Canada zet bijl in eigen regenwoud; "Milieuvriendelijk' Amerikaans grenen vaak afkomstig uit oerbos

Terwijl in Europa alle aandacht uitgaat naar de vernietiging van het tropisch regenwoud, loopt het Canadese regenwoud zeker zo veel gevaar.

Elke dag wordt een oppervlakte ter grootte van achthonderd voetbalvelden "geclearcut'.

Of wij soms ook van die "treehuggers' zijn, van die "bloody environmentalists'. Want daar hebben de bosbouwers tijdens hun werk geen behoefte aan. En zeker vandaag niet meer. Vanochtend hebben ze hun handen al vol genoeg gehad aan tien actievoerders die de weg blokkeerden en zich aan bomen vast hadden geketend. Veertig furieuze bosbouwers maakten met geweld een einde aan de actie. De videocamera van een van de treehuggers (boomknuffelaars - ze omarmen met elkaar de bomen die op het punt staan geveld te worden) moest het ontgelden. Canadese bosbouwers haten publiciteit.

Maar wij zijn kennelijk ongevaarlijk. Ze kunnen doorgaan met het opladen van boomstammen in maten van vijftien meter lang en meer dan twee meter doorsnede. De bomen komen uit het old growth, het oerwoud. Er staan bomen die soms meer dan duizend jaar oud zijn. Wat er over blijft is een kale vlakte met stronken van een meter hoog.

Per dag worden er in de provincie British Columbia gemiddeld 600 hectaren oerwoud "geclearcut'. Een methode waarbij het bos in één keer wordt gekapt. Het afval, zo'n 25 procent van al het hout, wordt ter plaatse verbrand. De overige 75 procent leveren elke dag 200 duizend kubieke meter fabriekshout op. Het grootste deel is voor pulp, de rest voor planken. In de afgelopen veertig jaar is zestig procent van het regenwoud in British Columbia gekapt. Met de huidige kapsnelheid is er over 15-20 jaar geen oerwoud meer in British Columbia.

Terwijl in Nederland de communis opinio heerst dat het kappen van regenwouden een probleem is van ontwikkelingslanden, blijkt Canada ongestoord zijn gang te gaan met vergelijkbare praktijken. Cynisch genoeg komen milieugroepen als Milieudefensie bij het zoeken naar alternatief hout uit op soorten als Western red cedar (Thuja plicata) en Oregon Pine (Pseudostuga menziesii). Twee van de belangrijkste boomsoorten van het gematigde regenwoud van Canada.

Bij de Canadezen wordt het probleem wel breed onderkend. Men beseft dat de bossen toch niet zo onuitputtelijk zijn als altijd werd gedacht. De verkoopwaarde van hout is voor een steeds breder publiek niet meer de enige waarde van de bossen en nieuwe natuurconcepten doen hun intrede.

De milieu-beschermingsorganisaties Western Canada Wilderness Committee, de Sierra Club en Greenpeace en diverse indianenstammen vinden dat de bossen onmiddellijk beschermd moet worden. Daarbij schuwen ze gevaarlijke acties niet.

In september 1990 blokkeerden Lil'wat indianen 116 dagen lang een weg bij Vancouver als protest tegen de kap van bos op hun grondgebied. Deze zomer hielden vijftig demonstranten twee maanden de toegangsweg tot een bedreigd gebied op Vancouver Island bezet. In beide gevallen werden tientallen mensen gearresteerd. De Youth Environmental Alliance, een groep schoolkinderen uit Victoria, ondersteunden de actie met een hongerstaking van 28 dagen. Inmiddels is een deel van hen weer opnieuw in hongerstaking gegaan.

Indianen

De samenwerking tussen de indianen en de milieubeschermers is pragmatisch. Voor de indianen staat voorop dat ze hun land ongeschonden terug willen hebben. Canadese indianen hebben in tegenstelling tot indianen uit de Verenigde Staten nooit afstand gedaan van hun grond en moeten nu toezien hoe hun leefgebied wordt geruïneerd. De politiek gerichte indianenbeweging probeert de publieke opinie te overtuigen van hun gelijk. Via rechtszaken, onder andere in het internationaal gerechtshof in Den Haag proberen ze hun recht, en daarmee hun land, terug te krijgen.

Volgens Mark Wearing, bosbouwer van de Western Canada Wilderness Committee is bescherming van het Canadese old growth van belang omdat het een climax-stadium is van een lang ongestoord ecosysteem. ""Een enorme ecologische wijsheid en wetenschappelijke kennis moet in die bossen zijn opgebouwd waar we nog niets van weten. Maar ook het recreatieve en spirituele element is belangrijk. Als je bedenkt dat onze voorouders vroeger allemaal in het bos leefden, dan zijn die bossen toch een deel van de overlevering. We kunnen in die bossen iets van ons zelf ontdekken.''

""Clearcut is op de lange termijn economisch onrendabel. Als je het bos zo stabiel mogelijk houdt, heb je ook de beste garantie voor werkgelegenheid op lange termijn. En juist hier in British Columbia hebben we de mogelijkheid om technieken te introduceren die de natuur beschermen'', aldus Wearing.

