Premier Shamir vreest greep op vredesproces te verliezen

TEL AVIV, 4 DEC. Alleen al door hun aanwezigheid in Washington gaan de Palestijnen, Jordaniërs, Syriërs en Libanezen vandaag een grote publiciteitszege op Israel boeken. Israels àfwezigheid zorgt voor een nooit eerder vertoond Midden-Oosters diplomatiek schouwspel op Amerikaanse bodem. De oude Israelische smeekbede om rechtstreeks vredesoverleg met de Arabieren waar dan ook ter wereld krijgt daarmee een holle klank.

Minister van buitenlandse zaken David Levy beseft dat zijn land de komende dagen in Washington in een belachelijke situatie komt te verkeren. Premier Yitzhak Shamir had echter deze week geen oren naar diens betoog dat het een kardinale fout is van “bijzaken hoofdzaken te maken”.

Bij zijn terugkomst van zijn onbevredigende bezoek aan Washington speelde Shamir in Jeruzalem de rol van de door president George Bush en diens minister van buitenlandse zaken James Baker in zijn eer gekrenkte leider van de joodse staat. Hadden de Amerikanen de uitnodigingen om op 4 december naar Washington te komen niet achter zijn rug verstuurd voordat hij bij president Bush, bij het haardvuur in het Witte Huis, zijn bedenkingen had kunnen uiten?

Zou Shamir anders hebben gehandeld indien de Amerikaanse uitnodigingen enkele uren later zouden zijn verstuurd? Hoogstwaarschijnlijk niet, omdat het hem niet om de datum van de voortzetting van het in Madrid begonnen vredesproces gaat, maar om de voorwaarden waaronder dat gebeurt. De uiterst achterdochtige Israelische leider is nu al tot de conclusie gekomen dat hij als de partij waarvan het meest wordt gevraagd zijn greep op het vredesproces verliest.

Daarom heeft hij met steun van de overgrote meerderheid van zijn ministers zondag een schot voor de boeg van de Amerikaanse diplomatie afgevuurd. Het gaat hem erom zich te onttrekken aan een diplomatiek scenario waarbij de Arabische-Palestijnse partij het inhoudelijk rechtstreeks vredesoverleg negeert en de VS vervolgens met "dwingende' bemiddelingsvoorstellen op de proppen laat komen. Shamir neemt deze week prestigeverlies op de koop toe om in het vroegste stadium van het vredesoverleg aan alle partijen duidelijk te maken dat er met hem niet valt te spotten.

Shamir wil het vredesoverleg tot elke prijs binnen de parameters van het Israelische vredesplan van mei 1989 houden en elke schijn vermijden dat er een versie van een internationale vredesconferentie wordt opgevoerd waar Israel de regels van het spel worden gedicteerd.

Daarom wil Yitzhak Shamir liever niet in Washington maar op een locatie in het Midden-Oosten, bijvoorbeeld Cyprus, onderhandelen. En dan het liefst niet gelijktijdig met alle Arabische delegaties maar met elk van de partijen apart, met aanvaardbare tussenpozen tussen de verschillende sessies.

Hij wil wel voor een of twee vredesronden (hoe lang zo'n ronde mag duren weet niemand) op 9 december in Washington aantreden mits de onderhandelingen zich tot procedure-kwesties beperken, zoals het opstellen van een agenda voor voortgezet overleg elders. Minister van defensie Moshe Arens heeft zich echter laten ontvallen dat er in Washington ook inhoudelijk vredesoverleg kan worden gevoerd. Yitzhak Shamir heeft voorzover bekend hem daarvoor niet op de vingers getikt.

Omdat de Arabisch-Palestijnse partij vastbesloten lijkt te zijn stopzetting van de nederzettingenpolitiek in de bezette gebieden en de daaraan verwante territoriale problematiek als eerste agendapunt op te voeren krijgen de procedure-kwesties in Washington onmiddellijk grote politieke betekenis. In Madrid was dat anders. De nadruk lag daar op de eerste rechtstreekse contacten tussen de partijen en de beslist grote psychologische betekenis daarvan voor de volkeren in het Midden-Oosten. Maar zaken werden er niet gedaan.

Israels bereidheid tot territoriale concessies en het invullen van het begrip Palestijnse bestuursautonomie werden er evenmin als het begrip vrede voor de Arabische partijen op de proef gesteld.

Als de Israelische uitsteltactiek niet tot een vroegtijdig einde van het vredesproces leidt zal de eerste grote Israelisch-Arabisch-Palestijnse botsing over de vormen die een vredesvergelijk moet aannemen zich na 9 december (de vierde verjaardag van het uitbreken van de intifadah) in Washington afspelen.

De Israelische uitgangspunten zijn sedert Madrid onveranderd hard gebleven. De Palestijnen zullen zich volgens de akkoorden van Camp David tevreden moeten stellen met bestuursautonomie, de PLO dient buiten het vredesoverleg te blijven, over concessies op de Hoogvlakte van Golan valt niet te praten en zolang er geen vrede met Syrië is en anti-Israelische strijdgroepen actief blijven houdt Israel vast aan de zogeheten "veiligheidszone' in Zuid-Libanon.

Zolang deze standpunten in het naar het zich laat aanzien uitputtende vredesoverleg niet door Arabisch-Palestijnse concessies worden verzacht loopt de regering-Shamir geen gevaar. De drie kleine ultra-rechtse regeringspartijen - Tehiya, Moledet en Tsomet - hebben aangekondigd er de brui aan te geven bij de eerste tekenen van twijfel in het Israelische territoriale standpunt. De socialistische oppositie, bereid tot territoriale concessies op de Golan, staat echter klaar om in dat geval en indien gewenst door Shamir een veiligheidsnet onder de regering te spannen.

Vele scenario's, waaronder ook vervroegde algemene verkiezingen, behoren tot de mogelijkheden. Shamir zou naar het verkiezingswapen kunnen grijpen om de aan populariteit inboetende president George Bush in 1992 bij diens verkiezingscampagne een eventuele troef van vooruitgang in het vredesproces in het Midden-Oosten uit handen te spelen.

De Israelische leider is beslist niet in de stemming zich door de Amerikanen een recept voor vrede te laten voorschrijven en verkeert nog steeds in de veronderstelling dat Israels positie in Washington sterker is dan Bush en Baker denken. Waarschijnlijk is hij één van de weinigen die zó Israels demonstratieve boycot van het vredesoverleg tot 9 december in Washington kan uitleggen.