Flitsende en dramatische danspremières

Gezelschap: De Rotterdamse Dansgroep. Premières: Just play, please. Choreografie en toneelbeeld: Mark Haim; muziek: Nicolà Paganini; kostuums: Edith Ordelman; licht: Kees Knegjes. Tweede werk: Letting go. Choreografie en toneelbeeld: Käthy Gosschalk; muziek: Anton Webern; kostuums: Edith Ordelman; licht: Henk van der Geest. Derde werk: Edge stories. Choreografie en toneelbeeld: Anouk van Dijk; muziek: Yens & Yens en Kodo Ubu-suna; kostuums Edith Ordelman; licht: Kees Knegjes. Gezien: 4-12 Kleine zaal schouwburg, Rotterdam. Daar nog te zien 6 en 7-12. Verder 13 en 14-12 Leiden, 7 t-m 11-1 1992 Amsterdam, 18-1 Arnhem, 5 en 6-2 Utrecht en 15-2 Schiedam.

Net twee maanden na het uitbrengen van drie nieuwe balletten presenteert De Rotterdamse Dansgroep een programma met weer drie speciaal voor het gezelschap gemaakte premières. De Amerikaanse free-lance choreograaf Mark Haim zorgde voor het flitsende openingsnummer Just play, please. Het beginbeeld tekent de sfeer van het stuk: een wat voor zich zelf op een fluit oefenende danseres wordt door haar rumoerige collega's, die zich achter een roze muur bevinden, opgeroepen zich bij hen te voegen. Dan kunnen ze beginnen. Eerst verschijnt één danser die zich presenteert met keurig afgemeten bewegingen, daarna wordt de muur afgebroken en verschijnen de zes anderen. De muursegmenten doen denken aan zo'n ouderwetse bouwdoos en zo worden ze ook gebruikt. Er wordt een poort gebouwd, een tafel, er worden bankjes van gemaakt, of het toneelvlak wordt er mee afgebakend. Iedere verandering vormt het decor voor de verrichtingen van telkens een of twee andere dansers. De bewegingen die Mark Haim ze geeft, zijn vooral geagiteerd nerveus, met allerlei geïsoleerde acties tegelijkertijd in verschillende ledematen. De speelse levendigheid wordt onderbroken door een fragment waarin bijna niets gebeurt: een danseres staat als een poserende filmster in een lichtbundel terwijl een danser bedachtzaam over de blokken loopt. Verder beweegt zich nog een grote mand zilverkleurige, sprietige bladeren met kleine kertsboomlichtjes over het toneel, vindt een verkleedpartijtje plaats en roffelt een danseres met handen en ellebogen op tafels. Een pittig werk met aardige vondsten en een beetje wat al te opgelegde humor. Met verve uitgevoerd met Oerm Matern, Tim Persent en Anouk van Dijk als uitblinkers.

Heel wat dramatischer is Kathy's Gosschalks Letting go, over een man die ieder contact met zijn medemens en met name zijn vrouw, verloren heeft. Alleen twee kleine meisjes weten een moment dat isolement te doorbreken. De rol van de vrouw, Caroline Harder, wordt te melodramatisch vorm gegeven met het hevig woelen in bed en almaar vertwijfeld grijpen in kussens en naar een telefoon. De man, Rick Kam, komt beter uit de dansverf, ook omdat Kam in zijn interpretatie vrij subtiele en genuanceerde momenten heeft weten aan te brengen. Ook de twee meisjes (goed gedanst door Inge Buyls en Johanna Laber) krijgen een duidelijke karakterisering in beweging. De dwingende zeggingskracht van de gebruikte muziek - Sechs Stücke - van Anton Webern heeft de choreografe echter niet weten te evenaren.

Het derde nieuwe werk is gemaakt door Anouk van Dijk, een danseres van de groep die in de jaarlijkse workshops al choreografische beloften heeft getoond. In haar Edge stories valt vooral haar krachtige, vloeiende bewegingsstijl op, waarbij sterk aangezette impulsen een vervolg krijgen in het gehele lichaam en kleine details voor markante accenten zorgen. Wat ze wilde belichten via archetypes: initiatiefnemer, volger, slachtoffer en toeschouwer, is er niet helemaal duidelijk uitgekomen en een echt eigen signatuur heeft ze nog niet gevonden. Maar als compositie heeft Edge stories een goede opbouw en structuur. De choreografe heeft een scherp oog gehad voor de kwaliteiten van haar collega-dansers, waarvan Oerm Matern en Tim Persent ook hier weer extra opvielen. Een choreografisch debuut dat een vervolg verdient.