Bos voor de zondagmiddag

Bos is belangrijk voor de Nederlander. In vergelijking met andere vrijetijdsbestedingen komt een boswandeling op de tweede plaats, onmiddellijk na familiebezoek. Gaat het om waardering dan scoort bosbezoek zelfs het hoogst. Dit concludeert de Stichting Recreatie in het literatuuronderzoek "Het belang van het Nederlandse bos voor de recreant'. Daarin zijn de gegevens uit een tiental onderzoeken naar de belevingswaarde van bossen samengevat.

De gemiddelde bezoeker blijkt een voorkeur te hebben voor stille en rustige bossen met ongerepte natuur, waar hij kan wandelen en fietsen. Het zien van vogels en andere dieren wordt hoog gewaardeerd. De recreant vertoeft liever in een halfopen boslandschap dan in een dicht bos. Het moet dan bij voorkeur gemengd bos zijn met bomen van verschillende leeftijd, afgewisseld door open plekken met heide en met smalle kronkelige paadjes. Men waardeert en accepteert een zo natuurlijk mogelijk beheer van het bos. Maar sommigen vinden het een rommelige indruk maken als omgevallen bomen blijven liggen.

Waardeoordeel

Het meest recente onderzoek naar de recreatieve waarde van het Nederlandse bos is uitgevoerd door het Instituut voor Bosbouw en Groenbeheer "De Dorschkamp' in Wageningen in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. "Waardering van bosbeelden door recreanten' gaat in op de voorkeuren voor boomsoorten en de daarbij behorende bostypen. De onderzoekers plaatsten in een vijftal Nederlandse bossen panelen met daarop een serie kleurenfoto's van verschillende bomen en bossen.

Passerende wandelaars, fietsers en ruiters vroegen zij naar hun mening en waardeoordeel.

De beuk vindt iedereen het mooist, op de voet gevolgd door de eik. Eiken scoren als ze jong zijn iets lager maar overtreffen de beuk op hoge leeftijd in schoonheid. Ongemengde grove dennenbossen vindt men over het algemeen maar saai.

Alleen pas aangeplante dennetjes krijgen de voorkeur van een relatief kleine, voornamelijk op luieren en picknicken gerichte bezoekersgroep.

De ondergroei van struiken en kruiden mag van de recreant maar tot op ooghoogte komen en de struikenlaag moet zeker niet ondoordringbaar zijn. Basisvoorzieningen als fiets- en wandelpaden en een parkeerplaats zijn voor de bezoeker belangrijk, maar voor de rest mag het bos ongerept zijn.

De onderzoeksresultaten zijn van belang voor de invulling van het beleid om de komende 15 jaar in Nederland circa 35.000 hectare nieuw bos aan te leggen, zoals is vastgelegd in het Meerjarenplan Bosbouw 1884-1994. De gegevens zullen tevens worden gebruikt bij de evaluatie van het tot nu toe gevoerde beleid ten aanzien van het totale Nederlandse bosareaal.

Houtproduktie

Van de in totaal meer dan 300.000 hectare bos heeft 82% een meervoudige functie: de houtproduktie moet samen gaan met recreatie en het in stand houden van natuur- en landschappelijke waarden. Maar vooral de houtproduktie staat op gespannen voet met de natuurwaarden. Uit een natuurlijk bos zou geen hout mogen verdwijnen en omgevallen bomen moeten er blijven liggen. Dood hout speelt in het natuurlijke bos-ecosysteem een essentiële rol.

Om aan de natuurwaarden tegemoet te komen en tegelijkertijd hout te kunnen blijven produceren, verricht het Staatsbosbeheer onderzoek naar een meer natuurlijk bosbeheer. In een aantal bospercelen op de Veluwe en in Limburg experimenteert het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek met het omvormen van monocultures tot meer natuurlijk, gemengd bos. Omdat bomen langzaam groeien, zal het tientallen jaren duren voordat deze experimenten resultaten opleveren.

Uitkapbos

Door de natuur zoveel mogelijk haar gang te laten gaan, zal het bos zichzelf in stand houden en hoeven er geen bomen te worden aangeplant. Dit spaart kosten uit, is de gedachte. Slechts af en toe kan een volgroeide boom worden omgehakt en afgevoerd. In dit "uitkapbos', blijft ten behoeve van de natuurwaarden een percentage dood hout op de bosbodem liggen. Kleine aantallen runderen en pony's en in grotere aaneengesloten gebieden mogelijk zelfs elanden en wisenten zullen de noodzakelijke dunningen in het bomenbestand kunnen uitvoeren.

Dergelijke meer natuurlijke multifunctionele bossen komen er wellicht in de daartoe aangewezen bosuitbreidingsgebieden rond de grote steden in de Randstad en in de bosarme provincies Groningen, Drenthe en Friesland.

Op dit moment bestaat ruwweg de helft van alle bosgebieden in Nederland uit ongemengd grove dennenbos. Gezien de onderzoeksgegevens is zulk bos weinig geliefd bij het recreërende publiek. Ongemengd dennenbos is evenmin in trek bij de inheemse flora en fauna, die beter gedijen in het van nature in Nederland groeiende gemengde loofbos.

Maar binnen het bestaande bosareaal is een uitbreiding (10.000 ha) voorzien van grove den en douglas ten koste van gemengd loofbos. Met name de uit Noord-Amerika ingevoerde douglas - een snelgroeiende hoogopschietende naaldboom die weinig ruimte laat voor andere bomen, struiken en kruiden - moet bijdragen aan de voorgenomen verhoging van de houtproduktie in Nederland. De oppervlakte douglas zal volgens plan de komende decennia moeten uitgroeien van 16.000 tot 54.000 hectare.