Premieverschuivingen door plan-Simons

DEN HAAG, 5 DEC. De veranderingen in het stelsel van ziektekostenverzekeringen vanaf 1 januari, onderdeel van het plan-Simons dat een voor iedereen verplichte ziektekostenverzekering in 1995 beoogt, gaan gepaard met een aantal premieverschuivingen.

Doordat de geneesmiddelen uit de ziekenfondspakketten en de particuliere verzekeringen worden overgebracht naar de volksverzekering Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), moeten alle verzekerden vanaf 1 januari een hogere AWBZ-premie betalen. Iedereen draagt twee soorten AWBZ-premie af: een inkomensafhankelijke, die door de belastingdienst wordt geïnd, en een niet-inkomensafhankelijke, ook wel nominale of vaste premie genoemd, die wordt afgedragen aan de verzekeraar.

Uit het fonds van de AWBZ - dat is de volksverzekering die de komende jaren moet uitgroeien tot de voor iedereen verplichte ziektekostenverzekering - worden nu al de kosten betaald van zwakzinnigenzorg, ziekenhuisopnames langer dan een jaar, verpleeghuiszorg, kruiswerk en psychiatrie.

De inkomensafhankelijke AWBZ-premie gaat als gevolg van de overheveling van de medicijnen en andere verstrekkingen (zoals audiologische hulp, revalidatie-voorzieningen en erfelijkheidsonderzoek) omhoog met 1,4 procent tot 7,3 procent van het belastbaar inkomen (tot een maximaal belastbaar inkomen van circa 42.000 gulden, over de eerste belastingschijf).

De inkomensafhankelijke premie die voor het ziekenfondspakket wordt betaald, daalt van 2,85 procent naar 1,2 procent van het bruto-inkomen omdat de geneesmiddelen naar de AWBZ worden overgebracht. De niet-inkomensafhankelijke premie die ziekenfondsverzekerden voor hun pakket betalen, wordt verlaagd van ongeveer 220 gulden naar 170 tot 175 gulden per volwassene per jaar, verwacht het ministerie van WVC. Voor kinderen tot 16 jaar, werklozen tot 19 jaar en studerende kinderen tot 27 jaar is dat de helft. Vanaf het derde kind hoeft deze premie niet te worden betaald. De Vereniging van Nederlandse Zorgverzekeraars (VNZ) maakt over een week de exacte hoogte van de niet-inkomensafhankelijke premies bekend.

Alle verzekerden betalen in 1992 voor het eerst een niet-inkomensafhankelijke premie voor het AWBZ-pakket, volgens WVC 125 gulden per volwassene per jaar. Kinderen tot 18 jaar betalen eenderde van dat bedrag.

Particulier verzekerden krijgen in de meeste gevallen te maken met een verhoging van de premie die zij voor de maatschappijpolis betalen. Doordat de medicijnen uit de particuliere pakketten verdwijnen geven de verzekeraars op dit gebied minder geld uit en zou de premie omlaag kunnen, maar door een aantal andere factoren, zoals een forse stijging van de kosten in de gezondheidszorg (bijvoorbeeld ziekenhuisverpleging) gaan de premies toch omhoog.

Particulier verzekerden die niet met een premieverhoging van de maatschappijpolis te maken krijgen zijn degenen die over een standaardpakketpolis beschikken. Doordat ook uit de standaardpakketten de medicijnen worden overgebracht naar de AWBZ, daalt de premie voor de standaardpakketpolis met 15,5 procent voor mensen van 65 jaar en ouder, en met 10 procent voor mensen onder de 65.

De kosten van geneesmiddelen en de andere verstrekkingen die naar de AWBZ worden overgebracht, kunnen door particulier verzekerden als vanouds ook na 1 januari in rekening worden gebracht bij de eigen verzekeraar. Degenen die geen geneesmiddelen in hun particuliere pakket hadden, zijn vanaf 1 januari automatisch tegen de kosten daarvan verzekerd. Particulier verzekerden moeten vanaf volgend jaar net als ziekenfondsverzekerden bijbetalen voor geneesmiddelen waarvoor een goedkoper gelijkwaardig alternatief medicijn bestaat.