Pearl Harbor

DE VIJFTIGSTE herdenking van de Japanse verrassingsaanval op Pearl Harbor staat in het teken van de verlangde verontschuldiging.

Niet dat met deze coup de "Blitzkrieg' in Europa eerst recht tot een wereldoorlog uitdijde, houdt de gemoederen in de Verenigde Staten "historisch' bezig, maar het simpele feit van de nooit verkregen genoegdoening. In die zin lijken de gevoelens in Amerika op die van de voormalige slachtoffers in Nederland van de Japanse concentratiekampen. Geschiedenis wordt weer actualiteit en de overheersende emotie in de VS volgend is daar ook alle reden voor. Immers, volgen de Japanners momenteel niet eenzelfde tactiek bij hun overval op Amerika's industrie en welvaart? Met een officieel excuus voor Pearl Harbor zou Japan dan het massa-psychologische evenwicht in de onderlinge betrekkingen moeten herstellen dat door zijn niet aflatende economische expansiepolitiek werd verbroken.

De kwestie van de verontschuldiging leidt helaas de aandacht af van politiek nu wezenlijker zaken. De verrassing in de vroege morgen van 7 december 1941 van de in Pearl Harbor gestationeerde Amerikaanse strijdkrachten had het effect waarop president Roosevelt al lang uit was: het verschafte de president het alibi en de steun die hij nodig had om Amerika in de oorlog te brengen. In één klap had Tokio zich een vijand verworven wiens industriële basis tien maal die van Japan was. Na een escalerend diplomatiek geworstel over de Japanse veroveringspolitiek in China en het Franse Indochina, een politiek die Washington had beantwoord met economische wurging van het eilandenrijk in de Pacific, was eindelijk de teerling geworpen. Het trauma van Pearl Harbor maakte de Amerikaanse oorlogsinspanning mogelijk. Het tij kon ten slotte worden gekeerd.

DE PARALLEL die de afgelopen vijftig jaar overspant, is het dualisme in Japans positie. Terwijl het land in de wereldeconomie is opgenomen en een fase heeft bereikt waarin het die economie naar zijn hand kan zetten, is het zijn politieke infantiliteit nog steeds niet ontgroeid. In de eigen regio bijvoorbeeld, praktisch samenvallend met de "Co-Prosperitysphere' die het keizerrrijk in de jaren dertig voor ogen stond, maakt Japan economisch de dienst uit zonder enige politieke verantwoordelijkheid te dragen. De reactie vorige zomer op het verschijnsel Saddam Hussein ging niet verder dan de constatering dat deze potentaat toch ook zijn olie moest verkopen. Van wat de Japanse economische expansie aan gevoelens oproept in Amerika en in Europa, lijken de bestuurderen in Japans industriële centra geen benul te hebben, althans zij weten die niet op hun waarde te schatten.

DE ROEP om het excuus voor Pearl Harbor is dus niet het gevolg van een toevallige vondst op de rommelzolder van de contemporaine geschiedenis. Het is veel meer ingegeven door de emoties van frustratie en gevoelens van bedreiging die de nieuwe Japanse kolos vooral onder Amerikanen oproept. De bezwering uit Tokio dat "Japan-bashing' een populaire en door racisme ingegeven Amerikaanse volkssport is geworden, maakt steeds minder indruk. De herinnering aan Pearl Harbor verschaft het Amerikaanse gemoed de heilige verontwaardiging die het eigen door de geschiedenis gevoede schuldgevoel tegenover Japan afdoende tegenwicht biedt. Maar of die verontwaardiging de atmosfeer oproept waarin Amerikanen en Japanners tot de kern van hun problematische verhouding weten door te dringen, blijft hoogst onzeker.