Motto of molensteen

HET WAS ZONDER MEER een trouvaille van de onderhandelaars van CDA en PvdA om eind 1989, toen beide partijen de laatste hand legden aan hun regeerakkoord, het begrip "sociale vernieuwing' in de nationale politiek te introduceren.

Het bleek een mooi bindmiddel tussen het "Tijd voor een ander beleid' van de PvdA en het "Verder met Lubbers' van het CDA. Sociale vernieuwing: het kostte niets en gaf de nieuwe coalitie toch een motto. Maar een motto dat zich al snel ontwikkelde tot een molensteen. Allereerst was er de tragi-komische worsteling van diverse ministers om het begrip te definiëren. Daarna volgde de bestuurlijke en politieke onmacht de sociale vernieuwing ook echt levend te houden.

Het leek een eerste poging om de in decennia opgebouwde schotten tussen de diverse departementen te doorbreken en tegelijkertijd ook een aanzet te geven tot decentralisatie. In totaal zouden 26 verschillende rijksregelingen worden samengebundeld tot een "brede doeluitkering' aan gemeenten die hierdoor meer beleid op maat zouden kunnen leveren. De uitkering zou 1,7 miljard gulden bedragen. Tot zover de theorie. Er werden uiteindelijk zestien regelingen samengevoegd, terwijl er maar 400 miljoen gulden voor overheveling beschikbaar kwam. Bovendien bleek er van dat bedrag alweer zoveel "voorbestemd' dat in werkelijkheid slechts 40 miljoen gulden voor de gemeenten resteerde als echt vrij besteedbaar geld voor sociale vernieuwingsprojecten.

DAAROM IS HET ook niet verwonderlijk dat het gisteren gepresenteerde evaluatierapport van de Interbestuurlijke Projectgroep Sociale Vernieuwing, kortweg de "Commissie Schaefer' eigenlijk één grote klaagzang is. De sociale vernieuwing dreigt volgens de commissie af te glijden naar “een onderwerp van weinig betekenis” en is eigenlijk niet meer dan “een nachtkaars die ongemerkt uit kan gaan”. Het zal maar worden gezegd van wat eens het "Leitmotiv' van het kabinet was. Tot verhoogde activiteit bij de regeringsfracties zal het in elk geval niet leiden, want zo schrijft de commissie: “Het parlement had de verslapte belangstelling van het kabinet kunnen corrigeren, maar liet het zelf ook afweten. De Kamerdebatten over het onderwerp - we hebben ze bijgewoond - hebben niet geleid tot een gedachte-uitwisseling over de hoofdlijnen. Een fundamenteel debat ontbrak terwijl het detaillisme hoogtij vierde. De vakspecialisten grepen hun kans om de door hen vertegenwoordigde deelbelangen in bescherming te nemen”.

Zo zakt "sociale vernieuwing' langzaam maar zeker weg in het Haagse drijfzand en niemand van de verantwoordelijken die er echt om rouwt. Minister Dales van binnenlandse zaken heeft haar verlies al genomen. Sociale vernieuwing was slechts een beleidsprioriteit, niet dé beleidsprioriteit, zei zij gisteren bij het in ontvangst nemen van het rapport. En minister-president Lubbers was weer dankbaar voor de kritiek. “Dat zet weer druk op het kabinet om verder te gaan.”

SCHAEFER houdt er mee op; de rust keert terug op de ministeries. Nog even en de schotten zijn weer even hoog, zo niet hoger als zij waren. Decentralisatie, grote efficiency? Zou er na het sociale-verniewingsfiasco werkelijk iemand nog geloven dat het wat wordt? Alle aandacht van de ministers gaat tegenwoordig naar de plannen rondom departementale herindeling, het volgende "gevaar' waar de Haagse bureaucratie zich tegen wapent. Het beeld wordt met de dag treuriger.