Foto: De Taiwanese werf China Shipbuilding ...

Foto: De Taiwanese werf China Shipbuilding Corporation, voor negentig procent eigendom van de staat, wil zich meer toeleggen op marinebouw. Schepen bouwen voor Defensie is veel rendabeler dan civiele scheepsbouw.

De scheepswerf geniet daarbij de volle ondersteuning van de overheid. Taiwan wil in het jaar 2000 in staat zijn het leeuwedeel van zijn militaire materieel zelf te produceren. De landmacht beschikt inmiddels over de in eigen land geproduceerde M48-tank, de luchtmacht kreeg onlangs zijn eerste vier zelfgemaakte jachtvliegtuigen, en ook voor de marine loopt een programma om over enkele jaren zelf fregatten te kunnen bouwen.

Voor de kade bij de werf van China Shipbuilding in de zuid-Taiwanese stad Kaohsiung ligt momenteel de eerste van een serie van acht PFG 2-fregatten, waarvan de kiel in 1989 werd gelegd. Het schip, waarvan de bouwkosten zo'n 600 miljoen dollar bedragen, wordt met Amerikaanse technische steun en onderdelen opgebouwd en dient in mei 1993 klaar te zijn. Ook het tweede fregat wordt nog met Amerikaanse steun gebouwd. Daarna is China Shipbuilding in staat de resterende zes fregatten zelf te bouwen, aldus een woordvoerder van de werf.

Vorig jaar werd op een deel van de werf een aparte afdeling ingericht voor defensiedoeleinden, waar enkele grote gebouwen zijn neergezet. Daaruit valt af te leiden dat Defensie een toekomst voor China Shipbuilding in gedachten heeft die verder strekt dan een beperkte serie fregatten, die in 1999 helemaal moet zijn opgeleverd.

China Shipbuilding zwijgt over de defensiestrategie als het graf. De woordvoerder sluit desgevraagd echter niet uit dat de werf zich ook op de bouw van onderzeeërs wil richten. “We zouden vaardigheden uit Nederland hierheen kunnen verplaatsen, zoals we dat ook met Amerikaanse en Japanse deskundigen en technologie hebben gedaan.”

Behalve dat het Taiwanese ministerie van defensie voorstander is van vergroting van de eigen scheepsnieuwbouwcapaciteit, geniet een dergelijk plan ook steun van de andere departementen. Met name Economische zaken streeft ernaar de industriële vaardigheden in het land op een hoger niveau te brengen en de defensie-industrie geldt mondiaal als een belangrijke bron van technologische innovatie.

De staatskas zou het bovendien ook niet slecht uitkomen; de enorme werf - in 1976 in bedrijf genomen met de bedoeling een vooraanstaande positie in de wereldscheepsbouw in te nemen - heeft te maken met uiterst felle concurrentie uit Japan en Zuid-Korea. De markt voor nieuwe schepen, waarvan CSC voor 85 procent van afhankelijk is, is zwak. Hoe modern en efficiënt ook opgezet - de leveranciers van machines en staal grenzen aan de werf - het bedrijf kan de werkgelegenheid voor zijn ruim 7000 werknemers slechts behouden door terug te vallen op de overheid. Vorig jaar werd weliswaar een winst gemaakt van ten minste tachtig miljoen dollar, maar daarvoor was wel nodig dat de overheid voor vier miljard dollar de schulden aan de banken afloste. Uit oogpunt van werkgelegenheid is marinebouw ook interessant: de bouw van een groot containerschip (kosten ongeveer zestig miljard dollar) duurt een maand of tien, terwijl de bouw van een tienmaal duurder fregat veertig maanden in beslag neemt.