Democratie in de marge

DE SYMBOLIEK was onmiskenbaar deze week in Den Haag. Terwijl de Europese ministers van immigratiezaken voorbereidingen troffen om een internationale vingerafdrukkencentrale voor asielzoekers op te richten, hield de Tweede Kamer zich andermaal omstandig bezig met de vraag wanneer nu precies de deur op slot moet in de opvangcentra.

Het minste wat er van dit gemillimeter valt te zeggen is dat dit het resultaat is van een wel zeer lange aftelsom. Eerder dit jaar reikte de door het kabinet ingestelde commissie-Mulder het plan aan voor een integrale herziening van de asielprocedure, compleet met tijdsdwang en verbetering van de rechtshulp. Het kabinet wilde daar niet aan en kwam met een verscherping van het ontmoedigingsbeleid. En daaruit pikte de Kamer in september dan vooral het punt van de gescheiden opvang van kansloze en kansrijke asielzoekers om er drie volle vergaderingen aan te spenderen. Bepaald geen onbelangrijke kwestie, maar toch wel van ander kaliber dan een integrale herziening van de asielprocedure.

Die gescheiden opvang kwam er ten slotte niet, maar de wettelijke mogelijkheden voor internering werden verruimd en de logistieke invulling opengehouden. Vandaar dus nader overleg en zie: waar de CDA-afgevaardigde Krajenbrink voor de zomer nog indringend waarschuwde tegen “concentratiekampachtige toestanden”, dringt dezelfde woordvoerder nu aan op opsluiting. Zo noemt hij het natuurlijk niet, Krajenbrink prefereert vriendelijk klinkende termen als “mensen bij de hand houden”. Dat maakt het er niet fraaier op.

DE WIJZE waarop het Nederlandse parlement zichzelf marginaliseert in een kwestie als het asielbeleid, maakt het nodeloos moeilijk straks nog iets in te brengen op het Europese vlak. Daar staat het asielbeleid toch al in het teken van afspraken op ambtelijk en regeringsniveau waar een parlement moeilijk de vinger achter krijgt. De Europese Commissie merkt pinnig op dat de leden van de Gemeenschap individueel het asielprobleen tot nog toe niet hebben kunnen oplossen, maar besluit vervolgens diplomatiek “zich niet te verzetten tegen de intergouvernementele aanpak”. De internationale gerechtelijke instantie die de kwaliteit van een geharmoniseerd Europees asielrecht zou moeten bewaken staat helemaal onder aan de prioriteitenlijst.