LEONID KRAVTSJOEK; Manipulator

In Oost-Europa is ze de afgelopen jaren de rekening gepresenteerd; in de voormalige Sovjet-Unie worden ze beloond, de communisten die op het juiste moment hun partijboekje hebben ingeleverd.

In de hele Unie zijn onder de vijftien staatshoofden thans maar drie presidenten te vinden die geen communistisch verleden hebben. Ook in de Oekraïne, dat zich in het hart van Europa voelt liggen en zich alleen al daarom van Rusland meent te onderscheiden, is dat met de verkiezing van Leonid Kravtsjoek gebeurd. De kiezers van deze nieuwe staat, qua inwonertal de zesde Europese natie en qua bewapening hoe dan ook lid van de top vier, hebben daarmee te kennen gegeven nog geen vertrouwen te hebben in de bestuurlijke kwaliteiten van de ex-dissidenten die het land juist zijn herwonnen nationalistische elan hebben geschonken. Oud-communisten worden “slimmer” geacht.

Dat geldt zeker voor Leonid Kravtsjoek. De nieuwe president moet de bevrijding van zijn land zien te realiseren, hoewel hij in zijn persoonlijke biografie nauwelijks kan bogen op de allure van een vrijheidsstrijder. Kravtsjoek werd 57 jaar geleden geboren, bij Rovno, dat toen tot het oosten van Polen behoorde. Maar anders dan menig streekgenoot is Kravtsjoek door de gebeurtenissen na 1945, toen het Westen van de Oekraïne hardhandig werd gesovjetiseerd en in mindere mate gerussificeerd, nooit anti-communist geworden. Integendeel, toen Vjasteslav Tsjornovil en Levko Loekjanenko (zijn nationalistische opponenten bij de verkiezingen van zondag) na een korte flirt begin jaren zestig hun bekomst hadden gekregen van de partij, werd hij juist lid.

Tien jaar later begon Kravtsjoek aan zijn opmars in het apparaat, eerst als gewone sector-secretaris en instructeur, en later als secretaris van het Centraal Comité van de Oekraïense partij die toen nog vast in handen was van Brezjnevs trouwe makker Vladimir Sjtsjerbitski. Het was dezelfde Sjtsjerbitski die hem in 1988 belastte met de portefeuille ideologie.

Maar toen deze "dinosaurus' in 1989 het veld had geruimd, ging de persoonlijke ontwikkeling van Kravtsjoek in sneller tempo. Na de verkiezingen voor de Opperste Sovjet, waarin de communisten tweederde van de zetels wisten te behouden, werd hij parlementsvoorzitter. In die rol bleek hij zich te willen ontpoppen als zogenoemd "nationaal communist', hetgeen leidde tot een scheuring in de partij die tot het laatste moment formeel werd geleid door de Sovjet-communist Goerenko. Als geen ander bekwaamde Kravtsjoek zich in het verdeel-en-heers-spel. Nu eens gaf hij de oppositie van Roech haar zin, dan weer manipuleerde hij haar zonder blikken of blozen buitenspel.

Op maandag 19 augustus leek die techniek zich tegen hem te keren. Terwijl Jeltsin in Moskou op een tank het volk toesprak, verschanste Kravtsjoek zich in Kiev in zijn kabinet. Pas 's avonds verscheen hij even op de televisie: niet om het verzet te leiden, maar om de mensen tot rust en arbeid op te roepen.

Toen de kaarten kort daarna geschud bleken, telde Kravtsjoek zijn knopen en besloot zichzelf geheel te transformeren. In een paar weken tijd was hij in staat het programma van Roech over te nemen. Dat wil zeggen: geen politieke Unie en alleen onder strikte voorwaarden een economisch verdrag. Zelfs Tsjornovils idee dat de Oekraïne een vinger moet hebben in het aldaar gestationeerde kernwapenarsenaal, werd het zijne. Kravtsjoek werd aldus in drie maanden een man met nieuwe opvattingen en oude trucs. In de politiek een handige combinatie.