Minister Ritzen houdt 850 miljoen gulden over

ROTTERDAM, 4 DEC. Minister Ritzen (onderwijs) kampt dit jaar met grote overschotten (ongeveer 850 miljoen) op zijn begroting. Die zijn voornamelijk het gevolg van de sterk verhoogde ramingen van het leerlingental bij de begroting voor 1991. Ook door het achterwege laten van uitgaven die het parlement eerder had goedgekeurd treedt er bij verscheidene begrotingsposten "onderuitputting' op. Het geld dat Ritzen "overhoudt', heeft hij echter hard nodig om tegenvallers elders in zijn begroting te kunnen financieren, zo schrijft hij in de brief die hij gisteren naar de Tweede Kamer zond.

Volgens de brief is er op de verschillende begrotingsposten dit jaar sprake van een onderuitputting tot in totaal een bedrag van zo'n 850 miljoen gulden. Een groot deel van dat geld gebruikt Ritzen als zijn bijdrage aan de algemene bezuinigingen waartoe het kabinet heeft besloten in onder meer de tussenbalans en in de miljoenennota voor 1992. Ritzen vreest dat een deel van zijn tegenvallers "structureel' zal blijken te zijn, iets wat niet het geval zou zijn met zijn "meevallers'. Hij kondigt een onderzoek aan naar de oorzaken van de onderuitputting.

De afgelopen maanden heeft de Tweede Kamer verscheidene malen scherpe kritiek geleverd op de gang van zaken. De Kamer vindt dat de minister niet naar eigen goeddunken binnen de begroting mag schuiven.

Eerder dit jaar dacht Ritzen overigens nog zo'n miljard gulden meer nodig te hebben dan hij in zijn oorspronkelijke begroting voor 1991 had voorzien. Via de suppletoire begrotingen heeft hij dat geld er inmiddels bij gekregen. Van dat geld gaat nu, zo blijkt uit de brief, in feite een deel naar de schatkist terug: als afgesproken bijdrage aan de bezuinigingen.