MODEHUIS HUBERT DE GIVENCHY BESTAAT VEERTIG JAAR; Voor Maria Callas, Farah Dibah, Sophia Loren en de Hertogin van Windsor

Als peuter speelde Hubert de Givenchy al graag met stofjes en op de lagere school droomde hij over het aankleden van mooie vrouwen. De beroemde mode-ontwerper hecht aan soberheid; diepe decolletés bestaan bij de gratie van een enkele schouderstrik.

Givenchy, 40 ans de création, tot 15 maart in Musée de la Mode et du Costume, Palais Galliéra, 10, avenue Pierre 1er de Serbie, metro Iéna-Alma-Marceau. Geopend: di t-m zo 10-17u40. Catalogus: 300 Ffr.

We zien de zandkleurige gevel van een recht-toe-recht-aan, maar duur landgoed. Op het smeedijzeren balkon wuift een dame naar een net zo mooie heer. Hij, in maatkostuum, en gezegend met een verfijnd gelaat, maakt zijn opwachting bij het opgeruimde bordesje. De dame is het eeuwig jonge zonnetje in huis, gehuld in een zwierig, zwart-rood avondensemble. Ze beschikt over de minimale taille- en heupmaten die bij zo'n duur landgoed passen. Voor dit stel "gibt's immer Kaviar'; dat kan je zo zien.

Deze glamourfoto hangt aan het eind van de tentoonstelling "Givency' in Palais Galliéra in Parijs, dat er maar niet in slaagt als modemuseum enige allure te krijgen. De dame in kwestie is filmactrice Audrey Hepburn, een wandelend p.r.-bureau voor De Givenchy. Zij stemt er al 35 jaar lang in toe dat elk persbericht over filmrollen en andere optredens de naam vermeldt van de man die haar ook in menige film gekleed heeft. Die man is Hubert de Givenchy, van wie een carrière in de advocatuur werd verwacht, maar die zich al als puber beter thuisvoelde in Louis-de-zoveelste-salons met onverbiddelijke dames op gouden stoeltjes, omringd door hemelse geuren. Hij was het die zijn opwachting maakte op dat bordesje.

Het modehuis De Givenchy wordt deze maanden in het zonnetje gezet omdat het veertig jaar bestaat. Dat zonnetje kan letterlijk worden opgevat: in de reusachtige spiegelwanden van de museumzalen weerkaatst het venijnige licht van de vele spots die op de net zo vele ontwerpen gericht staan. Dat licht, de spiegels, de glinsterende pailletjes van de avondtoiletten en de sieraden van de elkaar verdringende, ravissant geklede Parisiennes - er is maar één conclusie mogelijk; deze show is een "must'. Hier hoort men in Parijs op zo kort mogelijke termijn over mee te praten. En dat begint al meteen in de zalen, waar oudere dames, druk keuvelend en gebarend bij elk toiletje, herinneringen ophalen aan de "sterren' van weleer. Ooit moeten deze dames gedroomd hebben van een Givency-deux-pièces. En ooit moeten ze beseft hebben dat het er nimmer van zou komen.

Jaarlijks wordt deze illusie voor slechts honderd van de 350 vaste vrouwelijke klanten werkelijkheid. Het modehuis pronkt met hun namen. Maria Callas, Farah Dibah, Sophia Loren, de Hertogin van Windsor, Greta Garbo; wie liep er niet op een dag bij De Givenchy naar binnen? Caroline van Monaco deed haar eerste pasjes in een wit tule-jurkje, versierd met gele sinasappelschijfjes in zijdedraad. Ontwerper? De Givenchy! En Jaqueline Onassis stond in 1961 op een balkon naast Charles de Gaulles in een hooggesloten, beige creatie, voorzichtig opgesierd met broderie, van, hoe kan het anders, De Givenchy!

"Een vrouw kleden is haar mooi maken', zo luidt het weinig verrassende credo van Hubert de Givenchy, een "plastisch chirurg' naar eigen zeggen, een "tovenaar' die zijn bedrijf blijkbaar tot groot genoegen van de medewerkers met ijzeren vuist bestiert. Het lijvige jubileumboek, een non-stop-applaus dat meteen als catalogus dient, vermeldt behalve zakelijke successen uitsluitend aardige karaktertrekken van de heer des huizes; luchthartig, maar toch discreet, gevoelig en gedisciplineerd. Als peuter, omringd door een droom van een moeder en een reeks schilderende of musicerende familieleden, nazaten van leidinggevende ontwerpers, speelde hij al dolgraag met stofjes. En op de lagere school kleedde hij in zijn fantasie al mooie vrouwen aan. Het is duidelijk: met Hubert kon niet veel meer fout gaan. Thans geniet hij, buiten kantooruren, van een "eenvoudige lifestyle', zo meldt het boek, op landgoederen, in zwembaden en langs ski-hellingen.

