Frankrijk wil nauwer samengaan met Navo

PARIJS, 4 DEC. Frankrijk gaat militair nauwer samenwerken met de NAVO. De Franse minister van defensie, Pierre Joxe, heeft dat vorige week te verstaan gegeven in een rede voor Franse en buitenlandse officieren in Parijs. Sinds 1966 neemt Frankrijk ingevolge een besluit van de toenmalige president De Gaulle niet meer deel aan de geïntegreerde militaire samenwerking van het westelijke bondgenootschap.

Minister Joxe zei dat de akkoorden die tussen Frankrijk en de NAVO zijn gesloten op het gebied van militaire coördinatie “herzien moeten worden om rekening te houden met de diepgaande geo-strategische veranderingen die in Europa zijn opgetreden en met de bevestiging (door de NAVO op de recente topconferentie in Rome) van de Europese defensie-identiteit.”

Volgens de defensiespecialist van Le Monde, die gisteren voor het eerst melding maakte van de rede van Joxe, zou het Franse ministerie van defensie van mening zijn dat Frankrijk actiever moet zijn in het kader van de gemeenschappelijke defensieplanning in de alliantie. Hetzelfde geldt voor het militaire comité van de NAVO, het hoogste militaire orgaan van het bondgenootschap. In geen van beide is Frankrijk nu vertegenwoordigd.

Minister Joxe meent voorts dat hij zou moeten kunnen deelnemen aan de bijeenkomsten van de ministers van defensie van de alliantie. Hij zei dat hij “niet de laatste minister van defensie van Europa wil zijn die niet aan NAVO-vergaderingen deelneemt”.

Pag 5:

Parijs wil niet buiten de boot vallen bij overleg Oost-Europa

Hij verwees in dit verband naar de bijeenkomst die op 20 december in Brussel zal worden gehouden. De ministers van defensie van de NAVO-landen bespreken dan met hun collega's uit Rusland, Tsjechoslowakije, Polen, Hongarije, Bulgarije, Roemenië en de drie Baltische republieken de oprichting van een "Raad voor Atlantische Samenwerking'.

Aan de andere kant is Frankrijk volgens het ministerie van defensie in Parijs niet bereid volledig terug te keren in de geïntegreerde militaire organisatie van de NAVO. De Franse troepen blijven uitsluitend onder nationaal bevel. Maar minister Joxe zei in zijn rede dat de “Franse strijdkrachten ingeval dat nodig is in nauwe coördinatie met die van de geallieerden worden ingezet”.

Een dergelijke nauwe coördinatie met de NAVO-bondgenoten zou vergemakkelijkt worden door de voorgenomen reorganisatie van de Franse strijdkrachten. Deze worden opgedeeld in een "snelle-actiestrijdmacht' (force d'action rapide), die voornamelijk voor optreden buiten Europa is bedoeld, en strijdkrachten die voor optreden in Europa en voor de defensie van Frankrijk zijn bedoeld. Beide krijgen een eigen generale staf. De "Europese generale staf' van het Franse leger zou nauw aan de NAVO-planning moeten deelnemen.

In de praktijk bestaat overigens al jaren een nauwe militaire samenwerking tussen Frankrijk en de NAVO. Minister Joxe herinnerde er in zijn toespraak aan dat driehonderd Fransen werkzaam zijn bij de niet-militaire "poot' van de NAVO en dat meer dan tweehonderd Franse militairen bij diverse NAVO-commando's zijn gestationeerd. Frankrijk betaalt voor 17 procent mee aan de civiele en militaire begroting van de Westerse alliantie, aldus de Franse minister.