Overspel

Je kunt niet iedereen ongestraft voor het hoofd stoten. Als je buurman een gemene hond heeft houd je je mond over de poep op de stoep.

Als je vriendje een bulldozer bestuurt kun je het beter niet met een ander aanleggen. En B en W moeten het niet wagen de brandweermannen opslag te weigeren want de hal van het gemeentehuis is zo volgespoten met schuim.

Helemaal riskant zijn schrijvers en journalisten. Neem er nooit een als huurder want krijg je ruzie, dan ligt er voor je het weet een boek over je in de winkel. Verdenk er een van winkeldiefstal, pak de beer van zijn dochtertje af, en de kwaaie columns zijn niet van de lucht.

Wie zou er over piekeren om er eentje als minnares te nemen? Een lerares, een bloemiste, een fotomodel desnoods, okee: maar iemand die schrijft heeft altijd een wapen méér dan de conventionele. Overspel is een raar spelletje, dat vaak uitloopt op oorlog.

Als je het zo beziet, heeft de schrijfster van Over de regels van het Spel zich nog geweldig ingehouden. Er zijn natuurlijk een paar mensen die weten wie die zak van een ontrouwe echtgenoot is, waar hij woont, werkt, hoe zijn vrouw heet, maar het staat niet in het boek. Daar is hij gewoon Reinier en er is maar één ding zeker: dat dat zijn naam niet is, zomin als Marjo van Soest Lucie heet.

Overspel moet zo langzamerhand een van de slechtst gedocumenteerde maatschappelijke verschijnselen zijn. Er zijn cijfers over pedofilie, winkeldiefstal en enge ziektes. Begrijpende enquêteurs trekken door het land en kunnen zo gek niet vragen of zij krijgen openhartige antwoorden. Maar overspel is iets waarover alleen in het vage wordt gepraat. Is het waar dat getrouwde vrouwen hun kansen steeds vaker schoon zien? Opzij wil het graag geloven, maar kinderen en keuken laten weinig ruimte voor kussen. En waar doen zij het dan eigenlijk, de overspeligen? De serieuze beoefenaar houdt de kiezen stijf op elkaar, alsof het strafbaar was.

Het wordt natuurlijk ook bestraft, overspel. Het nare is dat de straf omgekeerd evenredig is aan de schuld. De dader wiens optreden het meest begrijpelijk is, die de minste verantwoordelijkheid draagt, die moet het zwaarste boeten. In de ouderwetse situatie die Van Soest beschrijft is dat de ongetrouwde minnares. Alleen als de bom barst is het leed van de, nog onschuldiger, bedrogen echtgenote groter. Maar zelfs dat is niet zeker.

Er is prachtig geschreven over het leed van de matresse; door Edna O'Brien bijvoorbeeld. Renate Rubinstein gebruikte het geheime wapen van de schrijfster liever postuum dan helemaal niet. Aan schrijnende details is nooit gebrek. Alleen al het wachten, het eeuwige wachten; niet zomaar wachten, maar op je mooist wachten, met pas gelakte nagels, en zonder te kunnen telefoneren want misschien belt hij, en gierend van de honger want misschien wil hij met je eten. Een bijrol te vervullen in het leven van iemand die in het jouwe de hoofdrol speelt is afschuwelijk, mensonterend. Renate R. weet in haar boek de indruk te wekken dat zij in C.'s leven wèl de belangrijkste was - maar maken niet alle matresses zichzelf dat wijs? Die mannen zijn toch niet gek?

Nee hoor, die mannen zijn precies even gek als die vrouwen, allemaal spelers met vuur, voor de kick, voor hun ik. Niet te verdedigen en toch doen. Alleen is het leven dus onrechtvaardig bij het straffen. Zoals het leven wel meer onrechtvaardig is. Bij het uitmeten van literaire talenten bijvoorbeeld.

Want dat boekje van Van Soest is toch niet zo goed gelukt. Het is een modern De profundis waar net genoeg leven uit is gehaald om van specifiek en spannend, banaal en algemeen-geldig te worden. Zo sarcastisch, zo superieur van toon: het lijkt op literatuur zoals een stofjas op een jurk lijkt. Misschien had Reinier het allemaal op moeten schrijven. Maar die denkt natuurlijk allang weer aan andere dingen.