NeVoBo-praeses Funk rekent in Barcelona op een medaille

WOERDEN, 4 DEC. Volgens Bert Funk, de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Volleybal Bond, is het niet uitgesloten dat hij straks op het maken van fouten kan worden betrapt.

“Want ik ben ook nog niet aan mijn negentiende jaar bezig”, verwijst hij naar zijn illustere voorganger Piet de Bruin die door hem “een kundige vent” wordt genoemd. Funk is pas sinds drie dagen officieel de kopman van de NeVoBo. Het betekende echter niet dat er ineens veel voor hem veranderde. Hij bekleedde de functie eigenlijk al een half jaar. “Het is nu alleen helemaal echt. Tot 1 december stuurde Piet de Bruin nog op de achtergrond mee. Het was een leerzame periode.”

Funk, gisteren 54 jaar geworden, kwam tijdens zijn "inwerkperiode' vooral door de nog steeds actuele nasleep van het teleurstellende Europees kampioenschap van het nationale mannenteam al meer in de publiciteit dan de meeste collega's van andere sportbonden in hun hele bestuurlijke loopbaan. “Of ik geniet van al die aandacht? Nee, dat is niet het juiste woord. Ik onderga het, meer niet.” Funk maakte in zijn functie van voorzitter al zowel momenten van grote vreugde als van groot verdriet mee. Hij was erbij toen de vrouwenploeg zich tijdens het EK in Rome voor de Olympische Spelen kwalificeerde. Funk spreekt van een hoogtepunt. “Prachtig die natte meiden die je uit vreugde om de nek vliegen.”

Het spoelde bij Funk de nare smaak weg die hij aan het EK bij de mannen, drie weken eerder, had overgehouden. Daar in Berlijn was de voorzitter zeer geschokt van de tribune gestapt nadat het team van bondscoach Brokking in de halve finale met grote cijfers door de Sovjet-Unie werd afgemaakt en zich zodoende niet rechtstreeks wist te plaatsten voor de Olympische Spelen. “Het was natuurlijk niet zo maar een wedstrijd die we verloren”, stelt Funk achteraf. “Het omvatte veel en veel meer. De toekomst van het Nederlandse topvolleybal was in het geding.” Funk gaf in Berlijn al blijk van zijn bezorgdheid over het team. “Je ziet wat er gebeurt, maar je mag er niet over oordelen. Je bent de voorzitter. Je hebt er dus geen verstand van, hè.”

Funk, jarenlang coach van het nationale militaire team en vele clubteams, trekt zich daar weinig van aan. Hij spreekt nu ook zonder schroom zijn verwachtingen over Barcelona uit. “We gaan straks op de Olympische Spelen heel goed presteren”, klinkt het resoluut. Funk zou een vijfde of zesde plaats van de vrouwen “een wereldprestatie” vinden. “En de mannen halen een medaille, zeker weten. We hebben alles, een geweldig team met kerels die erin geloven en die willen. Die jongens verdienen ook een medaille.”

Welk team moet volgens Funk in Barcelona staan? “Met de twaalf beste spelers die we hebben”, antwoordt hij. “Het is niet aan mij om te bepalen wie dat zijn.” De voorzitter vindt wel dat iedereen een kans moet krijgen zich in de Olympische ploeg te spelen, dus ook de sterkste spelers van de Nederlandse clubs alsmede de in het buitenland verblijvende ex-internationals. Een andere nadrukkelijke wens van bond én spelers is om de oude meester Arie Selinger volgend jaar voor een maand of vier aan het begeleidingsteam van Oranje toe te voegen. Funk: “Selinger is een enorme persoonlijkheid. Bovendien is alles wat hij ooit heeft voorspeld ook uitgekomen. Hij sprak van het verkopen van wedstrijden. Die man is gek, dachten velen destijds. Maar kijk nu eens naar de World League.” Alleen een gebrek aan financiële middelen lijkt de terugkeer van de in Japan werkzame ex-bondscoach nog in de weg te kunnen staan.

