Gorbatsjov gelooft er niet meer in

MOSKOU, 4 DEC. Michail Gorbatsjov probeert het nog één keer. Veel vertrouwen lijkt hij er zelf niet in te hebben. Maar je weet maar nooit of de voormalige Sovjet-Unie zich via een brandbrief aan alle volksvertegenwoordigers in het hele land op de valreep toch nog enigszins laat redden. Het “vaderland” is immers “in gevaar”, aldus het staatshoofd gisteravond in een televisierede. En daarmee de “hele wereldgemeenschap”.

Gorbatsjov was maandag de allereerste Sovjet-politicus die de nieuwe Oekraïense president Leonid Kravtsjoek telefonisch feliciteerde met diens verkiezingsoverwinning van zondag. De Russische president Boris Jeltsin zat toen nog te studeren op de verklaring waarmee hij de onafhankelijkheid van de Oekraïne met enige mitsen en maren zou erkennen. Maar nog geen etmaal later ging dezelfde Gorbatsjov weer op zijn andere been staan, het been dat de Unie als staatkundige eenheid tegen alle separatistische tendenzen in overeind wil houden.

Gistermorgen liet hij daarom op het Kremlin in het parlement van wat straks de Unie van Soevereine Staten (USS) zou moeten heten, een brief aan alle afgevaardigden in alle Opperste Sovjets van de hele Unie ronddelen. 's Avonds lichtte hij dit schrijven via een televisietoespraak aan de rest van het volk toe.

De kern van deze boodschappen? Onafhankelijkheid is mooi en goed, ook van de Oekraïne, waar hij nog geen week geleden voor waarschuwde. Maar zelfstandigheid der deelstaten is alleen aanvaardbaar als die wordt ingebed in het nieuwe “confederale en democratische” Unieverdrag dat nu klaar ligt en derhalve snel getekend en geratificeerd moet worden.

Geen nieuws dus. Dat roept en zegt Gorbatsjov al ten minste een jaar, zij het in zeer verschillende toonaarden en tegen variabele achtergronden. Maar in de wijze waarop hij deze politieke missive dit keer verpakte, verried Gorbatsjov toch een nieuw soort van wanhoop. Dat sprak niet zozeer uit de kale inhoud ervan, ook al was die apocalyptischer van toon dan anders, als wel uit de presentatie.

Dat het “vaderland” volgens Gorbatsjov in een “veelheid van crises” verkeert, was namelijk bekend. “De zaken gaan van kwaad tot erger.” Hetzelfde kon gezegd worden van wat daarop in zijn brief en televisietoespraak volgde, namelijk dat de “staatkundige crisis” daarbij de “allergevaarlijkste” is. De “desintegratie” die zich nu voltrekt, staat volgens Gorbatsjov immers haaks op een “historische logica van het bestaan van een enorm en samenhangend land”. Ook dat was niet voor het eerst. De president had in het verleden wel vaker te kennen gegeven dat hij meer oog heeft voor de wetmatigheden van de kolonisatie dan van de dekolonisatie. Daaruit vloeide dus onvermijdelijk voort dat er een “halt” moet worden toegeroepen aan dit ongecontroleerde onttakelingsproces. Zo niet, dan zullen de gevolgen voor het leven van de burgers “tragisch” zijn, omdat dan ook de onderling nog altijd sterk verweven economie tot stilstand komt. En de dan dreigende “nationale en interrepublikeinse botsingen of zelfs oorlogen zouden een catastrofe zijn voor de gehele internationale gemeenschap”. De conflicten in de Baltische landen waren slechts een voorbode, een “bittere ervaring”, voor wat dan verder nog kan komen, aldus Gorbatsjov.

Zijn antwoord hierop liet zich raden. “Zonder de Unie hebben de republieken geen veiligheid en heeft het land geen internationale autoriteit (...) We moeten de Unie als staat absoluut behouden. Niet de oude Unie, niet het oude bureaucratische centrum. Maar een geheel nieuwe staat met nieuwe verhoudingen, confederaal en democratisch.” Het verdrag waarin dit is verankerd, moet nu worden ondertekend. De volksvertegenwoordigers in Moskou en de andere republikeinse hoofdsteden dienen derhalve onverwijld hun verantwoordelijkheid te nemen.

“Verder talmen kan niet. Tijd kan een catastrofaal verlies zijn”, aldus Gorbatsjov. Het was deze zin waarmee de president, tot voor kort tot eigen schade en schande juist de meester van collega Mitterrands adagium "de tijd de tijd geven', zijn boodschap een onheilspellende lading meegaf. De presentatie die hij daarvoor gebruikte was mogelijk nog opmerkelijker.

Want voor de televisiecamera's zat 's avonds in ieder geval een man die een hete adem in zijn nek leek te voelen maar tegelijkertijd de indruk wekte niet meer in zichzelf te geloven. Alsof hij zich al had neergelegd bij de nakende militaire staatsgreep van het middenkader uit de ontredderde krijgsmacht waarover de laatste weken weliswaar mistig en ongeverifieerd maar wel hardnekkig wordt geschreven in uiteenlopende kranten als de onafhankelijke Nezavisimaja Gazeta, het legerblad Rode Ster en maandagavond zelfs in het voormalige regeringsorgaan Izvestia.

Het was ook geen televisie-toespraak tot het volk maar veeleer een ongemonteerde opname van een spreekbeurt in een achterafzaaltje. Gorbatsjov rommelde onafgebroken in zijn papier, spiekte net iets te vaak op het papiertje dat hij krampachtig vasthield, pauzeerde soms secondenlang zonder daarbij functioneel-dreigend in de lens te kijken en dronk intussen slurpend zijn thee uit het groene kopje dat naast hem stond.

Inderdaad, hier trad geen staatsman op die met een beetje powerplay de omstandigheden naar zijn hand dacht te kunnen zetten. Hier was een wat uitgebluste politicus aan het woord die zich niet eens meer leek te kunnen opwinden over het feit dat Jeltsin en zijn collega's Kravtsjoek (Oekraïne) en Stanislav Sjoesjkevitsj (Wit-Rusland) zaterdag zonder hem in Minsk bijeenkomen om hun onderlinge en buitenlandse betrekkingen door te nemen.

Zijn persoonlijk woordvoerder Andrej Gratsjev, de opvolger van Vitali Ignatenko die in augustus tot hoofdredacteur van TASS werd benoemd, had 's middags op zijn wekelijkse persconferentie voor de goede orde alvast opgemerkt dat Gorbatsjov met zijn brief en tv-toespraak niets en niemand onder druk wilde zette en dat er vooral geen dreiging met aftreden in gelegd moest worden. Daar was, gelet op het televisiebeeld later op de avond, niets te veel mee gezegd.