Help de bosproblemen definitief de wereld uit; Tien dollar per persoon per jaar

Het aantal actiegroepen tot behoud van het regenwoud groeit met de dag. Maar afgelopen jaar werd weer meer bos geveld dan ooit. Praten, lobbyen en diplomatie zijn niet opgewassen tegen bevolkingsaanwas en de belangen van de houtvesterij.

Zonder bos verandert de aarde onafwendbaar in een woestijn. Overleven is slechts mogelijk onder dure klimaatkoepels. En dat terwijl behoud van alle bos slechts 10 dollar per persoon per jaar kost.

Zo'n dertig procent van de wereld bestaat uit land en daarvan is dertig procent bos, waarvan de helft in de tropen ligt en de andere helft in gematigde gebieden. In totaal is dat zo'n 40 miljoen vierkante kilometer. Een korte wereldwijde inventarisatie levert een schrikwekkend beeld op:

* Tropisch regenwoud wordt op grote schaal gekapt om dienst te doen als parket, raamkozijnen, eetstokjes en betonbekisting. Na de houtkapfirma's ligt het bos open voor landloze boeren en later extensieve veeteelt of plantages, en wordt zo verder vernietigd.

* Bomen in de brede savanne- en steppengordel worden op grote schaal verbruikt als brandhout door de groeiende bevolking in deze gebieden. Ook de veestapel groeit, waardoor jonge scheuten steeds minder kans krijgen uit te groeien.

* Bossen in mediterrane streken werden ongeveer 2000 jaar geleden gekapt, in Midden- en West-Europa gebeurde dat in de Middeleeuwen, terwijl in de VS de kap vooral in de 19e-eeuw heeft plaatsgevonden.

* Ongeveer de helft van de bossen in Europa, Noord-Amerika en Siberië is aangetast door verzuring.

* En op kleinere schaal: houtwallen in gematigde streken zijn verdwenen als gevolg van de mechanisatie in de landbouw. Steeds meer berghellingen worden van hun bossen ontdaan, in de Alpen door het oprukken van de skigebieden, en door overbegrazing en houtkap in Turkije, de Pyreneeën, Andes en de Himalaya.

* Bij onverminderde kap is over 50 jaar de laatste tropische boom verdwenen. Het natuurlijke bos in gematigde streken zal binnen 20 tot 60 jaar gekapt of gestorven zijn. Alle natuurlijke en aangeplante bossen tussen de gematigde en noordelijke breedtegraden lopen gevaar door de effecten van verzuring. Bovendien dwingt het broeikaseffect de gematigde bossen meer naar de poolstreken te verhuizen en is het de vraag of de bossen zich zo snel kunnen verplaatsen.

Wie het geheel overziet moet tot de gevolgtrekking komen dat een wereld zonder bossen niet ondenkbaar is. Maar kunnen we ons voorstellen hoe ingrijpend dat zal zijn? Wat voor een wereld levert dat op?

Oppervlak

Bossen slaan mineralen, koolstof en water op en beschermen de bodem tegen erosie. Het systeem van oceanen is het enige op aarde dat een vergelijkbare essentiële rol speelt voor onze planeet. Er zit veel meer water in oceanen dan in bossen, maar veel functies zijn meer gerelateerd aan oppervlak dan aan volume. Het oppervlak van een bos is gelijk aan het bladoppervlak en dat is vele malen groter dan het stuk grond waar een boom op staat. Op die manier gezien verschillen de oppervlakten van oceanen en bossen niet veel van elkaar.

Een bos kan de binnenkomende zonne-energie opslaan in een veelheid aan levensvormen, die aaneengeschakeld zijn tot lange voedselketens. In een tropisch woud wordt weinig energie verspild. Bijna al het leven en water en alle voor het leven essentiële mineralen zijn aanwezig in de tientallen meters dikke laag bovengronds.

Het is bekend dat de diversiteit aan levensvormen in bossen enorm is. In tegenstelling tot wat intuïtief aannemelijk lijkt, zijn de oceanen zeer arm aan soorten: minder dan 4% van alle bekende soorten planten en dieren leeft in zee. Van alle soorten op land leeft minimaal 90% in het bos (zie tabel 1), en wel vooral in het kronendak van het tropisch regenwoud.

Wat betreft de totale biomassa, het gewicht van de totale hoeveelheid leven, is het niet anders gesteld: minder dan 1% van het leven bevindt zich in de oceanen. De oceanen zijn in vergelijking met bossen natte woestijnen.

Het kappen van bossen, en vooral van de tropische bossen, betekent zonder meer het uitroeien van een zeer groot deel van de plant- en diersoorten die leven op aarde. Een dergelijke massale sterfte is moreel moeilijk te aanvaarden. Daarnaast heeft biodiversiteit economische waarde.

Biodiversiteit betekent nuttige en aangename planten en dieren. Medicijnen worden voor 50% ontwikkeld uit wilde organismen. Gewassen die in mono-cultures kwetsbaar zijn geworden voor ziektes kunnen door inkruisen met wilde variëteiten worden gered.

