En wat dan nog als de onheilsprofeten van de ...

En wat dan nog als de onheilsprofeten van de cultuurfilosofische theorietjes gelijk zouden hebben met hun bewering dat het met het geschreven woord onomkeerbaar bergafwaarts gaat?

En wat dan nog als we ons een moment dom en blind opstellen en er éven in geloven dat de gebeurtenissen zich aan de theorie houden en dat de beschaving zich, wat de haar voorgeschreven baan betreft, van niets zóveel aantrekt als van Neil Postman en consorten?

Dan heeft de cultuur van het woord blijkbaar zijn vitaliteit en zin verloren. Er zijn vaker culturen teloorgegaan. Een lijk roept men niet kunstmatig - en al helemaal niet door pogingen tot verontruste bestsellers - in leven. Dan zou de cultuur van het beeld terecht hebben gezegevierd. In plaats van het uiteenvallen van oude constellaties te betreuren, zou dat slag filosofen moeten “willen zien waar de toekomst ontstaat”.

Maar dat is niet wat de verkondigers van het woord en de verspreiders van het populaire boek bezighoudt. Dat is niet het oogmerk van hen die het moeten hebben van de verkoop van hun cultuurpessimistische referaten en flodders.

Ze lijken bezorgd, maar ze zijn jaloers. Hun ware interesse gaat niet naar het culturele verval uit, maar naar de populariteit waarin het beeld zich mag verheugen ten koste van het woord.

Of nog preciezer: naar de mens die op zijn tv-stoel wortel schiet ten koste van het koopgedrag dat hij als denkbeeldige boekenconsument had kunnen hebben.

Het is niet zozeer de angst dat de lezer door het beeld wordt afgepakt, het is de rillerig-geile gedachte aan de enorme omvang van het gat in de markt dat zich op het woord zou kunnen storten. Een hopeloos en nooit te bekeren gat, dat door zijn loutere omvang niet nalaat obsederend te werken op hen wier instinct het is onophoudelijk naar gaten op zoek te zijn.

Hollebollegijs at zeven schapen en nog kon hij van de honger niet slapen.

De hollebollegijzen van het boekenvak.

Hun afkeer van een consumptiegedrag ten gunste van het beeld uit zich in een verontrusting over de waarde van het beeld, een verontrusting die zich met salon-exposeetjes als die van Neil Postman dankbaar van een quasi-theoretische rechtvaardiging voorziet.

Beelden. Er is een miljardenaanbod van beelden.

Door het beeld - televisie, pornografie - hebben meer mensen dan ooit, ook de analfabeten aller landen, toegang tot de communicatie. En als men het geen communicatie wil noemen, maar amusement, genot, eenrichtingsverkeer, wat is lezen anders?

Er is over de culturele verschillen - niveauverschillen desnoods, kwaliteitsverschillen - over de beide wijzen van communicatie heel wat te zeggen. Maar hoe dan ook, het verschil tussen kijken en lezen is niet die tussen gat en vulling.

Wat de lézer voor ogen krijgt is allang een mengvorm. De literatuur heeft zich ontwikkeld in voortdurende interactie met het beeld. Veel van wat de literatuur nu doet, en ook wat ze nét doet, is gedicteerd door steeds nieuwe wetten van oprukkende en uitdagende beelden.

Omdat het boek niet van wijken wilde weten, moest het samengaan met het beeld.

Door collaboratie en kleine verzetsdaden. De literatuur heeft technieken en trucs van de film overgenomen. Tegelijkertijd gingen schrijvers juist meer nadruk leggen op methoden die in de film moeilijk te verwezenlijken zijn.

Zo zal het ook met de tv en met de beeldtaal van de computer gaan. We moeten niet doen of we er ineens nieuwe genres bij hebben - het scherm is de zoveelste fase in een beeld-traditie. Met nieuwe potenties, hebbelijkheden en effecten, maar ook met oude, vertrouwde.

Die effecten zullen de instemming én de recalcitrantie oproepen van de literatuur - of hebben dat al gedaan. Er zullen wéér sommige grenzen vervagen, wéér sommige grenzen scherper worden afgebakend. De artistieke kosmos van literaire, simultane, tempo-gebonden en interactieve beginselen zal opnieuw een beetje door elkaar worden geschud. Om vervolgens een zeker evenwicht te bereiken - in afwachting van de volgende ronde.

Misschien komen er wel romans met pop up windows en figureerbare shells en grafische keuzemenu's. Misschien komen er wel kanselredenaars - verbaal begaafder dan ooit - die rechtstreeks voorlezen van het scherm van hun notebook of laptop.