De Vries negeert kritiek van PGGM

DEN HAAG, 4 DEC. Minister De Vries (sociale zaken) blijft op zijn standpunt staan dat het grootste deel van de loonsverhoging in de zogenoemde zorgsectoren gefinancierd moet worden door de pensioenpremie te verlagen.

Dit schrijft De Vries in een brief aan de Tweede Kamer.

De stichting Pensioenfonds voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke Belangen (PGGM) heeft samen met de werkgevers- en werknemersorganisaties felle kritiek op het voorstel van De Vries. Ze vinden dat de loonontwikkleing in de zorgsector gelijke tred moet houden met de marktsector, maar dit mag niet worden gefinancierd met PGGM-gelden.

“Het blijft een onverantwoorde daad”, zei vanmiddag een woordvoeder van het PGGM. Maar het woord is nu aan de Tweede Kamer, die volgende week bij de behandeling van de begroting van sociale zaken, het “groene danwel rode licht kan geven aan de voorstellen van De Vries”, aldus de PGGM-woordvoerder.

Volgens minister De Vries zijn de reserves van het pensioenfonds PGGM groot genoeg om de komende drie jaar 1,5 miljard gulden voor verbetering van de arbeidsvoorwoorden vrij te maken. In het voorstel van De Vries wordt de premie bijna gehalveerd. Tot nu toe wil het PGGM niet verder gaan dan een verlaging van 0,7 procentpunt naar 7 procent.

Als de plannen van De Vries volgend week worden goedgekeurd, dan bedraagt de loonruimte voor de gepremieerde en gesubsidieerde sector 3,75 procent; waarvan 2,5 procentpunt wordt opgebracht door een lager pensioenpremie en 0,5 procentpunt door een lager ziekteverzuim. PGGM, werkgevers en werknemers hebben grote twijfels of er volgend jaar al een "extra' loonruimte ontstaat door een lager ziekteverzuim.