Het jaar van de tweede Europese omwenteling

Nog slechts half begrepen heeft Europa dit jaar een tweede omwenteling doorgemaakt. Was 1989 het jaar waarin de communistische regimes in Oost-Europa instortten, in 1991 zag Europa de ondergang van het federalistisch-centralisme. Het ging daarbij niet zozeer om de spraakverwarring over het F-woord tussen Britten en Duitsers - de eersten denken bij de zesde letter van het alfabet aan Brussels bureaucratisch centralisme en de laatsten aan regionale zelfstandigheid. Het was veel meer de teloorgang van de Joegoslavische federatie in de burgeroorlog tussen Serviërs en Kroaten die het symbool is geworden van de tweede Europese revolutie binnen twee jaar.

De omwenteling bleef niet beperkt tot Joegoslavië. Verwarde pogingen in de Sovjet-Unie om de allang aangetaste centrale commandostructuur nog op het laatste moment te vervangen door een echte Unie, een op basis van vrijwilligheid overeengekomen en federalistisch besnoeid samenwerkingsverband van de diverse republieken, zijn stuk gelopen op onbedwingbare centrifugale krachten. In het referendum van afgelopen zondag in de Oekraïne werd afgerekend met de veronderstelling dat het opbloeiende nationalisme, de belijdenis van menselijke en culturele verscheidenheid, nog konden worden afgekocht met beloftes van gezamenlijke veiligheid en vereende economische inspanning. De geschiedenis eist haar tol, voor zover zij herinneringen oproept aan wat eens was of mogelijk was geweest èn voor zover zij tientallen jaren lang de individualiteit heeft geperst in de eenvormige collectiviteit van de leninistische mal.

De eerste omwenteling kon betrekkelijk gemakkelijk worden opgenomen. Zij was niet verwacht, althans niet voor de eeuwwisseling, maar het was weinigen ontgaan dat het zich als massabeweging presenterende onheil ten oosten van de Elbe in werkelijkheid bestond uit een op het maatschappelijke lichaam parasiterende, geestloze politieke structuur die niets vertegenwoordigde dan het materialistische cynisme binnen het web van elkaar beschermende grote en kleine machthebbers. Het was bekend dat daar de macht uit de loop van het politiemachinepistool kwam. Toen het spelletje van Russische roulette met de eigen bevolking eenmaal uitgespeeld bleek, werden de ware verhoudingen snel zichtbaar.

Heel anders is het gelopen met de omwenteling van dit jaar, hoewel de ondergang van het federalisme in Joegoslavië en de gebleken onvruchtbaarheid van die bestuursvorm in de Sovjet-Unie voor een deel voortkwamen uit dezelfde mengeling van hoop en desperaatheid waarmee in 1989 korte metten werd gemaakt met de communistische geronten in de verscheidene Midden- en Oosteuropese hoofdsteden. Maar voor die gelijkenis hebben de Westerse regeringen geen oog gehad. Waarbij een uitzondering moet worden gemaakt voor de regeringen in Wenen, Bonn en Rome, dicht genoeg gesitueerd bij de nieuwe brandhaarden om de hitte ervan te bespeuren. De overheersende reacties waren daarentegen toch dat de chaos inmiddels groot genoeg was en dat het tijd was de orde te herstellen.

Sterker nog werd het begripsvermogen op de proef gesteld door wat men in eigen kring als modern was gaan beschouwen. De verlichte wereld van de economie, van het rationeel op vermeerdering van het eigen voordeel gerichte economische subject was begonnen de plaats in te nemen van de onderwereld die werd beheerst door de duistere emoties van gemilitariseerde politiek, door machtshonger, door geweld, kortom door onredelijkheid. De bovenwereld had haar eigen logica van toenemende onderlinge en wereldwijde afhankelijkheid. Het was de leer van de internationale instituties waarin de interdependentie werd gekanaliseerd, van het net van verdragen dat het menselijke en collectieve handelen regelde, kortom van de integratie op bovennationaal niveau. De heldere verdeling van de Koude Oorlog had het bovendien mogelijk gemaakt op betrekkelijk ontspannen wijze de Tweede en de Derde wereld gereed te maken voor opneming in dat stramien. Het vangnet van de goede betrekkingen werd al gereed gehouden toen de Tweede wereld van het verlopen communisme aan haar vrije val begon. Gorbatsjovs project van het Europese Huis toonde dat deze Sovjet-hervormer de werking van het mechaniek had begrepen.

Als één van degenen die het niet hadden begrepen, kwam Saddam Hussein in beeld. Als een geschenk van de anonieme krachten die de loop der geschiedenis bepalen. De schok van de herfst en winter van 1989 was in de daaropvolgende zomer nog niet geheel verwerkt en de toekomst kende witte plekken. Maar dank zij Husseins verovering van Koeweit kon de meetlat van goed en kwaad tevoorschijn worden gehaald. Hoewel het niet met zoveel woorden werd gezegd, deed zich hier opnieuw de gelegenheid voor de oorlog te voeren die alle oorlogen niet alleen overbodig, maar ook onmogelijk zou maken, en niet alleen oorlogen, maar al het menselijk handelen dat niet was gefundeerd in de erkenning van de consequenties van de nieuwe Wereldorde, in het begrip voor de rationale verhoudingen die voortspruiten uit de onderlinge afhankelijkheid, in het begrip voor de technologische en dus de economische en sociale vooruitgang.

Dat was de wereld van Bush en Schwarzkopf. Zij heeft bestaan van 27 februari 1991, de dag van het bestand in Irak, tot 27 juni 1991, de dag waarop het Joegoslavische leger Slovenië aanviel. Die operatie kon niet worden gebillijkt, zo besloten de staats- en regeringsleiders van de Europese Gemeenschap, in Luxemburg bijeen. Maar Belgrado's geformuleerde intentie, het bijeenhouden van de Joegoslavische federatie, diende te worden gehonoreerd. Die intentie stond immers in het teken van de rede van de nieuwe Wereldorde; de Sloveense afscheiding riekte naar chaos, naar ontkenning van het bestaan van de onverbreekbare banden die de wereld als eenheid in stand hielden. Was Slovenië op grond van welke historische gebeurtenis dan ook al een soevereine staat geweest, dan zou het dilemma zich niet hebben voorgedaan. Maar als zo vaak vernietigde de angst voor het precedent het kritisch vermogen om te doorzien wat er verder nog aan de hand was.

Op grond van de overlevering van de groeiende interdependentie en het axioma van de inflexibiliteit van bestaande staatkundige vormen bleef de EG maandenlang de cliënt van het Servische hegemonisme, bruskeerden diverse Westerse leiders de democratisch gekozen Russische president Jeltsin en kritiseerde president Bush nog niet zo lang geleden het Oekraïense nationalisme.

Er was een maandenlange bloedige terreur in Kroatië voor nodig en een staatsgreep in Moskou om tot enige bezinning te komen. Misschien waren we toch iets te hard van stapel gelopen, hadden we te weinig geluisterd naar de mensen die zo pas weer vrij hun mond konden open doen, was de eigen ervaring teveel als toetssteen gebruikt voor ontwikkelingen waarvan de draagwijdte ook door de direct betrokkenen nog lang niet kon worden vastgesteld.