Miljarden voor olie en gas; Shell wil veel investeren in Sovjet-Unie

LONDEN, 4 DEC. De Koninklijke Shell-Groep wil grote belangen verwerven in enkele miljardenprojecten voor aardgas- en oliewinning in de Russische Federatie en de republiek Kazachstan. Shell voert thans intensieve besprekingen met de Russische maatschappij Gasprom.

Dit heeft Tony Vicars-Miles, coördinator van Shell voor Oost-Europa, gisteren tegenover deze krant verklaard. Voor de verkoop van brandstoffen streeft Shell naar volledige dochters in alle Oosteuropese landen.

Shell en Gasprom onderhandelen over deelneming in een groot exploratieproject voor aardgas in Urengoy, West-Siberië. Meer dan de helft van de totale gasproduktie van de Sovjet-Unie komt uit deze regio. Vorig jaar werd er meer dan 300 miljard kubieke meter gas gewonnen in Urengoy, maar een groot deel van de reserves is nog niet tot ontwikkeling gebracht, zegt Vicars-Miles.

In eerste instantie wil Shell voor 50 à 100 miljoen dollar deelnemen in een proefproject om meer gas uit bestaande velden te kunnen halen.

Shell is in de Sovjet-Unie verder nog in gesprek over drie andere projecten, maar daarover wil Vicars-Miles nog geen mededelingen doen. De investeringen kunnen worden terugbetaald door exportcontracten voor olie en gas. Op de investeringen in exploratie en produktie verwacht Vicars-Miles een rendement te halen van 15 procent.

Binnenkort verwacht Shell ook een beslissing over een haalbaarheidsstudie voor een nieuw aardgasproject bij het eiland Sachalin ten oosten van het Russische vasteland, waarvoor behalve Shell ook Exxon, Mobil en enkele Japanse en Koreaanse concerns in de markt zijn. Uit geologisch onderzoek is gebleken dat zich rondom Sachalin een grotere aardgasbel bevindt dan die bij Slochteren. Het leeuwedeel van dit gas zou aan Japan verkocht kunnen worden. Onderdeel van de studie is of transport per pijpleiding rendabel is, of dat het gas eerst vloeibaar gemaakt moet worden om dan per tanker te worden vervoerd. In dat geval zijn ook Taiwan en Zuid-Korea geïnte- resseerd.

De olie- en gasreserves van Shell kunnen de komende jaren sterk toenemen als de maatschappij succes boekt bij onderhandelingen met de republieken en regio's. Vicars-Miles ziet nu nog tal van risico's en onzekerheden op het pad van de oliemaatschappijen en hij wijst er bij herhaling op dat de concurrenten ook op jacht zijn in de Sovjet-Unie. Toch vindt hij dat Shell op den duur tien procent van zijn olie- en gasproduktie uit de Sovjet-republieken moet kunnen halen.

Pag.22:

Shell wil dochters in O-Europa

Voor de verkoop van brandstoffen streeft het concern naar dochtermaatschappijen in alle Oosteuropese landen die voor honderd procent eigendom van Shell zijn. “Zo min mogelijk joint ventures, we willen waar mogelijk activiteiten op eigen kracht en onder eigen naam ontwikkelen”, aldus Vicars-Miles. Deze nieuwe beleidslijn, die voor een snelle penetratie van Shell in de Oosteuropese markt moet zorgen, is volgens hem mogelijk door de politieke omwentelingen in de Sovjet-Unie. Tot voor kort stonden de Sovjet-Unie en de republieken alleen samenwerking van Westerse maatschappijen met lokale of nationale bedrijven toe. Shell had vóór de Russische revolutie in 1917 grote belangen in de Kaukasus en genoot grote bekendheid.Het zit Vicars-Miles behoorlijk dwars dat het concern, marktleider in veel Westerse landen, bij de Oosteuropese consument nu totaal onbekend is. Hij is een reclamecampagne op de Russische en de Hongaarse televisie begonnen om daar verandering in te brengen. “De Oosteuropese markt, met 425 miljoen mensen, ligt open ondanks de grote economische problemen waar men nu mee kampt. Kijk je naar het aantal auto's en de enorme onderbezetting met benzinestations, dan is er zeker groei te verwachten”, zegt Vicars-Miles. “Twee jaar geleden waren we alleen nog maar nieuwsgierig naar de mogelijkheden in de Sovjet-Unie, maar nu proberen we actief om er binnen te komen.”

Shell en het Canadese Fracmaster waren de eerste Westerse maatschappijen die na het begin van de perestroika de Russische markt opzochten en een succesvol project in Siberië van de grond tilden om met toepassing van nieuwe technieken aanzienlijk meer olie uit bestaande velden te halen.

Terugkeer naar de oliebezittingen in de Kaukasus bij Bakoe en in Roemenië, van vóór de Russische revolutie zit er niet meer in, zegt hij. Alleen al uit Bakoe haalde Shell toen een derde van de olie die het bedrijf wereldwijd raffineerde en verkocht. “Na 1917 zijn we genationaliseerd. Dat is voorbij, we zijn we voor betaald, al vinden we nog steeds dat het bedrag veel te laag was”. Wel probeert Shell nu weer een belang in een ander Roemees olieveld op te bouwen.

Door de grote milieuproblemen in Oost-Europa is het concern zeer terughoudend bij het eventueel overnemen van bestaande raffinaderijen. “De bevolking is zeer milieubewust. In Siberië zien ze heel goed wat daar op sommige plaatsen is aangericht. Langs de rivier de Ob is het hier en daar behoorlijk smerig door de olievervuiling. Stel je de kranteartikelen eens voor als later blijkt dat een Shell-raffinaderij het drinkwater vervuilt”, zegt Vicars-Miles.

Het opbouwen van eigen raffinagecapaciteit is wel verleidelijk, geeft hij toe, vooral om het plaatselijke netwerkt van verkooppunten van brandstoffen te kunnen voorzien. Op de vraag of de bestaande raffinaderijen wel voldoende kwaliteit kunnen leveren, volgt een wat aarzelend antwoord: “Misschien wel”. Maar het bouwen van nieuwe raffinaderijen die aan moderne milieu-eisen voldoen, kan volgens Vicars-Miles door de zeer hoge investeringen pas na verloop van jaren worden overwogen, als de politieke situatie is gestabiliseerd.

Voor de korte termijn is verkoop van brandstoffen op de lokale markt een net zo belangrijk aandachtsgebied als de grote exploratie-activiteiten. In de Tweede Wereldoorlog werd Shell uit verscheidene Oosteuropese landen verdreven, al dan niet door nationalisaties, maar sindsdien zijn de handelsbelangen overeind gebleven ondanks communistische restricties. In 1989 had Shell een netwerk van vertegenwoordigers en kantoren opgebouwd in heel Oost-Europa behalve Albanië en Mongolië. Vorig jaar werd door dochtermaatschappijen voor een totaal van 1 miljard dollar in het gebied verkocht en voor 900 miljoen dollar weer aangekocht. Nu is Shell druk bezig benzinestations onder eigen naam te openen. In de Sovjet-Unie is dat nog niet gelukt, maar in Hongarije staan al 60 Shell-stations met een marktaandeel van 30 procent, in Tsjechoslowakije en Bulgarije, Polen, Roemenië en Joegoslavië zijn dochtermaatschappien actief in de handel en consumentenverkoop van brandstoffen en smeermiddelen en op het bijkantoor in Moskou zal het aantal medewerkers volgend jaar groeien tot 25.