Tachtig miljoen hectare van British Columbia is bos. De helft daarvan zou volgens het ministerie commercieel kunnen worden geëxploiteerd. Maar vanwege slechte houtkwaliteit, instabiele bodem, of parken, zijn slechts 26 miljoen hectaren daadwerkelijk bestemd voor commercieel gebruik. Deze hectaren bevinden zich doorgaans in de lager gelegen, goed bereikbare gebieden.

Op het moment heeft iets meer dan 6 miljoen hectaren de status van natuurpark. De overheid meent dat daarnaast nog eens 4,5 procent natuurgebied is. De totale oppervlakte natuurgebied komt daarmee op 11 procent en dat benadert de twaalf procent die de Brundtlandcommissie voor het behoud van de ecologische diversiteit noodzakelijk achtte.

De provinciale overheid heeft onlangs een strategisch "old growth-plan' gepresenteerd. In dit plan staat hoe de belanghebbenden gaan bepalen hoeveel (oorspronkelijk) bos er nodig is voor de ecologische biodiversiteit, voor recreatie, voor wetenschappelijk onderzoek en voor de bosbouw. Milieu-organisaties verwachten dat het nog zeker een aantal jaren zal duren voordat men het ook daar weer over eens is.

Werkloos

Aan G.L. Kennah, staf manager van het ministerie van bosbouw in de regio Vancouver de vraag of het dan niet nodig is om totdat die overeenstemming er is, de kap te stoppen? Kennah: ""Mensen die zeggen dat we moeten stoppen, hebben geen financiële belangen in deze situatie. Het maakt deze mensen niet uit of vervolgens iedereen werkloos wordt. Of het zijn mensen die menen dat ze recht op de bossen hebben, de oorspronkelijke bewoners, en zelf de bossen willen exploiteren. Maar wij zien absoluut geen reden om opeens overal te stoppen met het kappen van de old growth. De bosbouwindustrie is nu eenmaal de motor van de economie van de provincie.''

Gesteund door wetenschappers van de University of British Columbia in Vancouver meent Kennah dat de milieubeweging haar keuzes te gemakkelijk en op verkeerde gronden maakt. ""Het ziet er inderdaad niet mooi uit, zo'n clearcut, maar het is nog nooit bewezen dat clearcutting niet duurzaam is. Na de kap zijn er vaak meer dieren en plantesoorten dan vóór de kap. Weliswaar niet altijd dezelfde als voorheen, maar ze komen'', meent Kennah.

Het kost de milieu-organisaties weinig moeite om hier een weerwoord op te vinden. In enkele tientallen jaren is niet te bewijzen of een bepaalde kapmethode duurzaam is; een reden om zeer terughoudend te zijn met clearcut methoden, menen de natuurbeschermers. En het gaat de beschermers niet om het áántal dieren maar om de unieke combinatie van diersoorten van het old growth.

De provincie is zo gebrand op het weerleggen van de argumenten van de milieubeweging omdat ze bang is voor een internationale boycot à la tropisch hardhout. Het ministerie is probeert bedrijven en wetenschap op één lijn te krijgen voor de grote milieuconferentie in 1992 in Brazilië. Canada verwacht veel kritiek op zijn bosbeleid.

De bedrijven zelf zijn met publiekscampagnes begonnen. Volgens Scott Alexander, voorlichter van het grootste kapbedrijf MacMillan Bloedel zijn de campagnes erop gericht het publiek eerlijke informatie te geven. ""We willen de mensen laten zien dat ons enige belang heus niet alleen de winsten zijn en dat wij wel degelijk er alles aan doen om op een voor het milieu verantwoorde manier bosbouw te bedrijven. De richtlijnen vanuit de overheid zijn daarvoor ook steeds strakker geworden. Twintig jaar geleden zeiden ze nog kap maar raak, doe wat je wil, creëer maar banen.'' De campagne heeft volgens hem tot nu toe echter niets uitgehaald; het imago wordt steeds slechter. Alexander: ""Wij zijn serieus bang voor een boycot van Europa of de VS.''

Maar van een oproep tot echte boycot is nog geen sprake. Men wil het publiek wijzen op duurzame alternatieven. In Duitsland bracht Greenpeace onlangs een "plagiaat exemplaar' uit van Der Spiegel, gedrukt op papier van duurzaam geteeld hout en waarin de Canadese bosproblematiek werd uitgelegd. Deze actie kreeg zoveel aandacht dat de uitgeverij van Der Spiegel op ander papier overstapte.

In Engeland heeft het Women Environmental Network ook opgeroepen tot een selectief gebruik van Canadees hout. Kan Nederland ook iets dergelijks verwachten binnenkort? David Peerla van Greenpeace Canada: ""Onze strategie is om mensen de link te laten zien tussen een produkt en de plaats waar dat produkt vandaan komt. Dus als iemand in Amsterdam in een papieren zakdoekje blaast, moet hij weten dat hij daarmee een stukje Canadees oerwoud wegblaast.''