Een bos met een grote biodiversiteit is een veelzijdige chemische fabriek van complexe verbindingen met een researchafdeling die draait tegen te verwaarlozen kosten. Meer soorten leven betekent meer gratis recepten, meer verrassende verbindingen zoals in koffie, cacao en morfine. Op het ogenblik wordt nog minder dan 1% van alle bekende plantensoorten economisch gebruikt. Er is geen reden om aan te nemen dat de overige 99% niet interessant zou zijn. Wie bedenkt wat het zou moeten kosten om biotechnologisch een koffieplant te maken moet tot de conclusie komen dat de economische schade van het huidige verlies aan biodiversiteit gigantisch is. En 90% van de soorten die we kwijt raken kennen we niet eens, we weten later alleen dat ze eens bestonden.

Hout

Bos zit niet alleen vol soorten maar ook vol hout. Hout is een gewild materiaal voor industriële produktie. Vervanging van hout door kunststoffen is bijna altijd mogelijk en de geïndustrialiseerde wereld beschikt gemakkelijk over het kapitaal om zo'n substitutie uit te voeren. Hout als energiebron is in de geïndustrialiseerde wereld nauwelijks van belang. Voor de Derde wereld ligt dat anders.

Hout is onvervangbaar voor een low tech maatschappij. Hout is taai, sterk in verhouding tot het gewicht en is te bewerken met eenvoudig gereedschap. Als natuurlijke opslag van zonne-energie zijn bomen ongeëvenaard. Hout heeft een energie-inhoud van ongeveer 1-3 van die van benzine. Voor het bewerken en verstoken van hout is deelname aan een geldeconomie niet nodig. Pre-industriële maatschappijen zoals Europa in de Middeleeuwen zijn letterlijk en figuurlijk gebouwd met hout.

De grenzen van een dergelijke low tech economie zijn gemakkelijk te trekken. Het hout is pas bruikbaar na de accumulatie van enkele jaren zonne-energie in de boom. Als een bevolking meer hout gebruikt dan erbij komt, of als de voorraad bomen door andere oorzaken wordt aangetast, dan verdwijnt de materiële basis van de samenleving.

Voor de Derde wereld betekent het verdwijnen van bomen dat de bevolking rekening moet houden met de prijzen van olie op de wereldmarkt. Het alternatief is kou, koud eten en ongekookt water. Zo'n 2 miljard mensen op aarde zijn voor verwarming, licht, koken en constructies afhankelijk van hout en daarvan hebben 100 miljoen nu al een acuut gebrek aan brandhout.

Een dergelijk gebrek aan hout is eerder voorgekomen in de geschiedenis, in Engeland in de 16e en 17e eeuw als gevolg van bevolkingsgroei en toegenomen houtkap. Engeland kon zijn economie toen funderen op een nieuwe materiële basis: ijzer, kolen en beton.

Daarmee is niet gezegd dat dit de Derde wereld ook zal lukken. Er is intussen veel veranderd in de wereld: de schaal van het probleem is enige ordes groter alleen al door de omvang van de bevolking. De FAO verwacht dat tegen het jaar 2000, en dat is over 9 jaar, 1 miljard mensen niet in staat zullen zijn duurzaam in hun behoefte aan hout te voorzien.

Het klimaat

Bomen beïnvloeden het klimaat, doordat ze de snelheid van de kringlopen vertragen. Ze nemen de stoffen in kleine hoeveelheden op en geven ze gedoseerd weer af. Wanneer alle bossen in één klap verbrand zouden worden betekent dat een verhoging van de hoeveelheid koolstofdioxyde in de atmosfeer van 15%. Dit versterkt het broeikaseffect.

Bossen houden water vast en reguleren de vochthuishouding. Een gedeelte van het hemelwater blijft op de bladeren liggen en verdampt direct. Een ander gedeelte wordt door de wortels opgenomen en verdampt dan uit de bladeren. Ten slotte wordt water opgenomen in de bodem rond de bomen, of blijft in de vorm van sneeuw op of onder de bomen liggen, en wordt langzaam afgegeven.

Door het opslaan van water beïnvloeden bomen temperatuurverschillen. Het is een actief proces, dat wil zeggen dat bomen de mate van verdamping sturen. Bossen zijn zo in staat grote hoeveelheden warmte te absorberen en daardoor temperatuurverschillen, vooral die tussen dag en nacht, te dempen.

Het uit bossen verdampte water valt voor ongeveer 75% weer op land in de vorm van regen. Ontbossing zal leiden tot een aanzienlijke afname van de regenval op land. Als er geen bossen meer zijn zal de regenval afnemen en zullen temperatuurverschillen toenemen. Door grotere temperatuurverschillen ontstaan vaker en krachtiger stormen.

Oceanen hebben ook een vertragende werking op temperatuurschommelingen. Het mechanisme is niet gebaseerd op verdamping maar op de warmtecapaciteit van water. Oceanen dempen als grove regulatoren voornamelijk de temperatuurverschillen tussen zomer en winter.

