Het veranderd Europa op de museummuren

AMSTERDAM, 5 DEC. Zaterdag opent in het Amsterdamse Stedelijk Museum de tentoonstelling Wanderlieder waarvoor aan dertien kunstenaars is gevraagd te reageren op de "sociaal-culturele omstandigheden in hun eigen leefomgeving". Zowel de kunstenaars uit het "oude' Europa (onder andere Engeland, Nederland, Frankrijk en Italië) als uit het voormalige Oostblok en Rusland maakten op verzoek van museumdirecteur Wim Beeren een monumentale muurschildering of wand-installatie voor het Stedelijk. De titel van de expositie verwijst naar de rondtrekkende ambachtslieden in het zestiende-eeuwse Duitsland, die hun volksliederen "met sterk verhalende inslag' zongen.

Tentoonstelling: Wanderlieder, 8 dec. t-m 9 feb. in het Stedelijk Museum Amsterdam, Catalogus ƒ 25,-

Meneer Beeren, U begon in 1986 met de tentoonstelling "Correspondentie Europa', gevolgd door "Uit het Oude Europa', "Horn of Plenty' als Amerikaanse tegenhanger in '89, kunst uit Zuid-Amerika in "U-ABC' en tot slot een inventarisatie van de kunstwereld in Rusland ("In de USSR en erbuiten'). Vanwaar die reeks, waarin met "Wanderlieder' een herziening van het "oude' Europa wordt gegeven?

“Allereerst is het mijn persoonlijke nieuwsgierigheid. Daarnaast heb ik bewust gewerkt aan het in kaart brengen van diverse culturele gebieden. De lijnen tussen de -westerse- kunstcentra staan zozeer vast, daar wilde ik in die reeks tentoonstellingen van afwijken. We moeten niet versmallen, niet teveel in mandarijnentaal gaan spreken die door mensen buiten het kunstcircuit niet wordt begrepen. Er wordt vaak met minachting over Zuid-Amerikaanse kunst gesproken, maar mede door U-ABC doen kunstenaars als Guillermo Kuitca hier nu wèl mee. In Uit het Oude Europa wilde ik de zuivere kunst presenteren, het beste werk van de beste kunstenaars. Nu, met Wanderlieder, gaat het me niet om ingekapselde, private ruimtes, maar wil ik een promenade maken met een reeks verhalende kunstwerken.

Ik vraag me af of we ons realiseren dat we over een paar jaar in een andere politieke verhouding zitten. Zal dat resulteren in een Europees gevoel of valt ieder terug op zijn nationale identiteit? Net als in Correspondentie Europa wilde ik de conservatoren als een soort buitenlandse correspondenten uitzenden naar de verschillende Europese wereldsteden. Daarvan is niet veel terecht gekomen; ik heb nu het plan een film te maken die als een soort documentaire fungeert, een film die binnen de muren van dit museum wordt gemaakt overigens.

Met Wanderlieder heb ik gezegd: het moet gaan om thema's die vèrder reiken dan het individuele en het medium bij uitstek daarvoor is de muurschildering. Had ik die vorm niet tevoren gesteld, dan was het een ratjetoe geworden. In dat opzicht voel ik me een opdrachtgever en dat is goed zo: geen enkele kunstenaar komt er uit zichzelf toe om een monumentaal werk te maken. Picasso heeft zijn Guernica indertijd speciaal gemaakt voor de Wereldtentoonstelling.''

Wat vindt U nu zo anders aan de Europese cultuur vergeleken met vijf jaar geleden?

“De marktsituatie en het prestige waarin de kunst steeds meer terecht is gekomen, onttrekken haar aan de intellectuele uitwisseling. Nu het Oostblok is opengebroken, houd je je hart vast voor de gevolgen van de markteconomie voor hun situatie. Met de afschaffing van de communistische staat doet een heel ééndimensionaal perspectief van het kapitalisme in het Oostblok opgeld; ik hoop dat men daar nog de kracht heeft een andere manier van denken en handelen te ontwikkelen dan hier.

De Roemeen Ion Grigorescu -wiens atelier trouwens tegenover het paleis van Ceaucescu lag- vertelde me dat nu de Partij is afgeschaft, ook de kunstenaars geen functie meer hebben. Voor hen is het een absoluut dieptepunt, er heerst grote armoede. Collectioneurs, galeries of een vrije markt bestaan er namelijk niet. Bovendien leverde het intellectuele verzet inspiratie en thema's die nu zijn weggevallen. De Tsjech Martin Mainer daarentegen geniet van zijn vrijheid; hij schildert hier het immense interieur van een rococo-kerk. Het is opmerkelijk dat de Oost-Europese kunstenaars hier in het museum ruim een week voor de opening al hard aan het werk zijn. Iemand als Francesco Clemente laat zijn handelaar het werk versturen, hij is een soort zakenman geworden.

Vergelijk dat eens met de oudere Rus Ilya Kabakov eens, die op mijn inventatie antwoordde met de woorden: "Ik kan het niet geloven, ik moet huilen.' Overigens krijgt Kabakov eind volgend jaar een eenmansexpositie in het Stedelijk.

In het Oostblok zie je toch dat de kunst achterblijft bij de politieke ontwikkelingen. En dat terwijl kunstenaars vroeger voorop liepen en degenen waren met de internationale contacten!

Vernieuwing in de kunst kunnen we uit Oost-Europa op dit moment niet verwachten, daarvoor is het niveau te laag. Alleen in Rusland is werkelijk iets interessants aan de hand, maar ik heb het idee dat het daar te snel gaat. Het postmodernisme komt ze goed uit: links en rechts kun je motieven uit de kunstgeschiedenis wegplukken en dan lijkt het al gauw wat.''

En de West-Europese kunstenaars in "Wanderlieder'?

“De Belg Fabre heeft geen interesse voor politiek en de samenwerking voor deze tentoonstelling verliep dan ook moeizaam. Hij is cynisch over de ontwikkelingen ginds en vindt dat het allemaal om de poen draait. Zijn wandinstallatie zal een anticlimax ten opzichte van de andere bijdragen zijn, een onthulling van het Niets.

Overigens zei ook Zofia Kulik uit Polen dat Europa voor haar geen enkele rol speelt en dat ze zich op de problemen in eigen land wil concentreren. Alleen Kabakov en Grigorescu incorporeren de dagelijkse politiek in hun werk; dat spreekt mij zeer aan. Ger van Elk is van mening dat die grotere structuren zoals Europa een behoefte aan kleinschaligheid teweeg zullen brengen bij de individuele burger, dat poëzie en esthetisme de overhand gaan krijgen. Aan de formele voortgang in de kunst hebben de kunstenaars in Wanderlieder geen van allen iets toe te voegen. Ik hoop dat al wandelend langs deze monumentale stukken een epos ontstaat, of een symfonie. Zo perfect als in de tentoonstelling Energieën zal het niet klinken, maar ik hoop toch op een samenzang.''