Meedrijven of ten onder gaan als motto voor Maastricht

Het aantal ontmoetingen van de afgelopen twee jaar waarbij Europese leiders en ministers van buitenlandse zaken zich hebben beziggehouden met de toekomst van Europa is haast niet te tellen.

De etiketten verschilden, maar de personen zijn min of meer hetzelfde gebleven - en dat geldt ook voor de retoriek. Velen van hen zou men eens aan Shakespeare moeten herinneren: “I wasted time, and now doth time waste me”. Volgende week ontmoet men elkaar in Maastricht. Zal er opnieuw tijd en moeite worden verspild, of zullen er dringend noodzakelijke beslissingen worden genomen?

De Britten moeten een keuze maken tussen de Europese munt, de ecu, en de mark. Als ze kiezen voor de Europese Monetaire Unie (EMU) en voor een gemeenschappelijke munt binnen de gemeenschap maken ze een goede kans de City te ontwikkelen tot één van 's werelds belangrijkste financiële centra. Ze zouden dan tevens in staat zijn te putten uit de grote toekomstige Duitse kapitaalreserves - in ecu's.

Als ze echter kiezen voor het motto "weg met het absurde idee van de vervanging van het pond door de ecu' en vasthouden aan hun monetaire soevereiniteit, kunnen ze zich eerst verheugen over hun dapper verzet tegen de Frans-Duitse druk, maar over een jaar of tien tot het besef komen dat het belang van het pond is verdampt, ofwel omdat de ecu op wereldschaal op het niveau van de dollar (en boven dat van de yen) is geklommen, ofwel - en dat is voor de Britten nog erger - omdat de mark verreweg de belangrijkste munt van Europa zal zijn geworden, als gevolg waarvan maar weinig ruimte zal zijn overgebleven voor andere Europese munten of voor een autonoom monetair beleid binnen de EG. De Bundesbank zal, meer nog dan nu, het monetair beleid uitstippelen op basis van de Duitse belangen.

De Fransen, Nederlanders, Polen, Hongaren en alle anderen staan voor een duidelijke keuze. Ze kunnen enerzijds kiezen voor vooruitgang op het gebied van de Europese politieke integratie - waarbij het jongste akkoord over een Frans-Duits legerkorps een stap in de goede richting is - en ze kunnen anderzijds blijven aarzelen en ontdekken dat Duitsland over tien jaar te groot is om aan te kunnen. Als dat laatste gebeurt, is dat een ontwikkeling die dan bijna niet meer is te corrigeren.

Ook de Duitsers moeten een keuze maken, en wel over de aard van de Europese Politieke Unie. De politieke klasse in Duitsland is zich bewust van het onbehagen bij al onze buren. Om dat te sussen, willen de Duitse leiders hun land graag integreren in de EG. Maar de Duitsers vragen bij de roep om een volledige politieke unie meer dan de Fransen - en veel meer dan de Britten - bereid zijn te accepteren. Het is begrijpelijk dat kanselier Kohl heeft getracht een positief besluit over de politieke unie voor te stellen als een conditio sine qua non voor zijn instemming met de monetaire unie. Maar als hij daaraan vasthoudt, torpedeert hij het schip van de EMU en de ecu. In Maastricht moet Kohl dus zijn eigen keuze maken. Zijn verklaring in de Bondsdag vorige week, waarmee hij het parlement vast voorbereidde op een relatief bescheiden akkoord over de politieke unie toont aan dat hij zich op de juiste weg bevindt.

De vloedgolf van gebeurtenissen van de laatste twee jaar in Europa heeft de Westerse leiders verrast en verward. Zij waren uiteraard niet voorbereid op fundamentele veranderingen van deze aard. De tijd is nu aangebroken om de feiten onder ogen te zien - en mogelijke gevaren in de toekomst te onderkennen. De politieke en economische ineenstorting van de Sovjet-Unie brengt de drie Baltische republieken, Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije en andere landen in gevaar. Zij hebben bescherming en steun nodig. De Gemeenschap zal hen als toekomstige leden moeten accepteren. Het is daarom wenselijk die landen met de EG te associëren en onze markten eenzijdig open te stellen voor hun produkten en hun produktiebedrijven in staat te stellen op het gebied van prijs en kwaliteit de concurrentieslag aan te gaan.