Een ander probleem is Harrie Brokking, de huidige bondscoach en voormalige assistent van Selinger. Wat moet er met hem? De NeVoBo zou graag de combinatie Selinger-Brokking hersteld zien, maar de Amsterdamse coach liet in de vele lange gesprekken met de bondsdelegatie onder leiding van Funk weten daar onder geen geding iets voor te voelen. “Ik vind”, legt Funk de geduldige opstelling van de NeVoBo uit, “dat je altijd moet praten en moet blijven praten. Totdat alles duidelijk is. Ik ben er niet voor de botte bijl te hanteren.” De tijd is echter aangebroken om knopen door te hakken. Dat gebeurt waarschijnlijk deze week nog. Funk wil er niets over kwijt, maar het is duidelijk dat, mits de bond de financiële kant van de kwestie rond krijgt, Brokking straks kan kiezen of delen. “Het is nog steeds niet onze bedoeling om Harrie weg te sturen”, stelt Funk.

Funk zegt er moeite mee te hebben gehad dat hij wekenlang zijn mond heeft moeten houden over de ontwikkelingen rondom de mannenploeg. De voorzitter is van huis uit een openhartig type. “Ik vind dat iedereen het recht heeft om te weten waar we mee bezig zijn. Het team is iets van het volk.” Er zijn echter grenzen, “want je moet wel beslissingen over mensen nemen”. Funk moest wennen aan zijn hoedanigheid als hoogste bestuurder van de NeVoBo. “Het is”, zo bleek hem al snel, “anders of ik als de voorzitter iets zeg of dat ik het als Bert Funk zeg.”

Als volleybalvoorzitter is hij van mening dat het model dat sinds 1986 bij het Nederlands mannenteam wordt gehanteerd - met clubloze internationals - ook na de Olympische Spelen overeind moet blijven. Helaas, zegt Funk. “Maar”, beseft hij, “het móet wel als we het huidige niveau willen handhaven. Kijk maar eens naar landen als Frankrijk, België en Zweden. Die zijn ook uit de top verdwenen. Dat zou zonde zijn voor al de energie en het geld dat er is ingestopt.” Funk is van mening dat er nog zeker twee à drie jaar op dezelfde voet moet worden doorgegaan. “Onze clubs zijn nu nog niet sterk genoeg, maar het gaat wel de goede kant op. Er wordt steeds meer getraind.”

“Natuurlijk”, bekent Funk, sinds het begin van het jaar als militair met buitengewoon verlof, “vraag ik me weleens af waar ik aan ben begonnen. Ik had me voorgenomen mijn vrije tijd ook te besteden aan een beetje fietsen en wandelen. Maar dat is er de afgelopen maanden bij ingeschoten.” Enig sprake van spijt is er echter absoluut niet. Het besturen heeft hem altijd in het bloed gezeten. En dan het liefst in combinatie met de sport. Funk was op hele jonge leeftijd al voorzitter van de buurtvereniging in het Noordbrabantse Putte. “En daar zijn we toen met huisvrouwengymnastiek begonnen, rondom de potkachel achter in het café.” Funk praat niet graag over het verleden, zegt hij. “Dat telt voor mij niet zo. Ik vind wel dat je lering moet trekken uit ervaringen, maar verder kijk ik liever naar de toekomst.”

En die, zo voorspelt de nieuwe praeses, zal woelig genoeg zijn. Hij verwijst naar een uitspraak die Jan Bakker, de penningmeester van de bond, verleden week deed. “Jan dacht een jaar geleden toen alle contracten met de spelers waren getekend nog dat er in ieder geval rust tot en met de Olympische Spelen zou zijn. Mooi niet dus. We zijn in Nederland ook nooit tevreden. We blijven kritisch. Op zich is dat geen slechte eigenschap. Er zal in de komende maanden ook heus nog wel wat gebeuren. Let maar op.”