Vrouwen willen macht niet overnemen, maar rechtmatig deel ervan

“De autonomiebeweging vertoont in feite postkoloniale trekjes. Onder dwang krijgen zo Derde wereldlanden feministische principes opgelegd...”. Dat is de kern van de kritiek van Derk-Jan Eppink en Floris van Straaten op het Vrouwen en Ontwikkelingsbeleid (NRC Handelsblad van 16 november).

Het getuigt van koloniaal denken wanneer de auteurs beweren dat het autonomie-concept een Westerse ontdekking is en dat Westerse feministen hun vrouwenstrijd exporteren naar Derde wereldlanden. Alsof vrouwen in de Derde wereld niet reeds vele decennia strijden voor hun belangen en opkomen voor hun rechten. Het waren nota bene vrouwen uit Azië en de Caraïben die, aan het eind van de jaren zeventig (zo nieuw is het dus ook weer niet!), het recht opeisten om hun leven en de richting waarin zij hun samenleving wilden veranderen, zelf te bepalen.

Dat is niet zo vreemd als men bedenkt dat vrouwen de helft van de bevolking vormen, driekwart van alle werk doen, slechts tien procent van het inkomen verdienen, en nog geen drie procent van alle rijkdom in de wereld bezitten.

Vrouwen in de Derde wereld wachten niet lijdzaam af wat ontwikkelingswerkers uit het Westen nu weer voor ze hebben bedacht. Ze weten precies wat ze wel en niet willen. Feminisme is dus niet een exclusief Westers artikel, en uit recente onderzoeksgegevens over de geschiedenis van de vrouwenbeweging in ontwikkelingslanden blijkt dat ditzelfde feminisme daar ook niet bepaald nieuw is. Het probleem is echter dat vrouwen in de Derde wereld geen kans krijgen hun wensen kenbaar te maken. Westerse ontwikkkelingsdeskundigen zien hen niet als volwaardige partners en in hun eigen maatschappij hebben ze geen machtspositie.

Het verwijt van Eppink en Van Straaten dat feminisme een export-artikel is dat de culturele soevereiniteit van de ontwikkelingslanden zou aantasten, is even onterecht als belegen.

De Afrikaanse journalist Trevor Ncube schreef onlangs: “Democratie is democratie; mensenrechten zijn mensenrechten. Cultuur heeft daar niks mee te maken”.

De aantasting van de culturele soevereiniteit in stelling brengen wanneer het gaat om vrouwenrechten en feminisme is dan op z'n minst verdacht. In de geschiedenis van ontwikkelingssamenwerking zijn vrouwen op uiteenlopende wijze benaderd. In eerste instantie werden vrouwen gezien als passieve ontvangsters van hulp die vooral gericht was op de verzorgende en opvoedende taken van vrouwen.

Tijdens het "Jaar van de Vrouw' van de Verenigde Naties (1975) werd beklemtoond dat vrouwen in een achterstandspositie verkeerden. Speciale maatregelen voor vrouwen moesten haar op gelijke voet met mannen brengen. In de jaren daarop ontdekte men vrouwen als een schier onuitputtelijke economische hulpbron. Vrouwen speelden een sleutelrol in de vervulling van de eerste levensbehoeften. Dus werd integratie van vrouwen in het bestaande ontwikkelingsproces het devies. Zij werden gezien als een instrument ten dienste van de ontwikkeling vn de nationale economie. Dat vrouwen altijd al volop deelnamen aan het ontwikkelingsproces en reeds zwaar belast waren met dubbele dagtaken, bleef buiten beschouwing.

Alle hierboven beschreven benaderingen hebben gemeen dat ze de bestaande machtsongelijkheid tussen mannen en vrouwen noch op economisch, noch op maatschappelijk, noch op privé-terrein ter discussie stellen. Vrouwen mogen - als arbeidskracht, verzorgster, opvoedster, kostwinster - meedoen, meewerken en mee-lijden aan bestaande ontwikkelingsprocessen die buiten haar om in gang zijn gezet. Ontwikkelingsprocessen meebepalen mogen ze echter niet.

Juist tegen deze opvattingen komen vrouwen uit het Zuiden in het geweer. Zij wensen geen integratie op basis van ongelijkheid, maar deelname op eigen voorwaarden aan het ontwikkelingsproces. Daarbij is hun doel dat iedereen (mannen èn vrouwen) het recht krijgt zelfstandig en in vrije wil (dus autonoom) te beslissen over eigen leven en lichaam. Vrouwen - in het Zuiden - willen de macht niet overnemen; zij willen de macht herverdelen en haar rechtmatige deel ervan krijgen.