Lang voordat deze nieuwe soevereine democratieën als volledig lid worden toegelaten zal de Gemeenschap het volledige lidmaatschap van Oostenrijk, Zweden en Finland (en waarschijnlijk Noorwegen en IJsland) moeten accepteren. Binnen een jaar of vijftien bestaat de EG waarschijnlijk uit vierentwintig staten.

We zullen nu moeten beslissen of we de Gemeenschap willen vergroten voordat we haar instituten verdiepen, dan wel de Gemeenschap moeten intensiveren voordat dit doel niet meer te bereiken is. We moeten duidelijk het laatste kiezen. Ik praat niet over aanvullende reglementen voor bloemen en kurk. Ik heb het over de beslissing over een eenheidsmunt. Een zogemaande gemeenschappelijke markt met elf munteenheden is in de economische wereldgeschiedenis heel ongebruikelijk. Het komt neer op het negeren van de kans op het scheppen van werkelijk grootschalige economieën en het zou er uiteindelijk toe leiden dat de Gemeenschap achter blijft bij Noord-Amerika en zelfs bij Japan.

Het Nederlandse voorstel voor een monetaire unie is niet goed afgestemd op dit pad. Het meer dan tachtig pagina's grote rapport bevat vooral veel overbodige compromissen en complicaties terwille van het nationaal prestige. Het ergst is het ontbreken van een vaste datum voor de uiteindelijke introductie van de ecu als enig wettig Europees betaalmiddel en de clausule die elk land in staat stelt uit de boot te stappen voor die eindfase is bereikt. Zo'n pseudo-arrangement is het niet waard te worden geratificeerd. De landen die bereid zijn zich in Maastricht werkelijk te binden moeten de eenheidsmunt op 1 januari 1997 invoeren.

Op defensiegebied heeft de verdwijning van de dreiging van een gewapend conflict tussen een imperialistische Sovjet-Unie en het Westen ruimte geschapen voor kleinere conflicten binnen de voormalige Sovjet-gebieden en op de Balkan. Zij zouden naar andere Europese landen kunnen overslaan. Daarbij komt dat het onwaarschijnlijk is dat de Golfoorlog de laatste schakel is in de keten van zes grote oorlogen die sinds 1945 in het Midden-Oosten zijn gevoerd.

In het licht van al deze risico's moet het Atlantisch bondgenootschap enig militair vermogen overhouden. De VS echter zullen zich waarschijnlijk veel meer dan in het recente verleden concentreren op hun verwaarloosde binnenlandse taken. De Europese democratieën zullen dus meer dan in het verleden voor hun eigen verdediging moeten zorgen. De Westeuropese Unie zal in de jaren negentig moeten worden verbonden met de Europese Gemeenschap, uiteraard binnen het Atlantisch bondsgenootschap; het Frans-Duitse korps zou de kern kunnen worden van deze toekomstige Europese strijdmacht.

Het is mogelijk dat de grote staatslieden in Maastricht inderdaad de juiste beslissingen zullen nemen voor onze gezamenlijke toekomst. Maar men kan niet uitsluiten dat ze zullen blijven kibbelen en ruziën, dat ze de gebruikelijke tv-optredens zullen benutten en dat ze uiteindelijk zullen instemmen met akkoorden die hen tot niets verplichten. Dan hoeven we hen niet langer als staatslieden te beschouwen, dan gaat het gewoon om middelmatige politici. Als ze een motto voor Maastricht nodig hebben, moeten ze zich tot Shakespeare wenden: “We must take the current when it serves, or lose our ventures”.

Financial Times