Directie, vakbonden en deskundigen betwijfelen of aangekondigde reorganisatie voldoende is om HSA te redden; Onderzoeker: HSA wordt op den duur kleine toeleverancier; Fransen stellen hun nationale eigenbelang toch op eerste plaats

HENGELO, 4 DEC. De wijze waarop HSA het personeelsbestand wil saneren, is hard voor de betrokken werknemers, maar lijkt vanuit bedrijfseconomisch standpunt de enig juiste methode. Het bedrijf heeft er voor gekozen om de personeelsreductie die voor drie jaar gepland stond, versneld uit te voeren. Je kunt je immers beter in een keer door de zure appel heenbijten. “Er moet rust in het bedrijf komen”, beargumenteerde HSA-topman Van Amerongen de stap gisteren.

Toch blijft de vraag of HSA met deze saneringen die zure appel ook daadwerkelijk helemaal verorbert. Het bedrijf houdt voor verschillende vestigingen zelf al een slag om de arm door het voortbestaan ervan direct afhankelijk te maken van in de nabije toekomst te verwerven opdrachten. Het pleegt zo in feite chantage op de rijksoverheid, die een belangrijke stem in die gunning heeft. De politieke lobby is daarmee gisteren al begonnen.

Als die geen resultaat oplevert, blijft van het trotse defensie-concern dat eens meer dan 6.400 mensen in dienst had, niet veel meer over dan een grote vestiging in Hengelo met werkgelegenheid voor 2.500 mensen.

De strategie die HSA voor dat als "gezond' beschouwde bedrijfsonderdeel uitzet, is evenwel ook niet onbetwist. Uit de gisteren verstrekte informatie en het onlangs gepubliceerde jaarverslag 1990 blijkt dat HSA er nog steeds vanuit gaat dat het leverancier van complete systemen voor marine en radar zal blijven en dat het daarvoor binnen het concernverband van de Franse defensie-gigant Thomson CSF zal kunnen en mogen fungeren als Centre d'Excellence. Men gaat er bovendien vanuit dat de defensiemarkt, na een afname met 25 tot 30 procent (oorzaak van de huidige malaise), zich de komende jaren zal stabiliseren en HSA baseert daarop een “positieve verwachting” voor ten minste het behoud van het huidig marktaandeel.

Iemand die bij dat alles vraagtekens zet, is de marine-deskundige dr. S. Faltas. Faltas is politicoloog en econoom, hij promoveerde in 1987 op een onderzoek naar de Westeuropese marine-industrie en hij voerde vorig jaar nog in opdracht van de vakbeweging een onderzoek uit naar de potenties van HSA. Dat HSA-topman Van Amerongen gisteren uitsprak dat de nadruk van de activiteiten van het bedrijf op defensiegebied blijft liggen, kan zijn begrip krijgen. “Je moet je toeleggen op wat je het beste kunt. In conversie naar civiele produktie heb ik weinig vertrouwen.”

Maar de verschillende toekomstverwachtingen waarop HSA de militaire activiteiten baseert, zijn volgens Faltas wel veel te optimistisch. “HSA onderschat volgens mij de malaise op de defensiemarkt. Niets duidt op een stabilisatie daarvan, de markt kan nog wel heel langdurig blijven dalen.”

Dat het bedrijf met ongeveer hetzelfde produktenpakket kan blijven opereren, mag alleen daarom al niet vanzelfsprekend zijn (“militaire taken veranderen, het materieel ook, niets is zeker”). Maar nog onrealistischer is het volgens de marinedeskundige dat HSA blijft volhouden “volledige systemen” te willen bouwen. “Dat redden ze niet”, denkt hij, “daar moet je grote series van maken om winst te halen. En die series zetten ze niet af.”

Een goed voorbeeld is volgens Faltas de bouw van de Smart L-radar voor de opvolger van de Nederlandse fregatten van de Trompklasse. Het driedimensionale radarsysteem moet in staat zijn Stealth-vliegtuigen op te sporen. Bij de ontwikkeling ervan was oorspronkelijk sprake van afname voor de nieuwe NAVO-fregatten, maar dat is inmiddels van de baan. Signaal ontwikkelt de Smart L nu voor de Koninklijke Marine alleen en hoopt ze daarna aan andere NAVO-landen te kunnen leveren.

Volgens Faltas is die hoop ijdel en is de ontwikkeling daarom een veel te kostbare zaak. “Landen die dit systeem kunnen kopen, kunnen het zelf ook maken en dat moeten ze ook doen, voor het behoud van hun eigen industrie.”

Dit protectionisme is het oudste en steeds weerkerende probleem binnen de defensie-industrie, dat Signaal hoopt te ondervangen doordat het nu onderdeel is van het Franse concern Thomson CSF. Volgens directeur Van Amerongen zal HSA binnen Thomson als Centre d'Excellence gaan fungeren voor marine en radar systemen. Faltas gelooft daar niet in. “De Fransen kunnen dat wel uitspreken, maar of ze het kunnen waarmaken is wat anders. Ze stellen hun eigen nationale belangen toch altijd bovenaan. Dat in Hengelo een groot deel van de koek voor de Franse marine geproduceerd zal worden, ik geloof er niet in.”

Volgens Faltas zal het onvermijdelijk zijn dat Signaal zich uiteindelijk toelegt op de produktie van onderdelen van systemen. “Dat ze zich bijvoorbeeld presenteren als een goede radarboer en zeggen: wij maken perfecte radars die goed aansluiten op wapensystemen van anderen.”

De Hengelose producent zou daarmee in eenzelfde rol komen als bijvoorbeeld Delft Instruments, beaamt hij. Een nog bescheidener bedrijfsomvang dan gisteren door de directie voorgesteld, zou het gevolg zijn. Faltas spreekt dan ook de vrees uit dat deze saneringen niet de laatste binnen HSA zullen zijn. “Maar ja, wat wil je ook. Nederland is een heel ongunstig land om wapens te maken. Het is klein met een kleine eigen defensie. En bovendien past het niet in onze cultuur om de wapenindustrie te pushen.”