boos te worden, de Nederlandse belangen op het Chinese vasteland worden niet geschaad en de entree naar Taiwan wordt verruimd.