Financiële onzekerheid omroepen afgenomen

DEN HAAG, 5 DEC. In de afgelopen maanden is de onzekerheid over de financiële toekomst van de publieke omroepen voorlopig afgenomen. Minister d'Ancona (WVC) schrijft dat in een brief aan de Tweede Kamer over de begroting van volgend jaar voor de publieke omroep.

Bij handhaving van de huidige omstandigheden zullen zich voor de publieke omroepen geen structurele tekorten aandienen, zo blijkt uit nieuwe meerjarencijfers. Als oorzaak hiervan wijst de minister op meevallende inkomsten. De omroepbijdrage wordt geïndexeerd (voor 1992 met 2,6 procent) en de opbrengst van de STER zal gunstiger uitvallen. De verwachting is nu dat de inkomsten van de STER volgend jaar bijna 50 miljoen gulden hoger uitvallen. De minister rekent op netto-reclame-inkomsten van 375 miljoen gulden.

Het budget van de omroep stijgt in de huidige ramingen van 933 miljoen in 1991 tot 970 miljoen in 1992. Het budget loopt vervolgens op tot 1.081 miljoen in 1995.

De minister schrijft verder in haar brief de eigen bijdrage van de omroepen voor volgend jaar op 30 miljoen gulden te stellen. De omroepen hadden in september nog een eigen bijdrage van 50 miljoen voorgesteld. De minister acht dat bedrag echter aan de hoge kant. Zij eist echter wel dat de omroepen vooraf een garantie geven dat het gevraagde bedrag daadwerkelijk wordt geleverd en ingezet voor de versterking van de programmering in 1992. Daarbij gaat zij er ook van uit dat de omroepen door verbetering van de efficiency 40 miljoen gulden besparen.

De ontwikkelingen op de reclamemarkt bieden geen mogelijkheden voor een geheel nieuw grootschalig commercieel tv-initiatief op de kabel, schrijft d'Ancona. Een commerciële toekomst ziet zij alleen voor omroepen die het publieke bestel willen verlaten.