Verhoging tabaksprijs leidt tot verhit Kamerebat

DEN HAAG, 4 DEC. Rolt CDA senator Kaland graag een sjekkie? In welk dampend gezelschap voelt staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) zich het beste thuis? Keert de shagrokende achterban van de PvdA deze partij massaal de rug toe?

Deze brandende kwesties kwamen gisteren aan de orde in een vergadering die de Tweede Kamer aan de verhoging van de tabaksaccijnzen wijdde. Het parlementaire debat moge in het algemeen slaapverwekkend zijn, deze stelling gaat niet op als het onderwerp maar triviaal genoeg is. Dat bleek er de eerste oorzaak van te zijn dat het debat, gevoerd in een soms merkwaardig Nederlands, levendig en wellicht een tikje ordinair werd. De tweede oorzaak was, zoals Kamerlid A.W. Paulis (CDA) zei: “Jos is weer terug”.

Onderhavige VVD'er, J.F.B. van Rey uit Roermond, is sedert 22 januari weer lid van de Tweede Kamer, doordat veel van zijn partijgenoten die de verkiezingsnederlaag in 1989 wel hadden overleefd inmiddels de Tweede Kamer de rug hebben toegekeerd. Van Rey ontpopte zich tot een onruststoker in het debat, waarin ook sprake was van een aangebrande sfeer tussen de coalitiepartners CDA en PvdA.

Beide fracties waren het er over eens dat de accijnsverhoging voor shag niet 1 gulden 15 maar 1 gulden 50 moet worden en trokken zich van de gepikeerdheid van Van Amelsvoort over deze wijziging van het kabinetsvoorstel niets aan. De geraamde opbrengst van de accijnsverhoging van 500 miljoen gulden per jaar gaat daardoor met 85 miljoen omhoog. Voor dat bedrag had de PvdA al een bestemming bedacht: 1.000 extra politiemensen en controleurs in het openbaar vervoer. Het CDA wist van niets en nam er gisteren, net als “wakker Nederland”, zoals Van Rey het uitdrukte, kennis van via het ochtendblad. Paulis was daar zo boos over - hijzelf zei: “buitengewoon verrast” - dat hij jegens het Kamerlid J. van der Vaart (PvdA) een korzelige beleefdheid aannam, te vergelijken met goede bekenden die elkaar bij een ruzie opeens met U aanspreken.

Gisteren ging het niet zozeer om politie en controleurs, maar vooral over shag, sigaretten en sigaren. Verspreid over ruim tweeënhalf uur ontspon zich de volgende discussie.

Van Rey: “Dus de shagroker moet de problemen van de grote steden oplossen?”

Van der Vaart: “Een dergelijke ridicule vergelijking kun je op elk gebied maken. Er is een belastingopbrengst en die wordt op een bepaalde manier besteed”.

Van Rey: “Wöltgens was in 1983 nog tegen dramatische accijnsverhoging op shag. Weet U niet dat in de lage sociale klassen uitsluitend shag wordt gerookt?”

Van der Vaart: “Daar staat tegenover dat ook 30 tot 40 procent van de yuppies shag rookt”.

Van Rey (toont een pakje shag): “Betekent uw voorstel dat ik in het vervolg geen kaartje in de tram hoef te kopen als ik een pakje shag laat zien?”

Van der Vaart: “Ik neem aan dat ik niet verplicht ben op ridicule vragen antwoord te geven”.

Van Rey: “Als dit voorstel wordt aangenomen, zal de PvdA nog verder in de vaart der volkeren dalen. Dat lijkt me voor Nederland niet verstandig”.

Paulis: “Mij springen de tranen in de ogen als ik U zo op de bres zie springen voor de arme shagroker.

Van Rey: “In het verleden zijn ook accijnzen ingevoerd op alcoholvrije dranken ter financiering van een ontwikkelingsproject in Afrika. Wanneer doet U een voorstel om accijns in te voeren op het spreken hier?”

Ybema (D66): “Het rokertje brengt toch heel wat in beweging, om het in de termen van de heer Brinkman te zeggen. Als oud-roker herinner ik mij nog dat shag eigenlijk lekkerder is dan sigaretten”.

Van Dis (SGP): “Wat gebeurt er als Deo volente 1 januari 1993 de grenzen opengaan? Kent U de Luxemburg-route?”

Van der Vaart: “Hier in de Kamer is een blinde vlek met betrekking tot sigaren. Op een sigaar van 270 cent - daarvoor heb je echt een zeer mooie sigaar - berust straks net zo veel accijns als op een enkele sigaret met een prijs van 21 cent, namelijk twaalf cent. Wij vinden dat ook de accijnzen op sigaren omhoog moeten, maar er is hier geen meerderheid voor.”

Van Rey: “Dat zou de nekslag zijn voor de Nederlandse sigarenindustrie. Kent u de problemen daar?”

Van der Vaart: “Ik ben best trots op de Nederlandse sigarenindustrie, maar de accijnzen zijn belachelijk laag. Er worden trouwens tegenwoordig veel luxe-sigaren gerookt.”

Van Rey: “Misschien bij de Partij van de Arbeid”.

Van Amelsvoort: “Ik bevind mij altijd liever in het gezelschap van sigarenrokers dan van sigarettenrokers, maar dat is natuurlijk niet de reden waarom ik tegen hogere accijnzen op sigaren ben”.

Paulis: “De staatssecretaris heeft gezegd dat ons voorstel over de accijnzen op shag onvoorzichtig zijn. Dat werp ik ver van mij.”

Van Rey: “Maar dat is ook zo”.

Paulis: “Ik heb het tegen de staatssecretaris! Als ik tegen u praat, dan merkt u dat wel.”

Van Amelsvoort: “Ik vind dat voorstel ongerijmd.”

Van Rey: “Inmiddels heb ik begrepen dat de heer Kaland shag rookt. Dus dat kan nog leuk worden met dit voorstel in de Eerste Kamer.”

Paulis: “Ik weet niet of de heer Kaland rookt. Ik vind dat ook volstrekt onbelangrijk. U ziet de relatie tussen de heer Kaland en mij op staatsrechtelijke gronden volstrekt verkeerd. Waarschijnlijk bent u te lang uit de Kamer geweest”.

Van Rey: “Misschien vond de heer Paulis dat zeer plezierig”.