De knellende symmetrie van het lichaam

Tentoonstelling: van Vlees en Bloedt. T-m 5 jan. Stedelijk Museum Schiedam, Hoogstraat 112, Schiedam. Di. t-m za. 10-17 u. Zon- en feestdagen 12.30-17 u. Eerste kerstdag en nieuwjaarsdag gesloten. Catalogus ƒ 25,-.

De kleding van het publiek werd in brand gestoken, de meubels stukgeslagen en de ruimte versierd met botten, darmen en stukken rottend vlees. Een in jacquet gestoken Simon Vinkenoog deelde houtjes uit om op te bijten. Zo werd dertig jaar geleden tijdens de happening "Open het graf' in het atelier van Rik van Bentum in Amsterdam de aandacht gevestigd op het lichamelijke. In bepaalde kringen waren dergelijke vertoningen indertijd betrekkelijk normaal. Er mocht gelachen worden.

Nu vindt gelijktijdig met "The Physical Self' - de tentoonstelling van Peter Greenaway in het museum Boymans-Van Beuningen met echte naakte mensen in vitrines - in het Stedelijk Museum Schiedam "van Vlees en Bloedt' plaats, een expositie die ook al het menselijk lichaam als onderwerp heeft en minstens even serieus van toon is.

De Schiedamse expositie is de eerste in een reeks, die op initiatief van Dees Linders, conservator Stadscollectie Rotterdam, mede is samengesteld door een Rotterdamse kunstenaar. Voor "van Vlees en Bloedt' nodigde Linders Otto Egberts (1949) uit, die zijn eigen kunst en ideeën tot uitgangspunt nam en daar het werk van vijftien kunstenaars uit binnen- en buitenland omheen groepeerde.

Egberts heeft zijn denkbeelden verwoord in de catalogustekst - gedrukt in een mooi, handzaam boekwerkje, vormgegeven door Jaap van Triest - aan de hand van een somber citaat van S⊘ren Kierkegaard: "Diep in de mens woont toch de angst, dat hij alleen op de wereld is, vergeten door God; over het hoofd gezien in die enorme huishouding van miljoenen en miljoenen.' Egberts' ideeën komen erop neer dat zijn "ik-figuur' voortdurend probeert te ontsnappen "aan de knellende symmetrie van de gelijktijdig gevoelde aan- en afwezigheid van zijn lichaam'. Deze gedachten worden op de tentoonstelling geïllustreerd met het schilderij "De kunst van het overleven'. Het stelt een huilende jongeman voor met clownesk opgemaakte ogen die op een plank zit. Hij draagt alleen een overhemd en kniekousen. Zijn ontblote bovenbenen rusten op een kussen. Hij staart naar een stuk vlees dat aan het plafond lijkt te hangen. Je vermoedt althans dat het een homp vlees is, want Egberts geeft met zijn schildertechniek niet weer om wat voor materie het gaat. Het zou ook een paardekop kunnen voorstellen. De ontsnappingspoging aan een "knellende symmetrie' komt tot uitdrukking in een studie in houtskool en krijt voor een kruisiging. Twee worstachtige vormen hangen aan een strak geometrisch kruis.

"van Vlees en Bloedt' is ambitieus opgezet met klinkende namen als Roland Topor en Arnulf Rainer, maar de tentoonstelling steekt nogal magertjes af bij wat er in de catalogus wordt aangekondigd. Een belangrijk deel van de aangekondigde kunstwerken ontbreekt op de tentoonstelling of is vervangen door minder toepasselijk of minder sterk werk. Zo moet Schiedam het doen met drie kleine aquarellen van Co Westerik, omdat zijn schilderijen "Neussituatie', "Vrouw in kleine ruimte' en "De Handkus' nu in het Stedelijk in Amsterdam hangen. Ook "Ecce Homo Nr. 1' van Marc Mulders ontbreekt in Schiedam. Alleen zijn 'Grondplan Kathedraal in Vlees' is tentoongesteld.

Op "van Vlees en Bloedt' worden enkele klassieke video's vertoond van Ulay en Abramovic, zoals bijvoorbeeld Light-Dark uit 1977 waarin ze elkaar beurtelings een pets in het gezicht verkopen en van Bas Jan Ader "I'm too sad to tell you' uit 1971 waarin de kunstenaar een twee minuten durende huilbui ten beste geeft. Van Lidwien van de Ven hangt een driedelig fotowerk waarin zij twee zelfportretten toont - een naakt en een waarin ze zichzelf met een lap stof heeft bedekt. Op de derde staat de tekst: "Ruhig will ich Euch erscheinen, Ruhig gehen sehen.'

Van Ansuya Blom hangt een triplex paneeltje waarin vijf bedjes zijn ingebrand. Op een na zijn ze allemaal met een netwerk van lijnen met elkaar verbonden. Het heet heel toepasselijk "Soms is het stil'. De Engelse beeldhouwer Adam Colton presenteert een afstandelijker visie op het menselijk lichaam. Hoewel je het niet direct ziet heeft hij zijn eigen lichaam op een constructivistische wijze getransformeerd, eerst in een perspectivische schets, vervolgens aan de hand daarvan verwerkt in een manshoog beeld van gips. Bij Gea Kalksma en George le Roy komt de mens in vage en onherkenbare foto's te voorschijn. In de etsen van Gunter Brus heerst de waanzin, evenals in een schilderij van Arnold Mosselman waarin een clownsfiguur met veel armen (wat stijl en onderwerp betreft hebben Mosselman en Egberts veel gemeen) zwanger lijkt te zijn van zijn eigen kop zonder schmink. Op vier zelfportretten van Joseph Semah drukt de kunstenaar de punten van twee ramshorens beurtelings tegen zijn ogen, oren, neus en mond. Zijn beeldtaal verwijst naar de joodse religie.

In Schiedam ontbreken mooie Maria's, weelderige Madonna's, mollige kindekens en heroïsche heren. Echt lekker wil het vlees niet zitten.