Onderzoek feilen politie Amsterdam

AMSTERDAM, 5 DEC. Een bericht deze week in Nieuwe Revu over een brigadier van het bureau Warmoesstraat in Amsterdam, die zich schuldig zou hebben gemaakt aan verduistering van in beslaggenomen goederen, mist volgens politiewoordvoerder Wiltink elke grond.

Een inventarisatie van andere zaken bij de Amsterdamse politie levert het volgende beeld op. Tegen zes ambtenaren van de Amsterdamse gemeentepolitie loopt een gerechtelijk vooronderzoek, aldus de persofficier van justitie, A.E. Broek-Blauwboer. Tot de ten laste gelegde misdrijven behoren corruptie, verduistering en overtreding van de opiumwet. Drie gevallen dateren van 1990, drie van 1991. In 1990 werden in totaal vijf politiefunctionarissen buiten functie gesteld en werden er drie ontslagen. In 1991 werden vijf mensen buiten functie gesteld, de laatste een week geleden.

Een hoofdagent van de vreemdelingenpolitie wordt ervan verdacht tegen betaling verblijfsvergunningen te hebben verstrekt. Tegen een rechercheur van bureau IJtunnel loopt een onderzoek in verband met het aannemen van steekpenningen van een uitvaartcentrum in Amsterdam-Zuid. Twee politiefunctionarissen zijn buiten functie gesteld vanwege de contacten die zij zouden onderhouden met "mensen met criminele antecedenten'. Een van hen zou wapens hebben geprobeerd te kopen voor het junglecommando van Ronnie Brunswijk. Van de schrijver van het onlangs uitgebrachte boek "Sans Rancune' wordt onderzocht of hij zijn ambtsgeheim niet heeft geschonden.

Na een disciplinair of gerechtelijk vooronderzoek kan de korpschef beslissen om tot een buiten- functiestelling over te gaan. Schorsing en- of ontslag kunnen op deze maatregel volgen. Indien "een diender iemand een timmer heeft gegeven', aldus een woordvoerder van de Amsterdamse politie, kan voorwaardelijk ontslag volgen. De politiefunctionaris kan dan "voorwaardelijk' weer aan het werk gaan.

De bedrijfsjuriste van de Amsterdamse politie, mr. S. Daalmans, constateert over de laatste jaren een lichte toename van het aantal "voorwaardelijke ontslagen'. Twee rechercheurs van het bureau Raampoort (H. van E. en L. H.) werden begin april gearresteerd in het Euromotel bij Schiphol toen zij onderhandelden over de aankoop van honderd kilo hasj. De rechercheurs werkten al meer dan tien jaar bij het Amsterdamse politiekorps. Zij werden in mei dit jaar ontslagen en zullen nog door het openbaar ministerie gedagvaard worden.

Eind november vorig jaar werden nog twee rechercheurs van het bureau Raampoort gearresteerd, N.Z. en E.V. Hun werd verduistering ten laste gelegd. Een maand later werd de hoofdagent R. P. gearresteerd op verdenking 29 kilo cocaïne uit een kluis van het hoofdbureau ontvreemd te hebben. Bij huiszoeking vond de politie ruim honderdduizend gulden in contanten en op een buitenlandse rekening werd een veelvoud van dit bedrag getraceerd.

Begin juli 1991 besloot het Amsterdamse parket de rechercheurs N. Z. en E. V. niet verder te vervolgen wegens gebrek aan bewijs. De twee rechercheurs hebben altijd hun onschuld volgehouden en zullen een schadeclaim indienen bij het openbaar ministerie. De korpsleiding zag in het proces-verbaal van de rijksrecherche geen aanleiding voor disciplinaire maatregelen. In de zaak van de rechercheur die werd verdacht van ontvreemding van 29 kilo cocaïne zag het parket af van verdere vervolging. Tegen hem loopt nog wel een fiscaal onderzoek. Volgens de hoofdagent is hij niet de enige die beschikt over een sleutel van de kluis waaruit de geconfisqueerde cocaïne is verdwenen. De raadslieden van twee van hasjhandel verdachte rechercheurs die dit jaar zijn ontslagen, hebben om heropening van het vooronderzoek gevraagd. Een van de rechercheurs is tegen zijn ontslag in beroep gegaan.