Nieuwe PSP houdt vast aan oude beginselen

AMSTERDAM, 4 DEC. Het huidige ledenaantal van ruim tweehonderd van de Vereniging Tot Oprichting van een Pacifistisch Socialistische Partij (VTOPSP) vindt voormalig PSP-voorman F. van der Spek voldoende voor de daadwerkelijke oprichting van die partij. “Maar een goede voorbereiding vind ik belangrijker dan het ledenaantal. Dan kan eerst eens worden bekeken of zo'n partij aanslaat bij de mensen, kunnen voor de oprichting een programma en regelementen worden geschreven en kunnen de betrokkenen elkaar beter leren kennen. Dan voorkom je ook dat je Jantje en Pietje in één bestuur zet, terwijl ze elkaar eigenlijk niet kunnen luchten of zien.” En de oprichting van de nieuwe PSP? “Dat zal in de loop van 1992 wel ergens gebeuren.”

Bij een notaris in Amsterdam werd dit voorjaar de oprichting van de vereniging bezegeld. Van der Spek was er niet bij, maar hoorde wel bij de eerste leden. En dat is wat hij wil blijven. Gewoon lid.

Van der Spek hecht nog altijd sterk aan zijn principes, volledige socialisatie en ontwapening. “Dom, star of zelfs conservatief noemen sommige mensen dat, maar ik verander nu eenmaal niet zo snel van mening. Hooguit over de vraag of ik appelmoes wel of niet lekker vind, maar niet over pricipiële politieke kwesties.”

Alle partijen kruipen volgens Van der Spek steeds meer op een kluitje in het politieke midden en hebben de ideologie van de sociale markteconomie omarmd. Groen Links noemt hij “een overwinning van de PPR”, waarin hij niets meer herkent van de beginselen waar de PSP eens voor stond. “Ze willen een beroepsleger. Die zijn beter gemotiveerd. Dat vind ik zo'n mooie redenering. Groen Links dat voor een leger is dat beter kan doden.”

Van der Spek was fractievoorzitter van de PSP in de Tweede Kamer, toen die partij op een congres in december 1985 Andrée van Es als lijsttrekker koos en daarmee de voor hem onaanvaardbare weg naar samenwerking met de PPR en de CPN insloeg. Van der Spek bleef in de Tweede Kamer zitten, maar brak met de PSP.

Na het december-congres had een groep teleurgestelde partijleden inmiddels de Partij voor Socialisme en Ontwapening (PSO) opgericht. Doel was deelname aan de Tweede-Kamerverkiezingen van mei 1986. “Een wel erg overhaaste gang van zaken”, vond Van der Spek toen al. Toch werd hij lijsttrekker voor de PSO. “Anders had de partij vier jaar moeten wachten op de volgende verkiezingen.”

De PSO haalde mei 1986 niet. Van der Spek verliet de partij toen het bestuur twintig leden royeerde. Dat “autoritaire optreden” beviel hem niet. Het betekende de genadeklap voor de PSO.

Na een jaar begon een groep oud-PSP'ers en oud-PSO'ers weer regelmatig bij elkaar te komen. “Het was een soort discussieclubje. Een daklozenberaad zoals dat ook aan de oprichting van de PSP in de jaren vijftig voorafging. Eens in de zes weken kwamen we bijeen. Dan weer eens met twintig man. Dan weer eens met zeven.”

De groep met onder andere Fries de Vries, een PSP-man van het eerste uur, voorzag zich na verloop van tijd van de naam "Platform voor Socialisme en Anti-militarisme' en schreef een beginselverklaring. “Maar”, zo concludeert Van der Spek terugblikkend, “verder sudderde het maar een beetje door. Op een gegeven moment vergaderden we eigenlijk nog alleen maar over de vraag waar we over moesten vergaderen.”

“Totdat de mensen van het Platform, ook ik, dit voorjaar nogal wat telefoontjes kregen van mensen die zich afvroegen of er niet iets was. Die behoefte hadden aan een politiek dak boven hun hoofd. Waar die plotselinge belangstelling vandaan kwam, was onduidelijk. Misschien kwam het door de Golfoorlog, die mensen deed inzien dat ondanks het einde van de Koude Oorlog de bewapeningsproblematiek zich niet vanzelf zou oplossen. Een andere mogelijkheid is dat het kwam door de opheffing van de PSP. Het verdwijnen van die lettercombinatie was blijkbaar toch een signaal voor een groep mensen, hoezeer de partij daarvoor ook al verrechtst en verloederd was. De verhoogde belangstelling was in ieder geval aanleiding om door te zetten en een vereniging op te richten. En dat leidde tot nog meer belangstelling, want dat er een vereniging is in plaats van een vaag platform, waar mensen alleen maar zitten te ouwehoeren, maakt voor veel mensen een groot verschil.”

De nieuwe PSP wordt een partij met de oude, vertrouwde beginselen. “Socialisatie en ontwapening blijven de uitgangspunten. De noodzaak daartoe bestaat nog steeds.” Een abrupte koerswijziging, zoals de voormalige PSP die in 1985 maakte, wil Van der Spek voorkomen. De nieuwe PSP moet consequent vasthouden aan haar beginselen. “Wat mij betreft moet in de reglementen worden opgenomen dat wijziging van beginselen en samengaan met anderen alleen mogelijk moet zijn bij tweederde of driekwart meerderheid.”

Van der Spek zit vol ideeën over de te volgen lijn. Zo moet de EG afgewezen worden, “omdat het een kapitalistisch machtsblok is en moet de driedeling van de maatschappij in rijke elite, middenklasse en arme onderlaag worden doorbroken.

Hoewel al deze ideeën anders doen vermoeden, wordt Van der Spek gewoon lid van de nieuwe PSP. Wel wil hij actief meedenken. Daarom zit hij nu ook in de commissie die het programma van de nieuw op te richten pacifistisch-socialistische partij opstelt. Een hoofdrol in de nieuw te vormen partij ambieert hij echter niet. Hij voelt er niets voor om “weer terug te vallen in het jachtige bestaan van de Tweede Kamer. Hoewel ik het nog wel aan zou kunnen. Maar ik doe het niet meer. Ik ben zevenenzestig en vind dat ik het wat kalmer aan moet doen.”