Aangeplant bos

Aangeplante bossen kunnen evengoed een temperatuur- en vochtigheidsbuffer vormen. Ze kunnen mineralen opslaan, erosie tegengaan en hout produceren. De wereldbank schat dat de aanplant van een half miljoen vierkante kilometer bos, nodig is om duurzaam brandhout te leveren. Hout als constructiemateriaal kan ook goed geproduceerd worden in plantages. Zambia is het enige land dat voldoende plantages heeft aangelegd om te voorzien in de industriële behoefte aan tropisch hardhout. Maar in aangeplante bossen kan de biodiversiteit niet worden bewaard - doel van een plantage is juist het scheppen van een homogene levensgemeenschap.

Bossen zijn niet eenvoudig te vervangen door technische maatregelen, zeker niet als het gaat om beïnvloeding van het klimaat. Het zal gedeeltelijk neerkomen op rampenbestrijding. Aan watergebrek, erosie en overstromingen is nog wel wat te doen: aanleg van dammetjes, dijken, basins en stuwmeren. Een dergelijke operatie is tijdrovend en duur. Maar tegen het algeheel droger worden van het klimaat en het versterkte broeikaseffect is met technische maatregelen niet veel te beginnen. Bossen zijn wat dit betreft onvervangbaar.

En de biodiversiteit, is die vervangbaar door technische oplossingen? Een alternatief lijkt het opslaan van genetische informatie in een genenbank. Naar schattingen zijn er zo'n 50 miljoen soorten leven op aarde, waarvan 90% in bossen leeft. Opslag en beheer van dergelijke hoeveelheden is onvoorstelbaar. De biotechnologie is nog lang niet zover dat nieuwe genen maakbaar zijn en de kosten zullen hoog zijn. Een levend natuurlijk bos is de enige praktisch uitvoerbare vorm van opslag van een zo'n grote hoeveelheid genetische informatie.

Onder een koepel

Kunnen technische constructies de functies van het levende bos overnemen? Dat is niet onmogelijk, want ook nu al vindt een steeds groter deel van het menselijk leven plaats onder daken en achter glas. Waarom niet een groot dak erover bevolkingscentra zodat blootstelling aan van weer en wind niet meer nodig is? Een wereld onder een koepel dus, net als het experiment Biosphere-2 in Arizona. Buiten de koepel zullen weinig mensen meer leven in de kaalgekapte, geërodeerde woestijn. Wat kost het verblijf in zo'n total service world?

Afgaande op Biosphere-2 zal een persoon een miljoen gulden per jaar moeten betalen voor het verblijf in de koepel. Dit betekent dat er op de wereld niet veel meer dan 10 miljoen mensen in aanmerking komen voor deelname. Het zal een wereld zijn van 10 miljoen miljonairs in de woestijn.

Als alternatief kunnen we natuurlijk nu alle bossen kopen en laten staan. De opbrengst van de houtkap levert de Derde wereld op het ogenblik 8 miljard dollar per jaar op. Een dergelijk bedrag is te verwaarlozen in vergelijking met de schulden die deze landen hebben. Als we de kosten delen onder 1 miljard mensen (zo ongeveer het aantal inwoners van de geïndustrialiseerde wereld) dan betekent dat 8 dollar per persoon per jaar aan bosbelasting.

We kunnen dit idee nog wat uitbreiden en gelijk het brandhoutprobleem oplossen. Bij de huidige groothandelsprijzen kosten 1 tot 5 miljard bomen (de benodigde jaarlijkse aanplant) in de orde van 1 miljard dollar. De arbeid is rekenen we niet mee, dus we komen dan uit op een bosbelasting van, laten we het ruim nemen, 10 dollar per persoon per jaar.

Tien dollar per persoon per jaar moet op te brengen zijn als het gaat om het behoud van de schil van de aarde en het is in ieder geval goedkoper dan het verblijf in een koepel.

Dit artikel is geschreven in nauwe samenwerking met René Kleijn, Ester van der Voet (Centrum voor Milieukunde) en Loek van der Molen (faculteit Biologie), allen werkzaam aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Foto: C, H2O, N, en P in bossen

De atmosfeer bevat 725.10¹² kg koolstof (C). Een bos legt gemiddeld 105 kg koolstofdioxide per hectare vast. Het mondiale areaal aan bos bedraagt 40.106 km². Dit komt neer op een koolstofinhoud van 110.10¹² kg.

De totale hoeveelheid water (H2O) in de atmosfeer bedraagt 14.10¹5 kg. Een gemiddeld bos bevat rond de 25 mm regen. Met een areaal van 40.106 km2 betekent dit een waterinhoud van 1.10¹5 kg. De totale hoeveelheid zoet oppervlaktewater bedraagt 120.10¹5 kg.

De hoeveelheid stikstof (N) in bomen bedraagt ongeveer 12.10¹² kg. De totale hoeveelheid stikstof in levende organismen in de oceanen bedraagt 0,47.10¹² kg.

De totale hoeveelheid fosfor (P) in bomen bedraagt ongeveer 1,8.10¹² kg. De totale hoeveelheid fosfor in biomassa in de oceanen bedraagt 0,13.10¹² kg.