"Met dit jongetje zijn wat problemen. Hij heeft eczeem en wil alleen maar vla eten.'

Klein en bibberig staat de vijfjarige Santos op de weegschaal. "Vijftien kilo en vier ons', noteert schoolarts Christine Klompenhouwer. Ze kijkt met een lampje in zijn oren en z'n keel. "Wanneer poets je je tandjes?', vraagt ze hem. Santos slaat zijn diepbruine ogen neer en denkt na. Dan zegt hij bijna onhoorbaar: "dinsdag en woensdag'.

De vader van Santos, een voormalige zeeman afkomstig van de Kaapverdische eilanden, is meegekomen voor het onderzoek. Hij spreekt redelijk goed Nederlands. "Gaat Santos wel eens uit logeren?', vraagt de schoolarts. "Nee', zegt de vader, "wij hebben hier helemaal geen familie. Geen opa, geen oma. Niets.'

Als Santos met een sticker op zijn trui is vertrokken brengt de schoolverpleegkundige het volgende dossier. "Met dit jongetje zijn wat problemen', zegt ze. "Hij heeft erg veel last van eczeem en wil alleen maar vla eten. Z'n oma is erbij want zijn moeder werkt.'

Wanneer Percy binnenkomt, een pikzwart jongetje van net vijf, vult de ruimte zich met droefheid. Z'n oma duwt hem een beetje in de richting van de schooldokter. Ze steekt meteen van wal over de afschuwelijke jeuk en de eetproblemen. Percy kijkt wantrouwig om zich heen en reageert nauwelijks op vragen. Z'n motoriek is traag. "Als hij uit school komt is hij moe', vertelt oma, "hij gaat op de bank liggen en valt in slaap.'

Christine Klompenhouwer denkt dat Percy bloedarmoede heeft en overlegt met oma hoe hij beter kan gaan eten. Intussen schrijft ze een brief voor de huisarts. Als ook Percy met een sticker op z'n trui vertrokken is, maakt ze een korte aantekening op een apart kaartje. "Dit is een kind om je zorgen over te maken', zegt ze.

Tien jaar werkt schoolarts Klompenhouwer nu in de Rotterdamse wijk Feijenoord. Vijf basisscholen, een schipperskleuterschool en een LBO-school heeft ze onder haar hoede. Sinds een jaar of drie vinden alle onderzoeken op school plaats, zodat de kinderen en de ouders niet meer naar het GGD-kantoor hoeven te komen. Regelmatig heeft Klompenhouwer met kindermishandeling te maken, jaarlijks zo'n dertig tot veertig gevallen.

Op deze vrijdagmorgen onderzoekt ze de kleuters van de christelijke Heemskerkschool, een overwegend zwarte basisschool middenin Feijenoord. Naast de in 1923 gebouwde school is een blok woonhuizen gesloopt, tegenover de school staan nieuwbouwflats, en even verderop wordt gerenoveerd. Vijftig nationaliteiten wonen er en nog maar weinig Nederlanders.

Voordat Klompenhouwer aan het werken in dit soort buurten begon, woonde ze ruim twee jaar in Pakistan. Een goede kennismaking met de Islam, waar ze in haar latere werk veel profijt van zou hebben. Als kind van een niet-Nederlandse moeder weet ze bovendien uit eigen ervaring hoe je je op een kleuterschool voelt als je de taal niet spreekt.

Op de Heemskerkschool heeft ze het handenarbeidlokaal tot haar beschikking gekregen, waar ze op een van de tafels een handdoek heeft uitgespreid. Een weegschaal waar telkens vier ons bijgeteld moet worden en een meetlint aan de muur completeren de uitrusting. In haar koffer heeft ze folders van AD-druppels en hoofdluislotion.

Geen kind komt bij de schooldokter zonder toestemming van de ouders, ook als de ouders niet komen opdagen gaat het onderzoek niet door. Er wordt een nieuwe afspraak gemaakt in de hoop dat ze dan wel zullen verschijnen. Dit schooljaar is de school begonnen via huisbezoek de komst van de schooldokter aan te kondigen en ouders aan te sporen er naar toe te gaan. Toch zijn ook deze vrijdag niet alle ouders gekomen. Van de zeven kleuters heeft de schoolarts er aan het eind van de ochtend vijf gezien. Geen gekke score.

Klompenhouwer trekt ongeveer twintig minuten uit voor ieder kind. Ze praat rustig en gezellig met ze, eerst over het poppetje dat ze hebben getekend. Bijna terloops kijkt ze of ze al weten hoe hun ledematen heten en laat ze ze verschillende kleuren aanwijzen. Ze tilt ze liefdevol van de onderzoeksbank, vangt ze op als ze naar haar toe moeten rennen en kijkt goed naar hun motoriek en gedrag. Tussendoor laat ze de meegekomen ouder aan het woord over onderwerpen als eten, slapen, vriendjes, ziektes, buitenlucht en de situatie thuis.

Als de moeder van Nathalie een aantal keren nogal streng en bars met Sinterklaas gedreigd heeft, zegt Klompenhouwer vriendelijk tussen neus en lippen door: "Niet te veel met Sinterklaas dreigen hoor, sommige kinderen kunnen daar erg angstig van worden'. Nou, daar weet de moeder alles van. Vroeger in Suriname werd je geslagen en in de zak gestopt, ze is tot haar zeventiende bang geweest!

Niet vaak heeft schoolarts Klompenhouwer zoveel goed Nederlands sprekende ouders op één ochtend. Veel ouders in de buurt spreken nauwelijks Nederlands. Soms moet ze ze zelfs vragen of ze terug willen komen met iemand die wel Nederlands spreekt.

Vanmorgen blijkt zelfs de Turkse moeder van Achmet uitstekend Nederlands te spreken, want ze heeft heeft hier op school gezeten en jarenlang in de slagerij van haar vader gewerkt. Achmet is een stralend jongetje van bijna vijf. Hij weet alles, ook de naam van zijn straat en zelfs het huisnummer. Z'n moeder gaat af en toe met hem naar de bibliotheek en geeft hem AD-druppels en fluor. "Er zijn kinderen waar je echt van opknapt en kinderen waar je doodmoe van bent als ze deur uit zijn', zegt de schoolarts, en ze realiseert zich dat ze deze dag de "betere' kinderen heeft gezien. Uitgezonderd Percy dan, want die maakte wel een erg trieste indruk.

Ze zijn de afgelopen tijd veel zelfstandiger geworden, vinden ze. Vooral dankzij de werkschema's kunnen ze nu goed hun tijd indelen en daardoor werken ze constanter en kunnen meer leerstof ineens behappen. Daar zullen ze volgend jaar op de universiteit, verwachten ze, zeker profijt van hebben.