Instituten verdringen zich om Rodamco

ROTTERDAM, 5 DEC. Vorig jaar om deze tijd hadden pensioenfondsen en andere grote beleggers weinig goede woorden over voor Rodamco. De koers van de aandelen van Nederlands grootste beursgenoteerde onroerend goed fonds was meer dan 30 procent ingezakt sinds het bestuur in september had besloten dat omdat het zo slecht ging in de onroerend goed markt geen eigen aandelen meer zouden worden ingekocht.

Had toentertijd een grote partij als het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) een bod op de aandelen Rodamco uitgebracht boven die beurskoers dan waren ongetwijfeld vele particuliere en institutionele beleggers graag op dat aanbod ingegaan.

Dat is niet gebeurd. In de tussentijd is de internationale onroerend goed markt niet verbeterd. Rodamco's activiteiten in de VS en het Verenigd Koninkrijk staan op een laag pitje. Maar de Nederlandse institutionele vermogensbeheerders kijken plots met andere ogen naar het grootste beursgenoteerde onroerend goed fonds.

“Als een van die beheerders even naar de wc gaat ligt er als hij terugkomt weer 100 miljoen op zijn bureau die hij moet beleggen,” zo schetst een ingewijde de situatie. In hun budgetten hadden de grote beleggers al weer vele miljarden toegewezen om in onroerend goed te steken.

Ongeacht de marktontwikkeling hanteren beleggers immers interne regeltjes waarbij ze hun geld verdelen over aandelen, obligaties en onroerend goed waarbij “modern” genoemde allocatie-theorieën de verdeelsleutel bepalen.

Maar beleggen in onroerend goed is makkelijker gezegd dan gedaan. Wie het wil doen via aankoop van aandelen in onroerend goedfondsen op de Amsterdamse beurs moet zijn miljoenen via een wel heel nauwe trechter naar de markt persen.

Enige opschudding ontstond dus in beleggersland, toen bekend werd dat het de grootste belegger, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), praatte met Rodamco over samenwerking.

Institutionele beleggers zijn niet geneigd uit de pas te lopen en ze volgen elkaars verrichtingen zeker zo nauw als de marktontwikkeling. Dus ontstond enige vrees voor wat er - ongeacht de meritus van de zaak - voor de rest zou overblijven als 's lands grootste belegger op exclusieve basis zou gaan samenwerken met het grootste onroerend goed fonds.

Een vergelijkbare reactie trad jaren geleden op toen het pensioenfonds PGGM samen met het pensioenfonds van DSM het beleggingsfonds Wereldhave over wilde nemen. Andere instituten als het pensioenfonds van de artsen wilden niet dat zo hun toegang tot de onroerend goed markt zou verdwijnen en ze weigerden ongeacht de prijs hun stukken te verkopen. PGGM kreeg op zijn bod minder dan één procent aangeboden.

Het lijkt erop dat nu opnieuw de prijs geen rol speelt. Hoewel de afdeling onroerend goed van het ABP voorrekende dat samenwerking met Rodamco geld kan kosten, meldt de een na grootste belegger, PGGM, nu in antwoord op vragen in het kader van de goede onderlinge contacten...oriënterend en informeel na te gaan of en in hoeverre samenwerking voor beide partijen nuttig kan zijn...

De Nederlandse instituten verdringen zich plots om de kikker te kussen, daar ze zich niet kunnen veroorloven een prins te missen aan wie ze hun continu binnenstromende kasgeld kunnen toevertrouwen.

Rodamco heeft de kritische kwetsbare fase in zijn bestaan, eind vorig jaar, doorstaan. Toen was het fonds overnamerijp. Maar geen enkele partij durfde het aan om voor tweederde van de intrinsieke waarde een gespreide internationale onroerend goed portefeuille te kopen. Een jaar later komen de geldgevers in een nog steeds slechte onroerend goed markt weer beleefd langs om te vragen of ze nog geld kunnen aanbieden.

Maar wie het eerst komt, maalt ook in dit sprookje het eerst. In de concept-overeenkomst tussen ABP en Rodamco wordt voorgesteld de samenwerking te bezegelen door één vertegenwoordiger van het ABP op te nemen in de raad van commissarissen van de Robeco Groep. ABP-bestuursvoorzitter J.A.M. Reijnen maakt nu kans vlak na ex-Bundesbank president Karl-Otto Pöhl toe te treden tot dit college. Daarin zal dan toch geen stoel meer voor het PGGM beschikbaar zijn.