De Givenchy kwam destijds in de leer bij de uitbundige vormgever Jacques Fath, de klassieke couturier Robert Piguet, bij de vooral delegerende Lucien Lelong, en uiteindelijk bij de bewonderde Elsa Schiaparelli, waar hij al snel een plaats veroverde in de bedrijfsleiding. De jaren vijftig stonden bol van de feesten en partijen, Tout Paris ontmoette elkaar bij de Rothschilds en de Vicomtesse de Noailles. De Givenchy had het in die tijd al "gemaakt' met een gedurfde visie: blouses en rokken hoefden niet per se samen te gaan, ze mochten als ontwerpen los gezien worden, als afzonderlijke kledingstukken.

Zijn grote voorbeeld werd uiteindelijk Balenciaga, een "reus van een ontwerper' met "puurheid, soberheid en perfectie' in het vaandel. Een geraffineerd avondtoilet kon hij met één enkele lijn neerzetten, en dat maakte veel indruk op De Givenchy. Accessoires om een ensemble enigszins "mee op te halen', een truc waar menig winkeljuffrouw zwaaiend met shawls nog steeds verkoopsuccessen mee boekt, achtte hij uit den boze.

Hun vriendschap ging zo ver, dat Balenciaga kritisch commentaar mocht geven op elk ontwerp van zijn beginnende collega, hij stelde hem zelfs zijn eigen stafleden ter beschikking en hij drukte "newcomer' De Giverny op het hart meteen een parfum op de markt te brengen, zodat men als couturier-in-ruste van een plezierige oude dag verzekerd kon zijn. Eerlijk is eerlijk, het is nog steeds goed spuiten met De Givenchy.

De tentoonstelling lijkt op een kloeke modeshow, waarbij alle mannequins kris-kras door elkaar in paniek een pas op de plaats hebben gemaakt. Soms zijn "toevallig' enkele spannende avondjurken of bruidsjaponnen gegroupeerd, maar meestal valt in de samenhang weinig logica te ontdekken. Tussen het ene en het naburige jurkje kunnen drie decennia zijn verstreken. Zonder die tekstbordjes valt nauwelijks iets te dateren. Keurige, hooggesloten avondjaponnen met geborduurde lentebloesem op de boezem komt men weliswaar nu nog zelden tegen, maar de statige, ietwat gerende jurkjes uit begin jaren zestig, zouden in een linnen uitvoering deze zomer niet hebben misstaan.

De Givenchy kiest eerst zijn stoffen, met hun extravagante of juist ingehouden structuren en patronen, voordat hij aan het ontwerpen slaat. Voor elk weefsel wat wils. Dit in tegenstelling tot bij voorbeeld Pierre Cardin, die juist eerst tekent en dan pas stoffen selecteert. In sommige gevallen spreekt het met gouddraad overwoekerde materiaal boekdelen, het bolerootje of cocktailjurkje behoeft geen enkele franje meer.

Thematische shows, gebaseerd op bij voorbeeld de boerendracht in de Oekraïne, zijn bij De Givenchy uit den boze. Geen folklore astublieft. Op kunstgebied wisten alleen Miro, Braque en Klee hem te inspireren tot patronen met flarden van hun specifieke schilderstijl. Hij hecht evenals Balenciaga aan een gracieuze soberheid. Met name zijn vroegere ontwerpen roepen iets lieftalligs, iets "Hepburns' op, door korte lijfjes, wijde rugpanden, parels, veertjes of bij voorkeur bont langs zomen en naden, pofferige schouderstukken en behoedzame halslijn.

In organza, brokaat, damast en chiffon zijn in de loop der jaren ook verleidelijke toiletten ontworpen. Diepe decolletés bestaan bij de gratie van een enkele schouderstrik. Voor- en achterpand van een enkele zwarte avondjurk worden met flinke tussenruimte aaneen gehecht door een gouden zig-zag rijgdraad, zodat lingerie wèl, maar een schaar niet overbodig is. Mocht er méér zichtbaar moeten zijn, dan levert De Givenchy een bovenstukje van gehaakt fluweelkoord, dat vanaf de heup in een draadgordijn uitwaaiert.

De klassieke "haute couture' van De Givenchy laat zich niet karakteriseren door enkele stijlkenmerken. Een stilistische continuïteit ontbreekt. Elk seizoen kende ook bij dit huis zijn eigen lengte, wijdte, kleuren en kragen. Er is een duidelijke voorkeur voor zwart en heldere kleuren, voor contrastrijke materialen, zoals wol in combinatie met leer, en voor subtiele detaillering in aanzet van mouwen en zakken. Maar ook daarin onderscheidt dit huis zich niet opvallend van zijn traditionele concurrenten. Waar het zich wèl in onderscheidt is Audrey Hepburn. Hoewel ze spaarzaam in de vorm van foto's op deze tentoonstelling aanwezig is, vraag je je onwillekeurig af hoe zij er in die schouderloze, nauwe "tailleurs d'après midi' zou hebben uitgezien; de wuivende muze van Hubert de Givenchy, voor wie die heerlijke, sportieve leggings niet zijn weggelegd.